Leeft de Here Jezus in uw gezin?
- door chris van andel
- gepubliceerd 2/09/2005
- huwelijk en relaties
- niet beoordeeld
pagina 2
Van generatie tot generatie
Het doorgeven van ons behoud in Jezus Christus is daarom zo essentieel, omdat de voortgang van het geloof ervan afhankelijk is. In Psalm 78 ('Het Boek') staat het zo treffend: "Wat wij weten, hebben wij van onze ouders gehoord... Wij vertellen het weer door aan ons nageslacht, kinderen en kleinkinderen.... zodat steeds het volgende geslacht het zou horen.... zodat elke generatie zijn vertrouwen op God zou stellen.Uiteindelijk gaat het dus daarom. Dat - zoals wijzelf - ook onze jongeren hun vertrouwen op de Here Jezus gaan stellen. Ik schrijf met opzet 'gáán stellen'. Het is namelijk een groeien in vertrouwen. Dat doe je niet van de ene op de andere dag. Is er allereerst sprake van een kinderlijk vertrouwen, er komt een periode in het leven van iedere jongere dat daaraan getrokken wordt. Zeker als ze in hun omgeving of misschien zelfs in hun eigen situatie dingen meemaken die hun vertrouwen aantasten, bijvoorbeeld een gebroken relatie. Dan juist is het zo goed dat ze aan ons kunnen zien dat wij de Here God onvoorwaardelijk vertrouwen en op Zijn beloften bouwen. Dit laatste zullen we ook op een eenvoudige wijze doorgeven, in het gezin en in de kerk: alles wat God gedaan heeft in het verleden, met Zijn volk, maar vooral wat Hij gedaan heeft in de Here Jezus, Zijn Zoon, wat Hij nu doet in ons leven en wat Hij nog doen zal in de toekomst. Zoals gezegd: het is geen garantie dat onze jongeren zich ook in vertrouwen overgeven aan God, maar het is wel de weg die de Here gebruiken wil om met onze jongeren tot Zijn doel te komen.
Verhindert ze niet
Wij kunnen echter als ouders of als oudere gemeenteleden op die weg ook een hindernis zijn in plaats van een aanmoediging. We kennen het voorbeeld uit het Evangelie dat 'ze' (waarschijnlijk moeders) hun kinderen bij Jezus willen brengen om ze door Hem te laten zegenen. Maar de discipelen houden hen tegen. Jezus heeft wel belangrijker dingen te doen dan Zich met kinderen bezig te houden. Ze hoorden er volgens de discipelen dus niet bij. Maar we kennen de reactie van de Here Jezus. Juist voor hen is Zijn Koninkrijk bestemd. Omdat kinderen een voorbeeld zijn van afhankelijkheid en kwetsbaarheid, van onvoorwaardelijk vertrouwen en overgave. Voor hen heeft de Here Jezus een warm plekje in Zijn hart. En de discipelen zouden hen willen verhinderen tot Hem te komen? Zijn reactie is fel. Het zijn juist de zwakken en de kleinen die Hem aan het hart gaan. Hij houdt van ze, Hij is om hen bewogen, nog altijd. En iemand zou hen willen hinderen?
Ik kan me niet voorstellen dat iemand dat wil, maar ondertussen komt dat wel voor, zowel in het gezin als in de gemeente. Bijvoorbeeld doordat ons leven gekenmerkt wordt door lauwheid en wereldgelijkvormigheid. Met onze mond belijden we het christelijk geloof, maar in onze levensstijl blijkt daar weinig of niets van. Het is een sta-in-de-weg voor onze jongeren tot Jezus.
Of zoals in het verhaal waarmee ik begon: je gaat naar de kerk, je neemt deel aan het avondmaal, je kinderen volgen het christelijk onderwijs, enzovoorts. Maar als je vraagt: leeft het geloof nu echt, merken onze kinderen onze liefde tot de Here Jezus en zien ze dat we er van harte naar verlangen naar zijn wil en gebod te leven, dan zou het weleens heel stil kunnen worden. En als het bij ons niet leeft, wat dan te denken van onze kinderen? Van onze jongeren in de gemeente?
