Een paar maanden geleden zakte ik aan het eind van een zaterdagmiddag ontmoedigd op de bank. We hadden met ons vaste team geevangeliseerd in een winkelstraat, maar het had geen enkele bekering opgeleverd. Deze middag bedacht ik zelfs met schaamte hoe ik had gestunteld om uit mijn woorden te komen, toen de eerste persoon die ik aansprak me bot afsnauwde. Moest ìk nou een getuige voorstellen? Ik kon er niks van! Maar op het moment dat ik dreigde weg te zakken in zelfbeklag, moest ik plotseling denken aan de eerste discipelen. Hoe was het toch mogelijk dat een kleine groep mensen de wereld zò op zijn kop zette als zij?

De eerste getuigen van het evangelie waren mensen die niéts voorstelden: ze hadden geen geld, geen studie, geen goede afkomst. Simpele vissers, waren het. Ze hadden geen invloed in de wereld en werden nauwelijks voor vol aangezien. En toch gebruikte God juist deze mensen om de wereld te beïnvloeden. Maar hoe dan? Hoe kunnen mensen die géén invloed hebben tòch invloed uitoefenen? Deze vraag liet me die zaterdag niet meer los. Want ook mensen die wél hadden gestudeerd, Paulus bijvoorbeeld, worstelden met het geven van hun getuigenis. Hoe konden de woorden van een man die zei Ik kwam in zwakheid, met veel vrezen en beven tot u, mijn spreken en mijn prediking kwam niet met meeslepende woorden van wijsheid, toch zo'n uitwerking hebben dat vele mensen zich bekeerden tot God?

Ziet slechts broeders, wat gij waart, toen gij geroepen werd: niet vele wijzen naar het vlees, niet vele invloedrijken, niet vele aanzienlijken. Integendeel, wat voor de wereld dwaas is, heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen, en wat voor de wereld zwak is, heeft God uitverkoren om wat sterk is te beschamen: en wat voor de wereld onaanzienlijk en veracht is, heeft God uitverkoren, dat, wat niets is,om aan hetgeen wel iets is, zijn kracht te ontnemen, opdat geen vlees roemen zou voor God.
(1 Kor. 1:27-29)

Soms denk ik: ,,Was ik maar wat vrijmoediger in mijn getuigenis!'' En geregeld hoor ik andere christenen hetzelfde zeggen. Maar eigenlijk is de oplossing heel eenvoudig, net als het antwoord het antwoord op de vragen die ik me die zaterdagmiddag stelde: Gòd doet het! Gods kracht openbaart zich pas ten volle in zwakheid (2 Kor.12:9). Gods discipelen – ook in onze tijd - zijn niet afhankelijk van aanzien, rijkdom of wijsheid. Het enige wat we nodig hebben, is vrijmoedigheid om te getuigen – en zelfs dat moeten we van de Heer krijgen! Als dit tot ons doordringt, beseffen we de enorme nieuwe perspectieven die dit biedt.
Soms hoor je christenen zeggen: ,,Ik zou wel wíllen getuigen, maar ik mis gewoon de vrijmoedigheid om op mensen af te stappen.'' Dan is er goed nieuws: voor vrijmoedigheid ben je niet afhankelijk van jezelf, maar van God!

Druk van buitenaf
In Handelingen 13:13-49 lezen we over de reis van Paulus en Barnabas naar Pisidie. In de synagoge krijgen ze het woord, zoals dat bij rondreizende schriftgeleerden in die tijd vaker gebeurde. Paulus begint te vertellen over de geschiedenis van het Joodse volk vanaf de dag dat God hen uit Egypte bevrijdde en toont in zijn verhaal aan hoe Jezus de Oudtestamentische profetieen vervulde. Dat maakt indruk op de toehoorders: En toen zij(Paulus en Barnabas) vertrokken, verzochten zij hun tegen de eerstvolgende sabbat weder deze woorden te spreken. En na het uitgaan van de synagoge volgden vele van de Joden en de vereerders van God, die Jodengenoten waren, Paulus en Barnabas, die dan ook tot hen spraken en bij hen aandrongen om te blijven bij de genade Gods. En de volgende sabbat kwam bijna de gehele stad bijeen om het woord Gods te horen. Doch toen de Joden de scharen zagen, werden zij vervuld met nijd en spraken, lasterende, tegen hetgeen door Paulus gezegd werd. Maar Paulus en Barnabas zeiden vrijmoedig: Het was nodig, dat eerst tot u het woord Gods werd gesproken, doch nu gij het verstoot en u het eeuwige leven niet waardig keurt, zie nu wenden wij ons tot de heidenen.
Hoewel het in eerste instantie allemaal heel voorspoedig lijkt te gaan met de verkondiging van het evangelie, komt er op een bepaald moment toch tegenstand. De Joden worden nijdig om het 'succes' van de apostelen en beginnen hen zwart te maken. Op dit moment van tegenstand zeggen Paulus en Barnabas vrijmoedig waar het op staat: ,,We moesten dit wel eerst aan jullie vertellen, maar nu gaan we naar de heidenen om te doen wat God heeft opgedragen!''

Sommige christenen denken dat vrijmoedigheid hetzelfde is als een aangeboren spontaniteit om enthousiast te getuigen. Maar dat is het dus niet! Hier zien we dat het er bij vrijmoedigheid in de eerste plaats om gaat te doen en te zeggen wat God wil – juist bij druk en tegenstand van buitenaf. Het gaat niet om een spontane opwelling van enthousiasme.

Strijd van binnenuit
Ondanks hun vrijmoedigheid wordt de tegenstand wordt niet minder. Integendeel: Paulus en Barnabas worden nu juist letterlijk de stad uitgejaagd en zo komen ze in Ikonium. De Joden, die hun geen gehoor gaven, prikkelden en verbitterden de zielen der heidenen tegen de broeders. Zij verkeerden daar dan geruime tijd, vrijmoedig sprekend in vertrouwen op de Here, die getuigenis gaf aan het woord zijner genade en tekenen en wonderen door hun handen deed geschieden (Hand.14:2,3, zie ook 1 Thess. 2:2).

Ook in Ikonium blijven de apostelen, ondanks tegenstand, vrijmoedig getuigen. Waarom? Omdat ze spreken vanuit vertrouwen op de Here! Nogmaals, onze vrijmoedigheid moeten we niet zoeken in ons karakter, maar in de Here. Vertrouwen we Hem echt? Durven we zijn woord – niet het onze - te spreken, vanuit het vertrouwen dat Hij zijn eigen woorden zal bevestigen? Niet alleen druk van buitenaf, maar ook strijd van binnenuit –twijfel aan de Heer – kan onze vrijmoedigheid wegroven! De andere kant van het verhaal is ook waar: als je diep overtuigd bent van de waarheid van het evangelie, dan gaat vanzelf het verlangen branden in je binnenste om die waarheid te verkondigden. Vandaar dat pasbekeerde mensen – en mensen die vol zijn van de 'eerste liefde' waar Openbaringen 2:4 over spreekt! – vaak ook van die vurige 'evangelisten' zijn. Mensen gaan voor eeuwig verloren, tenzij ze Jezus in geloof aannemen. De bijbel leert ons: Mensen brengen de eeuwigheid door bij hun hemelse Vader – óf zullen branden in een eeuwig vuur. Geen prettige boodschap, maar wel een keiharde realiteit. Maar wie daaraan twijfelt, of er liever niet aan denkt, zit vaak ook niet te wachten op vrijmoedigheid…