Liefde voor geld
Een belangrijk gebied waarin onze integriteit getest zal worden zijn onze financien. Gelet op de manier waarop Paulus omging met het geld dat door Gods volk als offergave werd gebracht, stelde hij in 2 Korintiers 8:21 een principe in: Want wij zijn bedacht op hetgeen behoorlijk is, niet alleen voor het oog des Heren, maar ook voor dat der mensen.
Het is niet voldoende dat we zorgvuldig omgaan met zulk geld. We moeten er op zo'n manier mee omgaan dat we zuivere verantwoording kunnen afleggen aan iedereen die het recht heeft ernaar te informeren. Onze houding ten opzichte van geld is één van de belangrijkste gebieden van ons karakter. Paulus waarschuwde Timotheüs dat de wortel van alle kwaad is de geldzucht (1 Tim. 6:10). Later, in 2 Timotheüs 3:2-5 benoemt Paulus de twee basisgebieden van bederf van het menselijk karakter in de eindtijd: liefde voor het 'ik' (zelfzucht) en liefde voor geld (geldgierigheid). Vervolgens noemt hij zestien andere vormen van bederf op, waaronder pocherij, ondankbaarheid, onheiligheid, kwaadsprekerij, brutaliteit, trouweloosheid, onhandelbaarheid en opgeblazenheid. Het schokte me toen ik op een dag besefte dat al deze vreselijke ondeugden voortkomen uit die ene boze wortel: de liefde voor geld. In de tweede helft van de twintigste eeuw zijn we getuigen geweest van het tragische schouwspel van christelijke bedieningen die openlijk beschuldigd werden van oneerlijk en onethisch omgaan met geld. Voor ieder geval dat publiekelijk bekend werd zijn er waarschijnlijk meer die net zo schuldig zijn, maar waarbij dat nooit openbaar is gemaakt. Omdat ik zelf – onder God – aan het hoofd sta van een internationale christelijke bediening heb ik deze feiten ernstig ter harte genomen. Ik ben dankbaar dat God me goed toegeruste medewerkers heeft gegeven die zorgvuldig de giften beheren die we ontvangen van Gods kinderen. Ik vrees echter dat er sommige christelijke organisaties zijn die wel eerlijk zijn, maar die niet het belang inzien van het vestigen van integriteit in de ogen van mensen.

Enige jaren geleden ontvingen Ruth en ik een verzoek om geld door een bediening wiens doelstellingen we van harte onderschreven. Het verzoek betrof een project dat ons interesseerde en men gaf ook een schatting van de kosten. Als reactie stuurden Ruth en ik een voor ons behoorlijke bijdrage. Na lange tijd ontvingen we een rapport van de organisatie, waaruit bleek dat het onmogelijk was geweest door te gaan met het oorspronkelijke project, maar dat onze bijdrage gebruikt was voor een ander project op een ander gebied. We hebben hen in gedachten nooit van oneerlijkheid beschuldigd, maar toch vonden we dat we op de hoogte gesteld hadden moeten worden van het feit dat ons geld in een ander project was gestoken, zodat we de mogelijkheid hadden ons geld terug te vragen – ook al zouden we dat niet hebben gedaan. Daarover nadenkend kwam ik tot de conclusie dat deze ene bediening – in dit geval – een kans had gemist om hun integriteit te vestigen.