Ook ons chronisch gebrek aan tijd kan zo'n hindernis zijn. We zijn zo druk dat we geen tijd hebben om eens rustig met onze kinderen te praten over het geloof en samen met hen te bidden. Altijd zijn er weer dingen die voorgaan, of in ieder geval prioriteit krijgen, zodat het er zelden of nooit van komt. En als het er dan een keer van komt, op ónze tijd, hebben onze kinderen geen zin in zo'n gesprek. Ondertussen: niet zij, maar wijzelf zijn de hindernis. Om nog een hindernis te noemen van een heel andere orde: in het bijzijn van onze kinderen laten we niet na onze negatieve kritiek te spuien op de kerk, doen we eraan mee het 'grondpersoneel' van de gemeente naar beneden te praten en de sfeer en de onderlinge verhoudingen te verzieken. Zou het een aansporing zijn voor onze jongeren bij de gemeente en bij de Here Jezus te horen?
In de praktijk
God beware ons een hindernis, maar juist een positief getuigenis te zijn voor onze kinderen en jongeren, door voor te leven wat we geloven en belijden. Ik denk aan Job. Hij was een wegwijzer voor zijn kinderen. Niet alleen in zijn persoonlijk leven met God, maar ook in de omgang met zijn kinderen. Want telkens als ze weer een of ander feestje gevierd hadden, heiligde hij ze, bracht hij een brandoffer voor ze en vroeg op deze manier om vergeving van hun zonden. Hij was met andere woorden een priester in zijn gezin. En zouden zijn kinderen dat gemerkt hebben?
Van de moeder van John Wesley (achttiende eeuw) is bekend dat ze wekelijks met elk van haar kinderen (John was het vijftiende kind) een uur alleen was, ermee sprak en bad. Hoe het bij John vrucht gedragen heeft? Samen met zijn broer Charles werd hij de man van de grootste opwekkingsbeweging in Engeland. Kinderen zullen zulke moeders en vaders ook nooit vergeten. Het gebed is dan ook een van de belangrijkste wegen die God gebruiken wil om onze jongeren tot Hem te brengen. Een weg die openblijft. Want als we niet meer met onze jongeren kunnen praten over God, kunnen we nog altijd met Hem spreken over onze kinderen.
Dat veronderstelt wel een goede relatie met onze jongeren. Want het zijn juist liefdevolle en open relaties waarin het Evangelie gecommuniceerd kan worden. Dat wil zeggen: houd van ze, sta open voor ze, laat ze merken dat ze belangrijk zijn, luister naar wat ze bezig houdt, trek met ze op, deel met ze, toon eerlijke interesse in hun leefwereld, hun school, studie, muziek, sport, lectuur, de vrienden met wie ze omgaan, enzovoort.
In het bijzonder zullen we omzien naar evenwichtige gemeenteleden met creatieve gaven die een hart hebben voor jongeren, die 'in hen geloven', die hun ook alle vertrouwen geven, aan wie jongeren zich kunnen optrekken en die identificatiefiguren voor hen zijn. We kunnen in de gemeente niet zonder.
We zullen jongeren ook al vroeg een stukje verantwoordelijkheid geven in de gemeente. Neem bijvoorbeeld tieners als aspirant-medewerkers op in het team dat aan een kinderkamp leiding geeft. Het zal voor henzelf een zegen blijken te zijn. Zo zijn er zoveel taken en taakjes waarin ze kunnen meedoen.
In onze gemeente kennen we ook 'gebedsouders', oudere gemeenteleden die op zich genomen hebben voor een of meer kinderen regelmatig te bidden, maar ook te vragen hoe het met ze gaat op school, een kaartje te sturen op hun verjaardag, enz.
We zullen jongeren ook plekken moeten bieden waar ze samen kunnen komen om ook echt samen te zijn. Niet iets vóór hen, maar ván hen. Zo zijn er vele mogelijkheden onze jongeren te laten merken dat ze er voluit bij horen en hun een klimaat te bieden waarin ze kunnen groeien in het geloof. Een klimaat in het gezin en in de gemeente waarvan ze duidelijk merken: Jezus leeft hier echt.
Bijbelleessuggesties:
Psalm 78:3-7 (in dit artikel geciteerd uit 'Het Boek');
Job 1:1-5;
2 Timotheüs 1:5
Marcus 10:13-16
Om over na te denken/gespreksvragen:
1. Zijn de jongeren in uw gemeente een zwakke of sterke schakel in de voortgang van het christelijk geloof? Hoe zou dat verbeterd kunnen worden?
2. Naast wat ons is overgeleverd in het christelijk geloof kent elke gemeente ook vele ongeschreven regels en tradities. Hoe gaan we daarmee om onder onze jongeren als ze de relevantie daarvan niet zien?
3. Hoe gaan we om met jongeren die 'afhaken'?
4. Wat zijn de belangrijkste randvoorwaarden voor de jongeren in de gemeente om tot geloof te komen? Wat zou er dan in uw gemeente moeten veranderen?
