Eerlijk op zoek naar God
- door marleen ramaker
- gepubliceerd 22/08/2005
- toewijding aan God
-
beoordeling:




marleen ramaker
Marleen Ramaker (1944) is al ongeveer dertig jaar betrokken bij verschillende vormen van toerustings-aktiviteiten en ontwikkelde in dit kader diverse materialen en schreef een aantal boeken gericht op geloofsopbouw, persoonlijkheidsontwikkeling, kadervorming en onderlinge relaties. De coördinatie van het redactieteam van 'Groei' is nu haar hoofdtaak.
bekijk alle artikelen van marleen ramakerEerlijk op zoek naar God
Mensen zijn te zwak om de waarheid met het verstand te vinden. Daarom hebben we de Bijbel nodig
Augustinus was een Afrikaanse leermeester die zestien eeuwen geleden leefde. Hij schreef ' 'Belijdenissen' ; een boek dat nog steeds overal ter wereld wordt gelezen. De inhoud geeft herkenning bij iedereen die eerlijk op zoek is naar God. Ook Augustinus was een zoeker. Hij schreef: "Ik was God kwijt en ik was mezelf kwijt, maar ik vond mezelf weer doordat ik God weer vond".
Onszelf vinden in het vinden van God... daarom deze uitvoerige kennismaking met een man die eerlijk durfde te zijn en in zijn zoektocht tot conclusies kwam. Eén daarvan is de bekende uitspraak: "Ons hart is onrustig totdat het rust vindt in U".
God gebruikt mensen en middelen
Voor de bekering van Augustinus werd vooral zijn moeder gebruikt. Zij was een vrouw van gebed. "Heer, U hebt uw hand naar mij uitgestoken en mij uit de duisternis gehaald. Dat gebeurde door middel van mijn moeder die steeds voor mij heeft gebeden. En U hebt haar verhoord. U luisterde naar de stem van haar hart, o goede en almachtige, die zó voor ieder mens zorgt alsof U alleen voor die éne zorgt. Ik heb jarenlang geprobeerd om zelf uit de duisternis te komen, maar viel nog dieper terug. Tot groot verdriet van mijn moeder. Ze blééf voor me bidden, zodat iemand tegen haar zei: Een kind van zoveel gebeden kan niet verloren gaan. En het was haar of deze woorden uit de hemel kwamen" (12).
Augustinus ontdekte dat God het gebed gebruikt maar hij onderkende ook het belang van Gods Woord.
"Wij mensen zijn te zwak om met ons verstand de waarheid te vinden, en daarom hebben wij het gezag van de Bijbel nodig. En U wilt dat wij door de Bijbel in U geloven en U zoeken in de Bijbel, want anders had U dit boek niet in alle landen met zoveel kracht bekrachtigd" (16).
Hij had ' verkondiging' nodig om tot méér licht te komen. "Ik kan U eigenlijk niet aanroepen, als ik U niet ken. En ik kan U niet aanroepen als ik niet in U geloof. En ik kan niet in U geloven als het me niet verkondigd is" (5). Hij stond open voor Gods Woord en las erin over Jezus, de zoon van God, die mens werd.
Jezus: Middelaar
Augustinus ontdekte dat Jezus Christus hem en iedere zoeker tegemoet wil komen. Dat Hij bemiddelt en ons bij God de Vader brengt. "Ik wilde de kracht vinden die ik nodig had om echt van U te genieten. maar die was niet te vinden voordat ik de bemiddelaar tussen God en de mensen zou aanvaarden, de mens Jezus Christus, die God is, en boven alles te prijzen in eeuwigheid. Hij roept: Ik ben de weg en de waarheid en het leven" (23).
Augustinus ervoer dat Jezus Christus heel geduldig was, ook in de lange ontdekkingstocht van hem. Jezus wachtte tot Augustinus bereid was zich volledig toe te vertrouwen aan Gods liefde en vergeving.
