Mentorschap
Wanneer wij over gebeurtenissen in ons leven nadenken die voor ons van invloed waren, dan denken wij vaak ook aan de mensen die erbij betrokken waren. Mensen die een negatieve invloed hadden of juist een positieve. Mensen die ons vertrouwen gaven, ons stimuleerden en de moed hadden ons te confronteren met zaken die om een oplossing of standpunt vroegen. Mensen die bereid waren om begeleiding te geven waar dat nodig was en mensen die met ons meedachten.
Volgens het woordenboek is een mentor een 'wijze, ervaren leidsman', een 'begeleider'. Een mentor (man) of mentrix (vrouw) is iemand die ervaring doorgeeft, bemoedigt, en (bege)leiding geeft bij bepaalde taken en opleidingen. Niet alleen in allerlei werkverbanden is het waardevol wanneer mensen met méér ervaring optrekken met iemand die nog ervaring moet opdoen, maar óók in het geestelijke en het kerkelijke leven zijn begeleiders nodig. Wanneer we geloven dat God ons mogelijkheden wil toevertrouwen om voor anderen tot zegen te zijn, moeten we ook openstaan om te bouwen in de levens van anderen. Mentorschap is de bereidheid om mee te werken aan de geestelijke groei in het leven van anderen, waarbij wij ook zelf open staan voor groei, door van God en anderen te willen leren, ook in onderlinge betrokkenheid en samenwerking.
Positieve invloed Waarom is het goed om over mensen na te denken die een rol in ons leven speelden? Wanneer wij onszelf bewust zijn van de invloed die anderen op ons hebben gehad, dan raken wij ook meer doordrongen van de vraag of wij een rol willen spelen in het leven van anderen. Want of wij het ons nu bewust zijn of niet, wij hebben allemaal invloed op anderen. Maar hoe willen wij deze invloed laten zijn? Drie vragen zijn hierbij belangrijk:
1. Geloven wij dat ons leven invloed heeft?
2. Willen wij deze invloed door God laten gebruiken?
3. Zijn wij bereid om deze invloed allereerst in onze eigen leefwereld, contacten en kerk of gemeente positief laten uitwerken?
Deze vragen overdenkend, mogen wij vanuit Gods Woord weten dat God ons wil gebruiken, mits wij met God in harmonie leven en vernieuwd zijn door het werk van Zijn Geest. God wil ons in Jezus aanzien en roepen tot navolging van Zijn Zoon. In die navolging wil Hij ons voor anderen gebruiken. Wanneer we willen 'blijven in Hem', gaat Hij vrucht geven. Dan is er sprake van positieve invloed: van invloed die heilzaam is voor anderen.
Investeren in mensen Zoals we zagen wil God Zijn Woord in ons leven zegenen en gebruiken. Wanneer wij mannen en vrouwen van gebed willen zijn en openstaan voor de waarheid van Gods Woord, wanneer wij dit Woord 'levend' willen laten worden door er ernst mee te maken, dan kan God ons voor anderen gaan gebruiken. Maar in hoeverre is het ons verlangen om te bouwen in de levens van anderen? Om te 'investeren' in mensen die voor God kostbaar zijn en die Hij wil gebruiken met hun eigen gaven en mogelijkheden, waarvan zij zich misschien nog bewust moeten worden? In onze tijd ervaren veel mensen dat zij steeds meer teruggeworpen worden op zichzelf, op eigen bronnen en mogelijkheden. Dat is de reden waarom mensen vaak eenzaam worden en niet de betekenis ervaren van anderen in hun leven. God roept ons daarentegen op tot liefde voor Hem en anderen, tot een leven in betrokkenheid op anderen.
pagina 2
Bemoediging
In Titus 2:2-8 lezen wij:"Oude mannen moeten nuchter zijn, waardig, bezadigd, gezond in het geloof, de liefde en de volharding. Oude vrouwen eveneens, priesterlijk in haar optreden, niet kwaadsprekend, niet verslaafd aan veel wijn, in het goede onderrichtende, zodat zij de jonge vrouwen opwekken man en kinderen lief te hebben, bezadigd, kuis, huishoudelijk, goed en aan haar man onderdanig te zijn, opdat het woord Gods niet gelasterd worde. Vermaan evenzo de jonge mannen bezadigd te zijn in alles, houd hun in uzelf een voorbeeld voor van goede werken, zuiverheid in de leer, waardigheid, een gezonde prediking, waarop niets valt aan te merken, opdat de tegenstander tot zijn beschaming niets ongunstigs van ons hebbe te zeggen."
