Op zekere ochtend werd ik wakker, na een nacht vol dromen. Ik had de indruk dat God door de dromen tot me wilde spreken. Terwijl ik half slapend, half wakker in bed lag, kwam er opeens een nieuwe stroom beelden voor m'n ogen. Het was alsof ik getuige was van een tafereel dat zich afspeelde ergens hoog in de bergen...

Ik zag mannen lopen op een wankele hangbrug. Ze droegen zware zakken op hun rug. Het waren bouwers, die gebukt gingen onder grote zakken vol bouwstenen. Aan het einde van de hangbrug zag ik de vage omtrekken van een prachtig, immens groot gebouw. Dat was hun doel.

De bouwers waren een team. Ze hoorden bij elkaar en hadden hetzelfde doel: dat magnifieke gebouw afwerken. Of nee... niet afwerken, want ineens besefte ik dat het gebouw er nog niet was. Het moest nog gebouwd worden. De omtrek die ik waarnam, was als het ware wat iedereen in de geest zag. Zo zou het worden. Dat was het plan, de droom, de visie. De bouwers waren op weg om de eerste stenen te leggen. Vol verwachting.

Terwijl ze zo voortsjouwden over de lange, smalle, wankele hangbrug, die leidde van het ruwe, donkere bosrijke land dat achter hen lag, naar het vlakke, open terrein vóór hen, bemerkte ik een tumult onder de lange karavaan.

Iedere bouwer werd op de hielen gevolgd door een andere bouwer. Omdat ze zo dicht op elkaar volgden, was hun blik gericht op de zak met stenen die de drager voor hen op de rug droeg. Ook zij werden op hun beurt gevolgd door anderen, die hun zak met stenen zagen. De bouwers, of ze nu vooraan in de lange rij liepen, of achteraan... allemaal werden ze gevolgd door een ander, die de stenen kon zien in de zak die ze droegen. Het waren namelijk geen gesloten zakken, maar een soort stevig vlechtwerk, waarin de stenen open en bloot op elkaar gestapeld lagen.

Het tumult dat ontstond was, omdat sommigen zagen bij hen die voor hen liepen, dat er onder hun vele goede stenen zich een aantal slechte stenen bevonden. Stenen die waren aangetast door een soort rottingsproces. Het rottingsproces kwam slechts na een tijd tot uiting, want toen ze de stenen hadden uitgezocht, hadden ze het niet opgemerkt. Dat kwam namelijk omdat iedereen zijn stenen had verzameld in het mistige bos, in duistere grotten en in uitgestrekte woestijnen. Ik besefte dat alle bouwers veel moeite hadden gedaan over het verzamelen van hun stenen. Het was alsof het de resultaten waren van een jarenlang, bij sommigen een levenslang, zoeken en verzamelen. Tijdens het verzamelen waren er dus hier en daar stenen tussen geraakt van misleidende kwaliteit. Toen men ze opraapte leken ze wel goed en bruikbaar... maar nu merkten de bouwers achter hen, dat de stenen rot waren van binnen. Er zat een soort onzichtbaar klein ongedierte in, of een schimmel, dat de stenen heel langzaam verzwakte en verkruimelde.