Enkele citaten:
Uw woorden waren ingeslagen in mijn hart en ik werd aan alle kanten door U omringd. Ik was zeker van uw eeuwig leven, hoewel ik het alleen nog maar kon zien als in een spiegel. Mijn eigen tijdelijke leven bleef nog wankel en onzeker. Ik was het wel eens met de Weg, met de Verlosser, maar ik sloeg deze smalle weg nog niet in. Ik bleef op de weg van de minste weerstand sukkelen en werd verlamd door zorgen" (28).
De nieuwe wil die ik begon te krijgen, om U belangeloos te dienen, o God, die wil kon mijn oude vastgeroeste wil nog niet aan. En mijn twee willen, de oude en de nieuwe, de wereldse en de geestelijke, streden met elkaar hun tweestrijd. Het ging met mij zoals met iemand die wakker wil worden, maar zich toch weer door de slaap laat overmeesteren. Je wilt niet altijd blijven slapen, maar toch stel je het ogenblik van opstaan uit, en je geniet nog meer van de slaap, tegen je wil in. Zo verging het mij ook. Het leek me beter om op te staan, maar toch bleef ik liggen. Het was beter om me aan Uw liefde gewonnen te geven, maar toch bleef ik leven volgens mijn eigen wil en begeerte. Ik wist geen antwoord als U me riep: Word wakker, jij die slaap, en sta op uit de dood en Christus zal over je lichten" (31).
"Ik vocht met mezelf omdat ik nog steeds niet naar U toe was gegaan, terwijl mijn hele wezen zei dat ik het moest doen. En je gaat niet naar God met schepen of wagens of te voet, maar de afstand naar U was niet eens zo ver als van deze plek naar het huis. Je bent er al zodra je er wilt zijn, maar je komt er niet met een heen en weer en op en neer slingerende en halfverlamde wil (33).
Tijdens het lezen van Romeinen 13:12-14 brak echter het licht door."Al de duisternis van mijn weifelen en twijfelen vluchtte weg".
Overgave zonder reserves
Uit de gebeden van Augustinus blijkt dat hij zijn hele innerlijk voor God wilde ontsluiten. Heer, voor uw ogen ligt de diepte van de menselijke ziel open, en daarom zou het voor U niet verborgen blijven als er iets was dat ik U niet wilde belijden. Ik zou U voor mezelf verbergen, maar mijzelf niet voor U. Ik sta dus open en bloot voor U, wie of wat ik ook ben. Ik kom niet met belijdenissen van woorden en klanken, maar van mijn ziel en mijn verstand. Mijn stem zwijgt, maar mijn ziel spreekt luid" (42).
"Het huis van mijn ziel is te klein voor U; wilt U het groter maken? Het is zo bouwvallig; wilt U het vernieuwen? Er zijn dingen in mij die Uw ogen pijn doen, maar wie anders zou de ongerechtigheden kunnen vergeven dan U? Reinig mij" (7).
"Ik heb U lief, en als het te weinig is, dan wil ik U graag meer liefhebben. Ik kan de liefde niet meten en weet dus niet hoeveel liefde ik tekort kom. Ik weet alleen dat ik er slecht aan toe ben zonder U, niet alleen aan de buitenkant maar ook van binnen, en dat alle rijkdom die niet van God is, alleen maar armoede is" (61).
Bewogenheid
Augustinus sprak na zijn bekering direct met zijn moeder. Hij wilde zijn blijdschap delen. Te beginnen met haar. "Wat was ze uitbundig blij en dankbaar, want dit had ze in al haar schreiende gebeden gevraagd. Haar verdriet veranderde in vreugde, veel groter en kostbaarder en zuiverder dan als ik haar ooit nog kleinkinderen zou hebben geschonken" (35).
Ook maakte zijn zoektocht hem mild naar anderen. Hij bad voor hen en verlangde er naar dat ook hun ogen voor Gods liefde zouden opengaan.
"De ongelovigen proberen voor U te vluchten. Ze zijn als schaduwen: zelf donker, maar het is licht om hen heen. Ze proberen zich van U los te maken, maar ze weten blijkbaar niet dat U geen grenzen kent. U bent dicht bij hen die ver van U zijn. Laat ze zich toch omkeren en in Uw armen vallen en uithuilen. En dan zult U hun tranen drogen, en ze zullen nog méér huilen, maar dan van vreugde. Omdat niemand dan Uzelf, die hen geschapen heeft, hun leven vernieuwt" (14).
