Jaren geleden liet God me iets zien wat me tot op de dag van vandaag blijft beheersen: Gods grote verlangen om met al zijn majesteit onder ons te zijn. Het is misschien wel de meest indrukwekkende openbaring die de Geest me ooit heeft gegeven. Met alles wat in Hem is verlangt God ernaar om de grootheid van zijn liefde, goedheid en enorme kracht kenbaar te maken in het midden van gelovigen.
In de Bijbel zie je dat God daarnaar hunkert met een diepte in zijn hart die voor ons onbegrijpelijk is. Voor velen van ons is dat een vreemde zaak. Hoe kan God dat willen? Wij zijn toch te slecht voor Hem? Niets is minder waar! Heel de geschiedenis van Gods volk getuigt van het vurige verlangen van God om merkbaar onder zijn volk aanwezig te zijn. Hij liet zich zien in Israel, toen ze uit Egypte geleid werden en Hij verlangt vandaag precies hetzelfde. Vroeger was Hij enkel aanwezig in de levens van een klein aantal leiders. Nu is Zijn Geest uitgestort op allen. De hele gemeente is een plaats waar Gods tegenwoordigheid kan zijn.

Toch verbaast het me dat er nauwelijks plaatsen zijn waar je Gods manifeste tegenwoordigheid echt heel sterk ervaart. Hier en daar is er wel iets van te merken. Daar hebben mensen de deur voor God in zekere mate geopend. Maar er is meer. Onnoemlijk veel meer.

Hoe komt het eigenlijk dat er zo weinig plaatsen zijn waar je binnenwandelt en Gods heerlijkheid meteen ervaart? God belooft het nochtans heel nadrukkelijk. Hij zegt in zijn Woord zelfs dat Hij wil dat ongelovigen die een kerk binnenwandelen, door de krachtige profetische aanwezigheid van de Geest op hun aangezicht zullen vallen, omdat ze door de vele gelovigen volledig doorzien worden. Gods heerlijkheid brengt dat met zich mee: de gaven van de Geest gaan sterker werken dan ooit. God kan het. Hij wil het. Hij zal het doen.

Maar waarom is het nu nog zo weinig aanwezig? Wat ik merk, is dat de meeste kerken te veel bezig zijn met dingen te doen in plaats van werkelijk op GOD gericht zijn. Er is van alles gepland, ze willen van alles bereiken en ze missen de eigenlijke kern. Ja, dat klinkt akelig om het zo te stellen, maar het is wel een realiteit. Laten we de moed hebben om eens in de spiegel te kijken en te beseffen: zijn we echt, met heel ons hart, volledig, onverdeeld op GOD gericht als we samenkomen? Of is er een programma dat we afhandelen? Proberen we zelf van alles te bereiken met de mensen?

Wat ik bijvoorbeeld al jarenlang merk, is dat veel leiders van aanbiddingsdiensten de moed niet lijken te hebben om echt volkomen op de heilige Geest te vertrouwen. Ze denken dat het van hun eigen roepen en trekken aan de mensen afhangt, om de aanbidding gaande te krijgen. Natuurlijk is er een sterk en zeer belangrijk element van het overdragen van het enthousiasme van de aanbiddingsleider op de massa. Maar er is veel meer. Er is een dimensie die kinderlijk eenvoudig is. Maar juist daarom is het beangstigend. Je weet niet wat er gebeurt. Het is volledige overgave aan de heilige Geest. Wie is het die ons echt laat aanbidden? (Dat is veel belangrijker dan we beseffen...) Wie laat er ons voor Gods troon komen? De Heilige Geest! Dat is wat Jezus zei: er zullen stromen van levend water uit je binnenste vloeien. God zoekt mensen die Hem aanbidden in geest en waarheid. God wil dat we echt in staat zijn om bij Hem te komen. Maar het geheim ligt in de leiding van de Geest van God.