Bemoediging
In Titus 2:2-8 lezen wij:"Oude mannen moeten nuchter zijn, waardig, bezadigd, gezond in het geloof, de liefde en de volharding. Oude vrouwen eveneens, priesterlijk in haar optreden, niet kwaadsprekend, niet verslaafd aan veel wijn, in het goede onderrichtende, zodat zij de jonge vrouwen opwekken man en kinderen lief te hebben, bezadigd, kuis, huishoudelijk, goed en aan haar man onderdanig te zijn, opdat het woord Gods niet gelasterd worde. Vermaan evenzo de jonge mannen bezadigd te zijn in alles, houd hun in uzelf een voorbeeld voor van goede werken, zuiverheid in de leer, waardigheid, een gezonde prediking, waarop niets valt aan te merken, opdat de tegenstander tot zijn beschaming niets ongunstigs van ons hebbe te zeggen."
Een paar verzen verder lezen we dat Paulus ernaar verlangt dat het willen leren van God en het elkaar helpen in de navolging van Jezus ertoe mag leiden dat wij "... de leer van God, onze Heiland, in alles tot sieraad strekken" (vers 10).

Paulus beoogde in deze verzen allereerst de betekenis te benadrukken van mentorschap in de christelijke gemeente. Dat immers is toch een gemeenschap van mensen die over en weer wat voor elkaar willen betekenen? Mentorschap betekent dat wij als mannen en vrouwen, jong en oud, ons verantwoordelijk voelen voor anderen en hen willen helpen om God op een waardige manier te leren dienen en te vertegenwoordigen. De hierboven geciteerde verzen zijn een oproep tot geestelijk zuster- en broederschap, tot geestelijk ouderschap, tot sámen gemeente-zijn.

Mag deze bijbelse oproep ons prioriteitenlijstje bepalen? Volgens Paulus is het van strategisch belang wanneer wij denken aan de opbouw van Gods volk én aan de opdracht die dat volk heeft in de wereld. In Titus 2:14 schrijft Paulus dat Jezus ons heeft vrijgemaakt om "voor Zich te reinigen een eigen volk, volijverig in goede werken".

Van elkaar leren
Vroeger spraken we over 'gilden', verenigingen van vakgenoten, zoals bijvoorbeeld een slagers- of schuttersgilde. Ook het begrip 'leerknecht' gaf aan dat jonge mensen - meelopend met andere vakbekwame ouderen - ervaring opdeden op bepaalde gebieden. Ook in geestelijk opzicht mag er sprake van zijn dat mensen 'leerknecht' zijn en ervaring opdoen. Wij worden in de Bijbel opgeroepen van elkaar te leren. Paulus was hiervan voortdurend doordrongen. In Colossenzen 1:28,29 lezen wij:
"Hem (Jezus) verkondigen wij, wanneer wij ieder mens terechtwijzen en ieder mens onderrichten in alle wijsheid, om ieder mens in Christus volmaakt te doen zijn. Hiervoor span ik mij ook in, onder zware strijd, naar Zijn werking, die in mij werkt met kracht." Paulus spande zich in, hij was bereid zich er helemaal voor te geven. Aan de andere kant besefte hij dat Gods Geest het door hem heen wilde doen: "... naar Zijn werking die in mij werkt met kracht". Paulus koos voor geestelijk mentorschap.

Vriendschap
Zoals Barnabas een tijd lang Paulus als mentor ondersteunde, in zijn trouw, loyaliteit en vertrouwengevende instelling, zo werd Paulus op zijn beurt een mentor voor Timotheüs en anderen. Hij stimuleerde en bemoedigde hen en gaf hun vertrouwen, ook in het geleidelijk aan delegeren van verantwoordelijkheden. Paulus kende de zegen van mensen die in zijn leven iets wilden betekenen - in naam van God - en hij was bereid om te bouwen in de levens van anderen die God op zijn weg bracht: mannen, vrouwen en echtparen. Neem bijvoorbeeld Priscilla en Aquilla, een echtpaar dat het huis leerde openen voor anderen, nadat zij eerst een tijd met Paulus hadden opgetrokken. Zij betekenden veel voor de groei van de plaatselijke gemeente.

In vriendschap en samenwerking gebruikt God mensen voor elkaar. Zij mogen aan elkaar geschaafd worden en voor elkaar een aanvulling en stimulans zijn.
"Twee zijn beter dan één, omdat zij een goede beloning hebben bij hun zwoegen. Want, indien zij vallen, dan richt de een de ander weer op; maar wee de éne, die valt zonder dat een metgezel hem opricht!" (Prediker 4:9).

Bijbelleessuggesties:
Schrijf kenmerken op van de onderlinge verhouding die ter sprake komt in deze elkaar-passages:
Johannes 13:34
Romeinen 15:7
Hebreeen 10:24,25
Efeziers 4:32
Romeinen 12:10
Romeinen 15:14
Galaten 5:13
Efeziers 5:21
Mattheüs 22:37-39

Om over na te denken / gespreksvragen:
1. Heb ik zelf de invloed van mentorschap ervaren en wat betekende dat voor mij?
2. Welke sleutelwoorden kenmerken het begrip 'mentorschap'?
3. Wat heeft gebed met mentorschap te maken?