Bijbelleessuggestie:
1 Johannes 1:5-10
Om over na te denken / gespreksvragen:
1. Vluchten voor God zit ons in het bloed. Herkenden wij onze strijd in Augustinus' uitspraken?
2. Ons leren toevertrouwen aan Gods liefde is vaak een proces. Waarom?
Augustinus was een Afrikaanse leermeester die zestien eeuwen geleden leefde. Hij schreef ' 'Belijdenissen' ; een boek dat nog steeds overal ter wereld wordt gelezen. De inhoud geeft herkenning bij iedereen die eerlijk op zoek is naar God. Ook Augustinus was een zoeker. Hij schreef: "Ik was God kwijt en ik was mezelf kwijt, maar ik vond mezelf weer doordat ik God weer vond".
Onszelf vinden in het vinden van God... daarom deze uitvoerige kennismaking met een man die eerlijk durfde te zijn en in zijn zoektocht tot conclusies kwam. Eén daarvan is de bekende uitspraak: "Ons hart is onrustig totdat het rust vindt in U".
God gebruikt mensen en middelen
Voor de bekering van Augustinus werd vooral zijn moeder gebruikt. Zij was een vrouw van gebed. "Heer, U hebt uw hand naar mij uitgestoken en mij uit de duisternis gehaald. Dat gebeurde door middel van mijn moeder die steeds voor mij heeft gebeden. En U hebt haar verhoord. U luisterde naar de stem van haar hart, o goede en almachtige, die zó voor ieder mens zorgt alsof U alleen voor die éne zorgt. Ik heb jarenlang geprobeerd om zelf uit de duisternis te komen, maar viel nog dieper terug. Tot groot verdriet van mijn moeder. Ze blééf voor me bidden, zodat iemand tegen haar zei: Een kind van zoveel gebeden kan niet verloren gaan. En het was haar of deze woorden uit de hemel kwamen" (12).
Augustinus ontdekte dat God het gebed gebruikt maar hij onderkende ook het belang van Gods Woord.
"Wij mensen zijn te zwak om met ons verstand de waarheid te vinden, en daarom hebben wij het gezag van de Bijbel nodig. En U wilt dat wij door de Bijbel in U geloven en U zoeken in de Bijbel, want anders had U dit boek niet in alle landen met zoveel kracht bekrachtigd" (16).
Hij had ' verkondiging' nodig om tot méér licht te komen. "Ik kan U eigenlijk niet aanroepen, als ik U niet ken. En ik kan U niet aanroepen als ik niet in U geloof. En ik kan niet in U geloven als het me niet verkondigd is" (5). Hij stond open voor Gods Woord en las erin over Jezus, de zoon van God, die mens werd.
Jezus: Middelaar
Augustinus ontdekte dat Jezus Christus hem en iedere zoeker tegemoet wil komen. Dat Hij bemiddelt en ons bij God de Vader brengt. "Ik wilde de kracht vinden die ik nodig had om echt van U te genieten. maar die was niet te vinden voordat ik de bemiddelaar tussen God en de mensen zou aanvaarden, de mens Jezus Christus, die God is, en boven alles te prijzen in eeuwigheid. Hij roept: Ik ben de weg en de waarheid en het leven" (23).
Augustinus ervoer dat Jezus Christus heel geduldig was, ook in de lange ontdekkingstocht van hem. Jezus wachtte tot Augustinus bereid was zich volledig toe te vertrouwen aan Gods liefde en vergeving.
Enkele citaten:
Uw woorden waren ingeslagen in mijn hart en ik werd aan alle kanten door U omringd. Ik was zeker van uw eeuwig leven, hoewel ik het alleen nog maar kon zien als in een spiegel. Mijn eigen tijdelijke leven bleef nog wankel en onzeker. Ik was het wel eens met de Weg, met de Verlosser, maar ik sloeg deze smalle weg nog niet in. Ik bleef op de weg van de minste weerstand sukkelen en werd verlamd door zorgen" (28).