Het doorgeven van ons behoud in Jezus Christus is daarom zo essentieel, omdat de voortgang van het geloof ervan afhankelijk is. In Psalm 78 ('Het Boek') staat het zo treffend: "Wat wij weten, hebben wij van onze ouders gehoord... Wij vertellen het weer door aan ons nageslacht, kinderen en kleinkinderen.... zodat steeds het volgende geslacht het zou horen.... zodat elke generatie zijn vertrouwen op God zou stellen.Uiteindelijk gaat het dus daarom. Dat - zoals wijzelf - ook onze jongeren hun vertrouwen op de Here Jezus gaan stellen. Ik schrijf met opzet 'gáán stellen'. Het is namelijk een groeien in vertrouwen. Dat doe je niet van de ene op de andere dag. Is er allereerst sprake van een kinderlijk vertrouwen, er komt een periode in het leven van iedere jongere dat daaraan getrokken wordt. Zeker als ze in hun omgeving of misschien zelfs in hun eigen situatie dingen meemaken die hun vertrouwen aantasten, bijvoorbeeld een gebroken relatie. Dan juist is het zo goed dat ze aan ons kunnen zien dat wij de Here God onvoorwaardelijk vertrouwen en op Zijn beloften bouwen. Dit laatste zullen we ook op een eenvoudige wijze doorgeven, in het gezin en in de kerk: alles wat God gedaan heeft in het verleden, met Zijn volk, maar vooral wat Hij gedaan heeft in de Here Jezus, Zijn Zoon, wat Hij nu doet in ons leven en wat Hij nog doen zal in de toekomst. Zoals gezegd: het is geen garantie dat onze jongeren zich ook in vertrouwen overgeven aan God, maar het is wel de weg die de Here gebruiken wil om met onze jongeren tot Zijn doel te komen.
Verhindert ze niet
Wij kunnen echter als ouders of als oudere gemeenteleden op die weg ook een hindernis zijn in plaats van een aanmoediging. We kennen het voorbeeld uit het Evangelie dat 'ze' (waarschijnlijk moeders) hun kinderen bij Jezus willen brengen om ze door Hem te laten zegenen. Maar de discipelen houden hen tegen. Jezus heeft wel belangrijker dingen te doen dan Zich met kinderen bezig te houden. Ze hoorden er volgens de discipelen dus niet bij. Maar we kennen de reactie van de Here Jezus. Juist voor hen is Zijn Koninkrijk bestemd. Omdat kinderen een voorbeeld zijn van afhankelijkheid en kwetsbaarheid, van onvoorwaardelijk vertrouwen en overgave. Voor hen heeft de Here Jezus een warm plekje in Zijn hart. En de discipelen zouden hen willen verhinderen tot Hem te komen? Zijn reactie is fel. Het zijn juist de zwakken en de kleinen die Hem aan het hart gaan. Hij houdt van ze, Hij is om hen bewogen, nog altijd. En iemand zou hen willen hinderen?
Ik kan me niet voorstellen dat iemand dat wil, maar ondertussen komt dat wel voor, zowel in het gezin als in de gemeente. Bijvoorbeeld doordat ons leven gekenmerkt wordt door lauwheid en wereldgelijkvormigheid. Met onze mond belijden we het christelijk geloof, maar in onze levensstijl blijkt daar weinig of niets van. Het is een sta-in-de-weg voor onze jongeren tot Jezus.
Of zoals in het verhaal waarmee ik begon: je gaat naar de kerk, je neemt deel aan het avondmaal, je kinderen volgen het christelijk onderwijs, enzovoorts. Maar als je vraagt: leeft het geloof nu echt, merken onze kinderen onze liefde tot de Here Jezus en zien ze dat we er van harte naar verlangen naar zijn wil en gebod te leven, dan zou het weleens heel stil kunnen worden. En als het bij ons niet leeft, wat dan te denken van onze kinderen? Van onze jongeren in de gemeente?
Ook ons chronisch gebrek aan tijd kan zo'n hindernis zijn. We zijn zo druk dat we geen tijd hebben om eens rustig met onze kinderen te praten over het geloof en samen met hen te bidden. Altijd zijn er weer dingen die voorgaan, of in ieder geval prioriteit krijgen, zodat het er zelden of nooit van komt. En als het er dan een keer van komt, op ónze tijd, hebben onze kinderen geen zin in zo'n gesprek. Ondertussen: niet zij, maar wijzelf zijn de hindernis. Om nog een hindernis te noemen van een heel andere orde: in het bijzijn van onze kinderen laten we niet na onze negatieve kritiek te spuien op de kerk, doen we eraan mee het 'grondpersoneel' van de gemeente naar beneden te praten en de sfeer en de onderlinge verhoudingen te verzieken. Zou het een aansporing zijn voor onze jongeren bij de gemeente en bij de Here Jezus te horen?
