Op zijn kennismakingsronde door de gemeente ontmoet de 'nieuwe' dominee een gezin met moeder en kinderen. Als vader 's avonds thuiskomt vertelt zijn vrouw van het bezoek. "En wat is het voor een man?vraagt hij, "Wat heeft hij gezegd?. "Hij vroeg alleen of de Here Jezus leeft in ons huis."En wat heb je gezegd?"Ik wist niet wat ik daarop zeggen moest."Jij wist niet wat je zeggen moest?, reageert de man kriegelig. "Je had toch kunnen zeggen dat we met ons gezin betrokken zijn bij de kerk?"Ja, dat weet die dominee ook wel, anders was hij niet eens langs gekomen. Maar dat vroeg hij niet. Hij vroeg: leeft Jezus hier?"Dan had je toch kunnen zeggen dat we bidden voor het eten en elke dag de Bijbel lezen?"Ja, maar dat vroeg hij niet, reageert de vrouw opnieuw. De man wordt kwaad. Hij zegt: "Waarom heb je hem dan niet verteld dat we elke zondag met ons hele gezin naar de kerk gaan?. De vrouw begint te huilen en zegt door haar tranen heen: "Begrijp je het dan niet? Dat heeft hij me niet gevraagd! Hij wilde alleen weten of de Here Jezus leeft in ons gezin. En dat weet ik nou juist niet....

Waarom dit verhaal? Omdat, als het gaat om het voorleven en doorgeven van het Evangelie aan de volgende generatie, daar weleens de zwakste schakel zou kunnen zitten. Iedereen weet dat een ketting zo sterk is als de zwakste schakel. Als hij ergens breekt is het daar. In de voortgang van het geloof en het vertrouwen op God is het niet anders. Dan denk ik met name aan onze kinderen en de jongeren in de gemeente. Zij zijn immers de gemeente van morgen. Ja, ook van nu, maar ook van morgen. Het zijn de mensen die straks de verantwoordelijkheid voor het reilen en zeilen van de gemeente moeten gaan overnemen, die trouwen en zelf kinderen krijgen en daarmee in de taak van de (geloofs)opvoeding worden gesteld. En als zij daarin niet of onvoldoende zijn toegerust, hoe zullen zij dan zelf tot volwassen christenen kunnen worden? Met alle gevolgen voor de generatie daarna.

In het bijzonder geldt dat van de jongeren die straks leidinggevende taken of andere verantwoordelijkheden krijgen in de gemeente. Want de jongeren van nu zijn de kerkenraad van morgen. Dat maakt onmiddellijk duidelijk hoe belangrijk de jongere generatie is. En zit daar de zwakste schakel, dan zal dat zijn uitwerking op de voortgang van het Evangelie in de lijn der geslachten niet missen.

We zien het zich voltrekken in de praktijk van onze kerken, op tal van plaatsen en in tal van gezinnen: kinderen, jongeren, die niet meer mee kunnen komen in het geloof van hun ouders, die aanvankelijk nog wel meegaan naar de kerk, maar er steeds losser van raken. En hoe het komt? Die vraag is niet eenvoudig te beantwoorden. Er ligt een complex van oorzaken en elkaar versterkende factoren aan ten grondslag. Niet alleen in de geloofsopvoeding, onder andere ook in het postmoderne klimaat waarin we leven. Een feit is, dat er bij alle positieve ontwikkelingen die we vandaag onder tal van jongeren kunnen zien, ook grote zorgen zijn rond deze generatie. En als in de voortgang van het Evangelie de jongeren van nu de zwakke schakel zijn, wat hebben we dan van de komende generaties te verwachten?

Jongeren zijn de gemeente

Dat lijkt een vanzelfsprekendheid. In de praktijk blijkt dat echter niet zo vanzelfsprekend te zijn. Om een klein voorbeeld te noemen. In het pastoraat van de gemeente is het voor niemand een vraag of de ouderen pastorale aandacht verdienen. Natuurlijk moeten zij die hebben, zeker degenen die niet meer zo goed uit de voeten kunnen. Ouderenpastoraat is dan ook een vanzelfsprekendheid. Maar is jongerenpastoraat ook een punt op de agenda van de kerkenraad? De jongeren blijken vaak minder pastorale prioriteit te hebben dan de ouderen. Terwijl ze dat minstens zo hard nodig hebben, zo niet nodiger.

