Kostbare parel
- door david sorensen
- gepubliceerd 21/09/2005
- toewijding aan God
-
beoordeling:




david sorensen
Ik (David) heb een ontwerpburo, waar ik posters, boeken, kaarten, websites, tijdschriften, enz. maak. Het is een gevarieerde job, waarin ik de kans heb mijn gaven voluit te ontplooien. Ik hou er ook van om te tekenen. Ook fotografie is een passie van me. Ik geniet er enorm van, om de natuur in beeld te brengen. In de natuur zie ik duidelijk de grootheid van God.
bekijk alle artikelen van david sorensenKostbare parel
Terwijl ik op een ochtend met God aan het praten was, liet hij me een beeld zien van een ontzettend mooie parel. De parel was enorm groot en schitterde met allerlei felle kleuren. Deze kleuren bewogen alsof ze leefden. Het was echt een ongelooflijk zicht.
God maakte me duidelijk dat deze levende, kleurrijke, schitterende parel de kern van elk mens voorstelt: mooier dan wat we ons als mens kunnen inbeelden. Van onschatbare waarde voor God.
Wat ik daarna zag, brak me helemaal van binnen. Het was zo'n extreem contrast met de schoonheid van de parel en het was tegelijkertijd zo'n werkelijkheid, dat ik in tranen uitbarstte. God liet me zien hoe het met 'de parel' van de meeste mensen in werkelijkheid gesteld is: om de parel heen zag ik een smerige, donkere nevel. De vuiligheid droop van de parel, waardoor je niets zag van zijn eigenlijke glans en kleur.
Het zag er echt afschuwelijk uit: donker, vuil, stinkend. De wonderlijke schoonheid en schittering werd geheel aan het zicht onttrokken door deze smerigheid. Het contrast tussen de schoonheid van de parel en deze vuiligheid die 'm bedekte was onvoorstelbaar.
Dat is hoe de mens in werkelijkheid leeft: de schitterende, kleurrijke schoonheid die God in de mens gelegd heeft, wordt volledig bedekt door leugens, hoogmoed, egoïsme, oneerlijkheid, macht, ijdelheid, lust, jaloezie, enz.
Dat gaf me zo'n schok dat ik volkomen brak van binnen. Meer dan een uur kon ik niets anders doen dan huilen. Ik besefte dat dit verdriet deel was, van wat God me toonde: het was een stukje van Gods verdriet dat ik voelde. Ik besefte hoe intens hij ernaar verlangt om de vuiligheid om ons heen weg te nemen en de schoonheid van wie we zijn als zijn geliefde schepping naar buiten te brengen.
Wat me vooral zo verscheurde, was het besef van de REALITEIT van wat God me toonde. Aan de buitenkant zien we er als mensen vaak heel goed uit. We weten hoe we een goede indruk op anderen kunnen maken. We rijden in mooie auto's, dragen nette kleren en wonen in verzorgde huizen. We wassen ons regelmatig en besproeien ons met lekkere geurtjes. We spreken de juiste woorden en doen alsof alles in orde is.
Maar in werkelijkheid is ons innerlijk eigenlijk een vuile smeerboel. Hoe goed we onszelf soms ook vinden. Onze parel van Gods liefde, zuiverheid en oprechte goedheid wordt overdekt met de vuiligheid van egoïsme, onechtheid, trots, oneerlijkheid, verkeerde verlangens, enz. Hoe mooi ons uiterlijk ook kan zijn: ons innerlijk, wat onze werkelijke schoonheid is, wordt bedekt door slechtheid.
God verlangt er intens naar ons volledig te reinigen, van al deze smerigheid. Hij wil onze schoonheid naar buiten brengen. Hij wil zijn licht en zijn felle kleuren van alles wat goed is en geluk brengt naar de oppervlakte brengen. Hij wil zijn schoonheid in ons laten schitteren.
God maakte me duidelijk dat deze levende, kleurrijke, schitterende parel de kern van elk mens voorstelt: mooier dan wat we ons als mens kunnen inbeelden. Van onschatbare waarde voor God.
Wat ik daarna zag, brak me helemaal van binnen. Het was zo'n extreem contrast met de schoonheid van de parel en het was tegelijkertijd zo'n werkelijkheid, dat ik in tranen uitbarstte. God liet me zien hoe het met 'de parel' van de meeste mensen in werkelijkheid gesteld is: om de parel heen zag ik een smerige, donkere nevel. De vuiligheid droop van de parel, waardoor je niets zag van zijn eigenlijke glans en kleur.
Het zag er echt afschuwelijk uit: donker, vuil, stinkend. De wonderlijke schoonheid en schittering werd geheel aan het zicht onttrokken door deze smerigheid. Het contrast tussen de schoonheid van de parel en deze vuiligheid die 'm bedekte was onvoorstelbaar.
Dat is hoe de mens in werkelijkheid leeft: de schitterende, kleurrijke schoonheid die God in de mens gelegd heeft, wordt volledig bedekt door leugens, hoogmoed, egoïsme, oneerlijkheid, macht, ijdelheid, lust, jaloezie, enz.
Dat gaf me zo'n schok dat ik volkomen brak van binnen. Meer dan een uur kon ik niets anders doen dan huilen. Ik besefte dat dit verdriet deel was, van wat God me toonde: het was een stukje van Gods verdriet dat ik voelde. Ik besefte hoe intens hij ernaar verlangt om de vuiligheid om ons heen weg te nemen en de schoonheid van wie we zijn als zijn geliefde schepping naar buiten te brengen.
Wat me vooral zo verscheurde, was het besef van de REALITEIT van wat God me toonde. Aan de buitenkant zien we er als mensen vaak heel goed uit. We weten hoe we een goede indruk op anderen kunnen maken. We rijden in mooie auto's, dragen nette kleren en wonen in verzorgde huizen. We wassen ons regelmatig en besproeien ons met lekkere geurtjes. We spreken de juiste woorden en doen alsof alles in orde is.
Maar in werkelijkheid is ons innerlijk eigenlijk een vuile smeerboel. Hoe goed we onszelf soms ook vinden. Onze parel van Gods liefde, zuiverheid en oprechte goedheid wordt overdekt met de vuiligheid van egoïsme, onechtheid, trots, oneerlijkheid, verkeerde verlangens, enz. Hoe mooi ons uiterlijk ook kan zijn: ons innerlijk, wat onze werkelijke schoonheid is, wordt bedekt door slechtheid.
God verlangt er intens naar ons volledig te reinigen, van al deze smerigheid. Hij wil onze schoonheid naar buiten brengen. Hij wil zijn licht en zijn felle kleuren van alles wat goed is en geluk brengt naar de oppervlakte brengen. Hij wil zijn schoonheid in ons laten schitteren.