Apart gezet
Uw karakter is een levend getuigenis voor de verlorenen – en voor de Kerk. In een wereld waarin alles vervaagt, waardeert God integriteit nog altijd.
Het woord 'integriteit' hangt samen met de wiskundige term 'integer', wat een heel getal aangeeft, in tegenstelling tot een breuk. Toegepast op een persoon betekent integriteit een heel, afgerond karakter, zonder breuken - zonder incomplete gebieden. Om zo integer te worden moet iemand een reeks ervaringen doorstaan die zijn ontworpen om ieder gebied van het karakter te testen. In tegenstelling tot het Engels (en Nederlands) hebben de twee oorspronkelijke talen van de bijbel – het Hebreeuws en Grieks – slechts één woord voor 'geloof' en 'betrouwbaarheid'. Een man van geloof moet dus ook betrouwbaar zijn. Zo iemand is niet gemakkelijk te vinden. Hoewel Salomo alle twaalf stammen van Israel tot zijn beschikking had, riep hij toch uit: Een betrouwbaar man, wie kan hem vinden? (Spreuken 20:6).
Een integere man
Een bijbels voorbeeld van een integere man is Job. We zouden nooit alle verwikkelingen kunnen begrijpen die Job door moest maken als de Bijbel niet een sluier opzij had getrokken om ons een glimp te geven van gebeurtenissen in de hemel. God is buitengewoon trots op Job. Hij roemt zelfs over hem tegenover satan: Hebt gij ook acht geslagen op mijn knecht Job? Want niemand op aarde is als hij, zó vroom en oprecht, godvrezend en wijkende van het kwaad. (Job 1:8)
In het volgende vers reageert satan (die nooit enig goeds zal zeggen over een dienaar van de Heer): Is het om niet dat Job God vreest?
Vervolgens herinnert hij God aan alle manieren waarop God Job heeft gezegend en beschermd en eindigt hij met de conclusie: Strek daarentegen uw hand uit en tast alles aan wat hij bezit – of hij U dan niet openlijk zal vaarwel zeggen!
God heeft zo'n vertrouwen in Job dat Hij de uitdaging van satan aangaat. Hij zegt hem: Zie, al wat hij bezit zij in uw macht; alleen tegen hemzelf zult gij uw hand niet uitstrekken.
Zodra God zijn beschermende hand heeft opgeheven slaagt satan erin systematisch alles te vernietigen wat Job bezit – al zijn vee en bezittingen en zelfs zijn zeven zonen en drie dochters. Toch blijft Gods vertrouwen in Job ongeschonden. In dit alles zondigde Job niet en schreef Gode niets ongerijmds toe. (Job 1:22)
Er volgt een tweede gesprek tussen God en satan waarin God opnieuw hoog opgeeft over Job en zegt dat hij, ondanks alles wat er gebeurd is, nog steeds volhardt in zijn vroomheid [integriteit]. Als antwoord daagt satan God opnieuw uit: Strek daarentegen uw hand uit en tast zijn gebeente en zijn vlees aan – of Hij u dan niet openlijk zal vaarwel zeggen! Ook nu accepteert God de uitdaging rond Job. Zie, hij zij in uw macht; alleen, spaar zijn leven.
Nu hij de vrije hand heeft gekregen van God slaat satan Job met boze zweren, van zijn voetzool af tot zijn hoofdschedel toe. Op dit punt valt zelfs Jobs vrouw zijn integriteit aan: Volhardt gij nog in uw vroomheid [integriteit]? Zeg God vaarwel en sterf! (Job 2:9)
Als u nauwkeurig onderzoekt wat Job moest doormaken is het duidelijk dat hij begreep dat zijn integriteit beproefd werd. Temidden van dit alles roept hij uit: Totdat ik de geest geef, zal ik mijn onschuld [integriteit] niet prijsgeven! (Job 27:5).
In zijn slotrede bevestigt hij dat nogmaals: Hij wege mij op een zuivere weegschaal, dan zal God mijn onschuld [integriteit] erkennen. (Job 31:6)
Maar waarom? Het Nieuwe Testament waarschuwt ons dat we als christenen voorbereid moeten zijn beproevingen te ondergaan – hoewel onze tests niet noodzakelijk zo zwaar hoeven te zijn als die van Job. Toch moeten we, net als Job, begrijpen dat God niet toelaat dat we beproefd worden omdat Hij boos op ons is, of tégen ons. Zijn einddoel is integriteit in ons voort te brengen. Hij wil trots op ons zijn, zoals Hij dat ook was op Job.
In Jakobus 1:2-4 krijgen we instructies hoe we moeten reageren op beproeving: Houdt het voor enkel vreugde, mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt, want gij weet, dat de beproefdheid van uw geloof volharding uitwerkt. Maar die volharding moet volkomen doorwerken, zodat gij volkomen en onberispelijk zijt en in niets tekort schiet.
Die laatste zin - ,,volkomen en onberispelijk en in niets tekort schietend''- beschrijft een christelijk karakter dat helemaal afgerond is zonder 'gebroken' gebieden. Dat is wat integriteit wil zeggen!
pagina 2
Liefde voor geld
Een belangrijk gebied waarin onze integriteit getest zal worden zijn onze financien. Gelet op de manier waarop Paulus omging met het geld dat door Gods volk als offergave werd gebracht, stelde hij in 2 Korintiers 8:21 een principe in: Want wij zijn bedacht op hetgeen behoorlijk is, niet alleen voor het oog des Heren, maar ook voor dat der mensen.