De jeugd wordt met name van belang geacht voor de toekomst van de kerk. En dat is zij ook. Wie immers de jeugd heeft.... Zonder de jongeren zal de kerk weinig of geen toekomst hebben. Bij sommige vergrijsde gemeenten houd je dan ook je hart vast. Zal zij er over vijfentwintig jaar nog zijn, als Jezus nog niet is teruggekomen? Toch, bij de jongeren zullen we beslist niet alleen aan de toekomst denken, alsof zij alleen voor de gemeente van straks van belang zijn. Zij zijn ook de gemeente van nu, zij behoren tot het lichaam van Christus, onmisbaar als je pink of je kleine teen. Geheiligd in de (gelovige) ouders, zegt Paulus in 1 Corinthiers 7:14. Maken ouders deel uit van de gemeente, dan hun kinderen daarmee ook. In de reformatorische kerken wordt dat in de doop nog eens zichtbaar onderstreept. Zij worden daarom niet toevallig 'leden van de gemeente' genoemd. Gedoopt of opgedragen, ze horen er voluit bij. Daarom zullen we hen als gemeente ook in alle opzichten volkomen serieus nemen, in hun denken en belevingswereld, in hun interesses en vragen. En dat is meer dan in de zondagse dienst een verhaaltje vertellen voor de kinderen of af en toe een jeugddienst organiseren. Hoe goed en belangrijk ook, het is te weinig. We moeten niet denken daarmee aan onze opdracht voor onze jongeren voldaan te hebben.

Het goede voorbeeld

Leringen wekken, voorbeelden trekken, zegt de bekende uitdrukking. Ik denk aan de moeder en oma van Timotheüs. Paulus schrijft over hun ongeveinsd geloof. Had hij een Griekse - en dus heidense, maar overigens goed bekend staande – vader, zijn moeder en oma waren oprecht gelovige mensen, die voor hem een voorbeeld moeten zijn geweest. Niet dat dat een garantie is dat een (klein)kind tot geloof komt in de Here Jezus. Maar zulke zogenaamde identificatiefiguren zijn daarvoor wel heel wezenlijk. God gebruikt hen tot Zijn doel. Hoe zullen zij Timotheüs opgedragen hebben in hun gebeden, hem verteld hebben van hun Here en Heiland die van kinderen houdt. Maar vooral: hoe zullen zij hem hebben voorgeleefd wat ze zelf geloofden. Jezus leefde in hun huis, in hun gezin en vooral in hun hart. Dat kwam tot uitdrukking in hun leven. Zij waren leesbare brieven, voorbeelden van geloof en liefde tot de Here Jezus. Het maakte op Timotheüs een onuitwisbare indruk, dat kan niet anders. En de Heilige Geest gebruikte deze voorbeelden als een getuigenis om ook hem tot Jezus te leiden.

Zo hebben we ook vandaag vaders en moeders, opa's en oma's nodig, die voorbeelden van geloof zijn voor hun (klein)kinderen. Ik bedoel niet dat zij 'superchristenen' zouden moeten zijn, maar mensen die als oprechte gelovigen in het leven staan, ook met hun twijfel en hun strijd, maar zeker in hun hartelijke band met de Here Jezus. Zo zullen ook alleengaande vrouwen door hun leven met God voorbeelden zijn voor hun (klein)kinderen, zegt Paulus in 1 Timotheüs 5:3. En niet minder de ouderen in de gemeente voor de jongeren. Psalm 92 vergelijkt de ouderen met prachtige palm- en cederbomen, die in hun ouderdom nog vrucht dragen, zelfs fris en groen zijn, geen ingeslapen en uitgebluste christenen dus, maar juist mensen die sprankelend zijn in hun leven met God, Zijn bewogenheid uitstralen en in hun leven de vrucht van de Geest, zoals de liefde, de blijdschap, de trouw en de zachtmoedigheid, laten zien. Zal dat geen getuigenis zijn voor onze jongeren?