"Mag ik eens met u praten? Toen ik twaalf was heeft mijn broer mij verkracht. Ik was nog een kind. Hij zegt dat hij het niet meer weet. Dat gelooft toch niemand? Mijn broer ontkent alles en maakt mij belachelijk. Hij vertelt dat ik niet voor niets bij het RIAGG loop. Ik ben kapot. Maar niemand heeft het in de gaten. Ik houd me groot, anders heb ik helemaal geen leven. Maar van binnen ben ik leeg. Ik heb geen tranen meer".

Ik had een jonge vrouw aan de lijn, Hanny, die door haar oudste broer lang geleden was misbruikt. Dat vertelde ze in de eerste zin. Alsof het gisteren gebeurd was. Ze belde mij naar aanleiding van een artikel in een christelijke krant over slachtoffers van seksueel misbruik. Ze vond dat er te gemakkelijk over vergeving geschreven was in het artikel. Bovendien kwetste het haar, dat er alleen maar deskundigen geciteerd werden: psychotherapeuten, dominees, voorgangers, bijbelgetrouwe gemeenteleden, daders met veel of weinig berouw, daders die zich slachtoffer voelden en slachtoffers die de daders al lang hadden vergeven. Zij was een slachtoffer dat niet kon vergeven. Nog niet. "De zaak ligt open. In het dorp en in de kerk.", vertelde ze verder. Dat haar broer tot diaken bevestigd was, vond ze kwetsend, maar onverdraaglijk vond ze dat het in dezelfde kerk gebeurde als waar zij naar toe gaat. Of liever: waar ze tot voor kort naar toe ging. Ze had nu 'vakantie' genomen. Om een beetje afstand te nemen van haar dorp en haar kerk. "Mag ik eens langskomen. Nog eens met u praten?" Ik vond dat ze mocht langskomen. Waarom? Misschien wel omdat ze zei dat ze in haar vakantie jarig was. Ze zou het vieren met haar poes: met een tompouce en een blikje Tom Poes. "Dank u wel voor het gesprek!" Ik had nauwelijks iets gezegd. Dat was mijn cadeautje…

Vergeven?

"Vindt u dat het slachtoffer de dader moet vergeven?", vroeg een man op een lezing over incest. De manier waarop hij de vraag stelde maakte me kriebelig en ik vermoedde dat hij zelf het antwoord al wist. "Ik heb nogal moeite met het woordje 'moet' als het om vergeving gaat.", zei ik. "Dan hangt het dus van het slachtoffer af of een dader een nieuwe start kan maken. Daar heb ik moeite mee", zei de man. Dat hij er moeite mee had kon je horen en zien aan zijn gelaatsuitdrukking. 't Werd erg stil in de zaal vol ambtsdragers. Ik had ook geen zin de stilte te doorbreken en liet de woorden van de vragensteller nog even nawerken. De daders en de slachtoffers van seksueel misbruik die ik ontmoet, zijn niet zelden bijbelvaster dan ik ben. Zij kennen de teksten over vergeving en verzoening vaak uit hun hoofd. Maar, het zijn vaak alleen maar woorden. Daar praat ik met iedere dader over en ook met ieder slachtoffer. Lang en indringend. Samen trekken we een paar weken of maanden op. En nogal eens moet ik op de rem trappen om te voorkomen dat een slachtoffer voor de tweede maal verkracht wordt. Niet door haar biologische vader of broer, maar in naam van de Hemelse Vader. Vergeving is iets wat geschonken wordt. Het heeft te maken met de fase van het verwerkingsproces waarin het slachtoffer zit. Daarbij passen geen woorden als moeten of dwingen. Dat heb ik niet geleerd tijdens mijn studie theologie, maar van vrouwen zoals Hanny, die inmiddels twee maal per maand haar verhaal vertelt.

Moeder worden…

"Zou u iets over slachtoffers kunnen vertellen. Ik bedoel, laat ik zeggen, waarom ze het zo moeilijk vinden om de dader te vergeven." Een van de weinige vrouwen tijdens een lezing in een gemeente was gaan staan. Onzeker keek ze om zich heen naar de mannen.
Ik hoorde mezelf vertellen over een meisje dat me veel had geleerd. Ik zie haar nog zitten. Ze zag eruit als een vrouw die gebukt ging onder verdriet en zorgen. Iemand die aan het leven en aan mensen leed. En ze was pas negentien. Ze had me aangesproken na een lezing: "U heeft over mijn vader geschreven?" vroeg ze schuchter. "Tenminste, dat denk ik. Die man in uw boek 'Verraden Vertrouwen' zou mijn vader kunnen zijn. Hij heeft mijn leven kapot gemaakt..." Tranen stonden in haar ogen. "Ga even zitten", zei ik geschrokken en aangeslagen. Natuurlijk had ik niet over háár vader geschreven. Maar die vader in mijn boek, zo'n vader, was dus ook háár vader: een man die zijn dochter heeft verkracht. Een vader die dit meisje, zijn eigen kind, heeft...
"Want, dominee, zoals u hem beschrijft...", zei het meisje. "Zo was hij niet...?", vroeg ik tegen beter weten in. "Nee, 't was veel erger..." Het had geen zin om te zeggen, dat het haar vader niet was. En ze nam mij kwalijk dat ik als man van de kerk te gemakkelijk het woord verzoening in de mond nam. Ik zou toch beter moeten weten? Ja, dankzij haar wist ik nu beter, maar niet beter dan zij. "Dominee, hij moet de gevolgen van zijn daden dragen. Hij heeft het 'kind' in mij vermoord. Ik ben er nog wel, maar vraag mij niet wat het mij kost. Misschien komt er een moment dat ik hem alles kan zeggen. Dat moment is er nu nog niet. Eerst moet ik mijn verhaal nog honderd keer uitschreeuwen, voor ik hem eenmaal kan zien".