De nieuwe wil die ik begon te krijgen, om U belangeloos te dienen, o God, die wil kon mijn oude vastgeroeste wil nog niet aan. En mijn twee willen, de oude en de nieuwe, de wereldse en de geestelijke, streden met elkaar hun tweestrijd. Het ging met mij zoals met iemand die wakker wil worden, maar zich toch weer door de slaap laat overmeesteren. Je wilt niet altijd blijven slapen, maar toch stel je het ogenblik van opstaan uit, en je geniet nog meer van de slaap, tegen je wil in. Zo verging het mij ook. Het leek me beter om op te staan, maar toch bleef ik liggen. Het was beter om me aan Uw liefde gewonnen te geven, maar toch bleef ik leven volgens mijn eigen wil en begeerte. Ik wist geen antwoord als U me riep: Word wakker, jij die slaap, en sta op uit de dood en Christus zal over je lichten" (31).
"Ik vocht met mezelf omdat ik nog steeds niet naar U toe was gegaan, terwijl mijn hele wezen zei dat ik het moest doen. En je gaat niet naar God met schepen of wagens of te voet, maar de afstand naar U was niet eens zo ver als van deze plek naar het huis. Je bent er al zodra je er wilt zijn, maar je komt er niet met een heen en weer en op en neer slingerende en halfverlamde wil (33).
Tijdens het lezen van Romeinen 13:12-14 brak echter het licht door."Al de duisternis van mijn weifelen en twijfelen vluchtte weg".
Overgave zonder reserves
Uit de gebeden van Augustinus blijkt dat hij zijn hele innerlijk voor God wilde ontsluiten. Heer, voor uw ogen ligt de diepte van de menselijke ziel open, en daarom zou het voor U niet verborgen blijven als er iets was dat ik U niet wilde belijden. Ik zou U voor mezelf verbergen, maar mijzelf niet voor U. Ik sta dus open en bloot voor U, wie of wat ik ook ben. Ik kom niet met belijdenissen van woorden en klanken, maar van mijn ziel en mijn verstand. Mijn stem zwijgt, maar mijn ziel spreekt luid" (42).
"Het huis van mijn ziel is te klein voor U; wilt U het groter maken? Het is zo bouwvallig; wilt U het vernieuwen? Er zijn dingen in mij die Uw ogen pijn doen, maar wie anders zou de ongerechtigheden kunnen vergeven dan U? Reinig mij" (7).
"Ik heb U lief, en als het te weinig is, dan wil ik U graag meer liefhebben. Ik kan de liefde niet meten en weet dus niet hoeveel liefde ik tekort kom. Ik weet alleen dat ik er slecht aan toe ben zonder U, niet alleen aan de buitenkant maar ook van binnen, en dat alle rijkdom die niet van God is, alleen maar armoede is" (61).
Bewogenheid
Augustinus sprak na zijn bekering direct met zijn moeder. Hij wilde zijn blijdschap delen. Te beginnen met haar. "Wat was ze uitbundig blij en dankbaar, want dit had ze in al haar schreiende gebeden gevraagd. Haar verdriet veranderde in vreugde, veel groter en kostbaarder en zuiverder dan als ik haar ooit nog kleinkinderen zou hebben geschonken" (35).
Ook maakte zijn zoektocht hem mild naar anderen. Hij bad voor hen en verlangde er naar dat ook hun ogen voor Gods liefde zouden opengaan.
"De ongelovigen proberen voor U te vluchten. Ze zijn als schaduwen: zelf donker, maar het is licht om hen heen. Ze proberen zich van U los te maken, maar ze weten blijkbaar niet dat U geen grenzen kent. U bent dicht bij hen die ver van U zijn. Laat ze zich toch omkeren en in Uw armen vallen en uithuilen. En dan zult U hun tranen drogen, en ze zullen nog méér huilen, maar dan van vreugde. Omdat niemand dan Uzelf, die hen geschapen heeft, hun leven vernieuwt" (14).
Bijbelleessuggestie:
1 Johannes 1:5-10
Om over na te denken / gespreksvragen:
1. Vluchten voor God zit ons in het bloed. Herkenden wij onze strijd in Augustinus' uitspraken?
2. Ons leren toevertrouwen aan Gods liefde is vaak een proces. Waarom?