Een paar verzen verder lezen we dat Paulus ernaar verlangt dat het willen leren van God en het elkaar helpen in de navolging van Jezus ertoe mag leiden dat wij "... de leer van God, onze Heiland, in alles tot sieraad strekken" (vers 10).
Paulus beoogde in deze verzen allereerst de betekenis te benadrukken van mentorschap in de christelijke gemeente. Dat immers is toch een gemeenschap van mensen die over en weer wat voor elkaar willen betekenen? Mentorschap betekent dat wij als mannen en vrouwen, jong en oud, ons verantwoordelijk voelen voor anderen en hen willen helpen om God op een waardige manier te leren dienen en te vertegenwoordigen. De hierboven geciteerde verzen zijn een oproep tot geestelijk zuster- en broederschap, tot geestelijk ouderschap, tot sámen gemeente-zijn.
Mag deze bijbelse oproep ons prioriteitenlijstje bepalen? Volgens Paulus is het van strategisch belang wanneer wij denken aan de opbouw van Gods volk én aan de opdracht die dat volk heeft in de wereld. In Titus 2:14 schrijft Paulus dat Jezus ons heeft vrijgemaakt om "voor Zich te reinigen een eigen volk, volijverig in goede werken".
Van elkaar leren
Vroeger spraken we over 'gilden', verenigingen van vakgenoten, zoals bijvoorbeeld een slagers- of schuttersgilde. Ook het begrip 'leerknecht' gaf aan dat jonge mensen - meelopend met andere vakbekwame ouderen - ervaring opdeden op bepaalde gebieden. Ook in geestelijk opzicht mag er sprake van zijn dat mensen 'leerknecht' zijn en ervaring opdoen. Wij worden in de Bijbel opgeroepen van elkaar te leren. Paulus was hiervan voortdurend doordrongen. In Colossenzen 1:28,29 lezen wij:
"Hem (Jezus) verkondigen wij, wanneer wij ieder mens terechtwijzen en ieder mens onderrichten in alle wijsheid, om ieder mens in Christus volmaakt te doen zijn. Hiervoor span ik mij ook in, onder zware strijd, naar Zijn werking, die in mij werkt met kracht." Paulus spande zich in, hij was bereid zich er helemaal voor te geven. Aan de andere kant besefte hij dat Gods Geest het door hem heen wilde doen: "... naar Zijn werking die in mij werkt met kracht". Paulus koos voor geestelijk mentorschap.
Vriendschap
Zoals Barnabas een tijd lang Paulus als mentor ondersteunde, in zijn trouw, loyaliteit en vertrouwengevende instelling, zo werd Paulus op zijn beurt een mentor voor Timotheüs en anderen. Hij stimuleerde en bemoedigde hen en gaf hun vertrouwen, ook in het geleidelijk aan delegeren van verantwoordelijkheden. Paulus kende de zegen van mensen die in zijn leven iets wilden betekenen - in naam van God - en hij was bereid om te bouwen in de levens van anderen die God op zijn weg bracht: mannen, vrouwen en echtparen. Neem bijvoorbeeld Priscilla en Aquilla, een echtpaar dat het huis leerde openen voor anderen, nadat zij eerst een tijd met Paulus hadden opgetrokken. Zij betekenden veel voor de groei van de plaatselijke gemeente.
In vriendschap en samenwerking gebruikt God mensen voor elkaar. Zij mogen aan elkaar geschaafd worden en voor elkaar een aanvulling en stimulans zijn.
"Twee zijn beter dan één, omdat zij een goede beloning hebben bij hun zwoegen. Want, indien zij vallen, dan richt de een de ander weer op; maar wee de éne, die valt zonder dat een metgezel hem opricht!" (Prediker 4:9).
Bijbelleessuggesties:
Schrijf kenmerken op van de onderlinge verhouding die ter sprake komt in deze elkaar-passages:
Johannes 13:34
Romeinen 15:7
Hebreeen 10:24,25
Efeziers 4:32
Romeinen 12:10
Romeinen 15:14
Galaten 5:13
Efeziers 5:21
Mattheüs 22:37-39
Om over na te denken / gespreksvragen:
1. Heb ik zelf de invloed van mentorschap ervaren en wat betekende dat voor mij?
2. Welke sleutelwoorden kenmerken het begrip 'mentorschap'?
3. Wat heeft gebed met mentorschap te maken?