Uitschreeuwen

Later schreef ze mij een brief, dat ze bang was dat ze te fel was geweest, te onbeleefd tegen een dominee. Maar ik had van haar geleerd hoe moeilijk het is, werkelijk over verzoenen te praten als er menselijkerwijs onverzoenlijke daden zijn gebeurd. Ik ben voorzichtiger geworden. Ik preek dat de Here Jezus gestorven is tot een volkomen verzoening van al onze zonden. Dus Hij is ook gestorven voor de zonden van de incestdader. Maar de gevolgen van zijn zonden blijven huizenhoog staan. "Mijn vader heeft me al zo vaak geschreven of ik hém wil vergeven. Hij kan niet met de gedachte leven een dochter te hebben die niets meer van hem wil weten. Daar lijdt hij onder. En, hij kan zich bijna niets meer herinneren. Maar, het is pas vier jaar geleden gestopt. Nu is hij 41. Ach, hij heeft zoveel kapot gemaakt. Hij zegt dat hij lijdt. Zou hij zich kunnen voorstellen hoe ik me voel? Ik durf niet te denken aan een vriend, een man, een relatie. Neen, voor mij is dat niet weggelegd, denk ik. En, ik zou graag een normaal leven leiden. Trouwen in een witte jurk. Moeder worden..."

Verzoening mogelijk? Is verzoening mogelijk? Voordat over verzoening gesproken kan worden, is er de periode van oprecht berouw, van schuldbesef en schuldbelijden. In de periode van schuldbesef zal de dader op een deskundige pastorale en vaak ook op een deskundige psychotherapeutische wijze begeleid moeten worden om inzicht te krijgen in zijn zonden, zijn gewetensfunctie, en hoe hij tot zijn misdrijf is gekomen. Uit wat hij in deze periode met zijn schuld ten opzichte van de Here God, het slachtoffer, zijn vrouw, andere gezinsleden en de gemeente doet zal blijken of er - op welk niveau dan ook - vergeving en verzoening mogelijk zijn. Op grond van het Evangelie mag de incestdader na het belijden van zijn schuld tegenover de Here en zijn naasten zich door God aanvaard weten. Het bloed van de Here Jezus is ook voor hem vergoten tot een volkomen verzoening van zijn zonden. Het slachtoffer en de leden van de gemeente kunnen evenwel grote moeite hebben hoe de incestdader in de periode van schuldbesef met zijn schuld omgaat. Maar al te gemakkelijk zal hij een beroep doen op 'de Hemelse Rechter' die hem 'al' vergeven heeft. Het slachtoffer heeft bijna altijd meer tijd nodig dan de incestdader als het om vergeven en verzoenen gaat. In vele gevallen hebben incestslachtoffers langdurige pastorale zorg nodig en moeten zij zich onder psychotherapeutische behandeling stellen. Hun eerste doelstelling is het leren verwerken van eigen verwondingen en littekens. Hoe kunnen zij weer een normaal leven leiden? Een leven zonder dat zij zich vies en schuldig voelen over het seksueel misbruik dat hen is aangedaan en waar zij nooit verantwoordelijk voor gesteld mogen worden? In het zoeken naar mogelijkheden om verder te leven kan het voorkomen dat er (voorlopig) geen plaats meer is voor de dader in het leven van het slachtoffer. Veel slachtoffers kunnen het niet (meer) opbrengen de dader ooit nog te ontmoeten. Hij is het immers die de verwondingen en littekens heeft toegebracht. Vergeving en verzoening kunnen alleen geschonken worden, maar nooit afgedwongen. Zo kan het zijn dat de dader zich weer door de Here aanvaard weet, maar dat hij moet leren leven met de gevolgen van zijn daden. Die kunnen zijn dat hij geen vader meer kan zijn omdat hij zijn 'erfdeel des Heeren' niet heeft beheerd, maar heeft verwoest...(Psalm 127:3).

Luisteren

Verzoening in en tussen mensen is een thema waar veel over te zeggen valt. Het begint vaak met het zwijgen te doorbreken. Zwijgend loop je zij-aan-zij over de brug. Beneden gaapt de kloof, de afgrond, maar de toekomst ligt open. Je luistert: er is een mens, een slachtoffer, dat haar (of zijn) verhaal vertelt. Natuurlijk zitten er 'gaten' in het verhaal. Maar het gaat om de boodschap die de ander na een paar jaar, na twintig jaar, na veertig jaar, op een sterfbed, met je wil delen. Het is moeilijk om dan te blijven zitten. Om te luisteren. Om er te zijn. Om te bidden. Het lijkt vaak of je alleen bent. Toch is er altijd een Derde, Die blijft zitten, Die luistert, Die er is. Zonder die Derde, de Hemelse Rechter, zouden al mijn gesprekken over verzoening in en tussen mensen zinloos zijn…

Bijbelleessuggestie

Psalm 51

Om over na te denken / Gespreksvragen

1. Waarom is vergeving niet af te dwingen?
2. Wat vraagt luisteren en waarom is dit een absolute voorwaarde in het nabij-zijn?