In de praktijk
God beware ons een hindernis, maar juist een positief getuigenis te zijn voor onze kinderen en jongeren, door voor te leven wat we geloven en belijden. Ik denk aan Job. Hij was een wegwijzer voor zijn kinderen. Niet alleen in zijn persoonlijk leven met God, maar ook in de omgang met zijn kinderen. Want telkens als ze weer een of ander feestje gevierd hadden, heiligde hij ze, bracht hij een brandoffer voor ze en vroeg op deze manier om vergeving van hun zonden. Hij was met andere woorden een priester in zijn gezin. En zouden zijn kinderen dat gemerkt hebben?
Van de moeder van John Wesley (achttiende eeuw) is bekend dat ze wekelijks met elk van haar kinderen (John was het vijftiende kind) een uur alleen was, ermee sprak en bad. Hoe het bij John vrucht gedragen heeft? Samen met zijn broer Charles werd hij de man van de grootste opwekkingsbeweging in Engeland. Kinderen zullen zulke moeders en vaders ook nooit vergeten. Het gebed is dan ook een van de belangrijkste wegen die God gebruiken wil om onze jongeren tot Hem te brengen. Een weg die openblijft. Want als we niet meer met onze jongeren kunnen praten over God, kunnen we nog altijd met Hem spreken over onze kinderen.
Dat veronderstelt wel een goede relatie met onze jongeren. Want het zijn juist liefdevolle en open relaties waarin het Evangelie gecommuniceerd kan worden. Dat wil zeggen: houd van ze, sta open voor ze, laat ze merken dat ze belangrijk zijn, luister naar wat ze bezig houdt, trek met ze op, deel met ze, toon eerlijke interesse in hun leefwereld, hun school, studie, muziek, sport, lectuur, de vrienden met wie ze omgaan, enzovoort.
In het bijzonder zullen we omzien naar evenwichtige gemeenteleden met creatieve gaven die een hart hebben voor jongeren, die 'in hen geloven', die hun ook alle vertrouwen geven, aan wie jongeren zich kunnen optrekken en die identificatiefiguren voor hen zijn. We kunnen in de gemeente niet zonder.
We zullen jongeren ook al vroeg een stukje verantwoordelijkheid geven in de gemeente. Neem bijvoorbeeld tieners als aspirant-medewerkers op in het team dat aan een kinderkamp leiding geeft. Het zal voor henzelf een zegen blijken te zijn. Zo zijn er zoveel taken en taakjes waarin ze kunnen meedoen.
In onze gemeente kennen we ook 'gebedsouders', oudere gemeenteleden die op zich genomen hebben voor een of meer kinderen regelmatig te bidden, maar ook te vragen hoe het met ze gaat op school, een kaartje te sturen op hun verjaardag, enz.
We zullen jongeren ook plekken moeten bieden waar ze samen kunnen komen om ook echt samen te zijn. Niet iets vóór hen, maar ván hen. Zo zijn er vele mogelijkheden onze jongeren te laten merken dat ze er voluit bij horen en hun een klimaat te bieden waarin ze kunnen groeien in het geloof. Een klimaat in het gezin en in de gemeente waarvan ze duidelijk merken: Jezus leeft hier echt.
Bijbelleessuggesties:
Psalm 78:3-7 (in dit artikel geciteerd uit 'Het Boek');
Job 1:1-5;
2 Timotheüs 1:5
Marcus 10:13-16
Om over na te denken/gespreksvragen:
1. Zijn de jongeren in uw gemeente een zwakke of sterke schakel in de voortgang van het christelijk geloof? Hoe zou dat verbeterd kunnen worden?
2. Naast wat ons is overgeleverd in het christelijk geloof kent elke gemeente ook vele ongeschreven regels en tradities. Hoe gaan we daarmee om onder onze jongeren als ze de relevantie daarvan niet zien?
3. Hoe gaan we om met jongeren die 'afhaken'?
4. Wat zijn de belangrijkste randvoorwaarden voor de jongeren in de gemeente om tot geloof te komen? Wat zou er dan in uw gemeente moeten veranderen?