Let op uw woorden
Een ander gebied waarin onze integriteit zeker getest zal worden is ons spreken. Opnieuw is het Jakobus die dit onderwerp naar voren brengt: Want wij struikelen allen in velerlei opzicht; wie in zijn spreken niet struikelt, is een volmaakt man, in staat zelfs zijn gehele lichaam in toom te houden. (Jakobus 3:2)
Jakobus gebruikt het woord 'volmaakt' om iemand te beschrijven die zijn tong onder controle heeft. Het gebruik van dat woord geeft aan dat Jakobus integriteit in gedachten heeft – een compleet, volledig ontwikkeld karakter. In de bergrede geeft Jezus heel eenvoudige, specifieke regels voor het gebruik van de tong: Laat het ja dat gij zegt, ja zijn, en het neen, neen; wat daar bovenuit gaat, is uit den boze. (Matt. 5:37) Ik moet toegeven dat het me jaren heeft gekost om me de volledige betekenis van deze woorden eigen te maken. ,,Zeg wat je bedoelt,'' zegt Jezus ,,alleen dat en meer niet. Alles wat verder gaat dan dat is niet alleen verkeerd, maar het komt in feite voort uit de boze – dat is van satan zelf.'' Dit betekent dat als we geen zorgvuldige, bijbelse controle houden over de woorden die we spreken en de taal die we gebruiken, we een deur hebben geopend waardoor satan zijn invloed op ons leven kan uitoefenen. Later komt Jezus in zijn onderwijs op dit onderwerp terug: Maar Ik zeg u: van elk ijdel woord, dat de mensen zullen spreken, zullen zij rekenschap geven op de dag des oordeels, want naar uw woorden zult gij gerechtvaardigd worden en naar uw woorden zult gij geoordeeld worden. (Matt. 12:36-37)
Wanneer mensen geconfronteerd worden met de dwaze of onzorgvuldige woorden die ze gesproken hebben, reageren ze vaak met: ,,Maar zo bedoelde ik het helemaal niet!'' Toch zijn het juist dit soort woorden waar Jezus naar verwijst – ijdele woorden – woorden die we helemaal niet zo bedoelen. Jezus legt ook uit waarom zulke woorden zo belangrijk zijn: Want uit de overvloed des harten spreekt de mond (Matt. 12:34).
Waar het hart vol van is, loopt de mond van over. Datgene wat over onze lippen komt toont wat in ons hart is. In het vierde hoofdstuk van Hooglied vinden we, naar mijn idee, een prachtig, poetisch beeld van de Bruid van Christus, de Gemeente. Er wordt speciale aandacht gelegd op haar spraakorgaan: Als scharlaken draad zijn uw lippen [verlost en geheiligd door het bloed van Jezus] en liefelijk is uw mond. En verder: Van honingzeem druppelen uw lippen, bruid, honig en melk is onder uw tong.
Dit betekent dat we onze tong voortdurend moeten gebruiken om de Heer Jezus te verheerlijken en aanbidden en om de waarheiden van het Evangelie te verkondigen. De meest effectieve manier om een verkeerd gebruik van onze tong te voorkomen is het voortdurend bezig zijn met het goede gebruik ervan.

De zonde van overdrijving
Een voorbeeld van fout taalgebruik waarin christenen vaak vallen – in het bijzonder christenen die in de bediening staan: overdrijving. We hebben er zelfs een nieuwe benaming voor: 'evangelisch taalgebruik'. De reden voor overdrijving is meestal om grotere nadruk op onze woorden te leggen, zodat ze meer zullen uitwerken. Maar dit keert zich uiteindelijk tegen ons. Het maakt onze woorden niet méér effectief, maar minder. We kunnen dit illustreren aan de hand van twee woorden die vaak gebruikt worden in het alledaags Nederlands: vreselijk en afschuwelijk. Oorspronkelijk hadden beide woorden een waardevolle, specifieke betekenis. 'Vreselijk' betrof iets dat 'vrees' opwekte; 'afschuwelijk' duidde iets aan dat 'afschuw' opriep. Maar door het voortdurende misbruik van deze beide woorden hebben ze de juiste betekenis verloren. Als we nu iets willen beschrijven dat echt afschuw of vrees oproept, moeten we een andere manier verzinnen om dat te zeggen. We ontdekken dat Jezus ons een regel heeft gegeven die zowel geestelijk als taalkundig is: Laat uw ja echt ja zijn, en uw nee nee. Met andere woorden: zeg precies wat u wilt zeggen – niet meer en niet minder – en kies dan de meest accurate woorden om dat te doen.

Op verschillende momenten heb ik de boeken van twee succesvolle evangelisten uit de geschiedenis van de Engelse taal bestudeerd: John Wesley en Charles Finney.Ik heb ontdekt dat beiden buitengewoon voorzichtig en precies waren in hun woordkeus. Dit gaf hen geloofwaardigheid – iets dat ontbreekt bij sommige latere predikers.

Oppervlakkige aanpak
Er zijn natuurlijk verschillende andere terreinen waarop we beproefd zullen worden. Er is bijvoorbeeld het hele gebied van onze persoonlijke relaties: met mensen van het andere geslacht; binnen onze eigen gezinnen; en met andere leden van Gods gezin. In elk van die gebieden vereist integriteit dat we het goede voor de ander zoeken, voordat we aan onszelf denken. Of het gebied van ons werk: hier is de sleutelvereiste een ijverige en betrouwbare houding. Vele werkgevers en bedrijven vandaag de dag zouden Salomo's retorische vraag kunnen nazeggen: ,,Een betrouwbaar man, wie kan hem vinden?'' Voor succes op deze en andere gebieden is integriteit de onontbeerlijke basisvoorwaarde.

Proclameer Gods woord: ,,Ik zal alle dingen beproeven en behouden wat goed is. Ik zal mij onthouden van iedere vorm van kwaad. En de God van vrede zal mij volkomen heiligen en mijn geest, ziel en lichaam zullen onberispelijk bewaard zijn bij de komst van onze Heer Jezus Christus.'' (Naar 1 Thessalonicensen 5:21-23)