Het is niet voldoende dat we zorgvuldig omgaan met zulk geld. We moeten er op zo'n manier mee omgaan dat we zuivere verantwoording kunnen afleggen aan iedereen die het recht heeft ernaar te informeren. Onze houding ten opzichte van geld is één van de belangrijkste gebieden van ons karakter. Paulus waarschuwde Timotheüs dat de wortel van alle kwaad is de geldzucht (1 Tim. 6:10). Later, in 2 Timotheüs 3:2-5 benoemt Paulus de twee basisgebieden van bederf van het menselijk karakter in de eindtijd: liefde voor het 'ik' (zelfzucht) en liefde voor geld (geldgierigheid). Vervolgens noemt hij zestien andere vormen van bederf op, waaronder pocherij, ondankbaarheid, onheiligheid, kwaadsprekerij, brutaliteit, trouweloosheid, onhandelbaarheid en opgeblazenheid. Het schokte me toen ik op een dag besefte dat al deze vreselijke ondeugden voortkomen uit die ene boze wortel: de liefde voor geld. In de tweede helft van de twintigste eeuw zijn we getuigen geweest van het tragische schouwspel van christelijke bedieningen die openlijk beschuldigd werden van oneerlijk en onethisch omgaan met geld. Voor ieder geval dat publiekelijk bekend werd zijn er waarschijnlijk meer die net zo schuldig zijn, maar waarbij dat nooit openbaar is gemaakt. Omdat ik zelf – onder God – aan het hoofd sta van een internationale christelijke bediening heb ik deze feiten ernstig ter harte genomen. Ik ben dankbaar dat God me goed toegeruste medewerkers heeft gegeven die zorgvuldig de giften beheren die we ontvangen van Gods kinderen. Ik vrees echter dat er sommige christelijke organisaties zijn die wel eerlijk zijn, maar die niet het belang inzien van het vestigen van integriteit in de ogen van mensen.
Enige jaren geleden ontvingen Ruth en ik een verzoek om geld door een bediening wiens doelstellingen we van harte onderschreven. Het verzoek betrof een project dat ons interesseerde en men gaf ook een schatting van de kosten. Als reactie stuurden Ruth en ik een voor ons behoorlijke bijdrage. Na lange tijd ontvingen we een rapport van de organisatie, waaruit bleek dat het onmogelijk was geweest door te gaan met het oorspronkelijke project, maar dat onze bijdrage gebruikt was voor een ander project op een ander gebied. We hebben hen in gedachten nooit van oneerlijkheid beschuldigd, maar toch vonden we dat we op de hoogte gesteld hadden moeten worden van het feit dat ons geld in een ander project was gestoken, zodat we de mogelijkheid hadden ons geld terug te vragen – ook al zouden we dat niet hebben gedaan. Daarover nadenkend kwam ik tot de conclusie dat deze ene bediening – in dit geval – een kans had gemist om hun integriteit te vestigen.
Let op uw woorden
Een ander gebied waarin onze integriteit zeker getest zal worden is ons spreken. Opnieuw is het Jakobus die dit onderwerp naar voren brengt: Want wij struikelen allen in velerlei opzicht; wie in zijn spreken niet struikelt, is een volmaakt man, in staat zelfs zijn gehele lichaam in toom te houden. (Jakobus 3:2)
Jakobus gebruikt het woord 'volmaakt' om iemand te beschrijven die zijn tong onder controle heeft. Het gebruik van dat woord geeft aan dat Jakobus integriteit in gedachten heeft – een compleet, volledig ontwikkeld karakter. In de bergrede geeft Jezus heel eenvoudige, specifieke regels voor het gebruik van de tong: Laat het ja dat gij zegt, ja zijn, en het neen, neen; wat daar bovenuit gaat, is uit den boze. (Matt. 5:37) Ik moet toegeven dat het me jaren heeft gekost om me de volledige betekenis van deze woorden eigen te maken. ,,Zeg wat je bedoelt,'' zegt Jezus ,,alleen dat en meer niet. Alles wat verder gaat dan dat is niet alleen verkeerd, maar het komt in feite voort uit de boze – dat is van satan zelf.'' Dit betekent dat als we geen zorgvuldige, bijbelse controle houden over de woorden die we spreken en de taal die we gebruiken, we een deur hebben geopend waardoor satan zijn invloed op ons leven kan uitoefenen. Later komt Jezus in zijn onderwijs op dit onderwerp terug: Maar Ik zeg u: van elk ijdel woord, dat de mensen zullen spreken, zullen zij rekenschap geven op de dag des oordeels, want naar uw woorden zult gij gerechtvaardigd worden en naar uw woorden zult gij geoordeeld worden. (Matt. 12:36-37)
Wanneer mensen geconfronteerd worden met de dwaze of onzorgvuldige woorden die ze gesproken hebben, reageren ze vaak met: ,,Maar zo bedoelde ik het helemaal niet!'' Toch zijn het juist dit soort woorden waar Jezus naar verwijst – ijdele woorden – woorden die we helemaal niet zo bedoelen. Jezus legt ook uit waarom zulke woorden zo belangrijk zijn: Want uit de overvloed des harten spreekt de mond (Matt. 12:34).
Waar het hart vol van is, loopt de mond van over. Datgene wat over onze lippen komt toont wat in ons hart is. In het vierde hoofdstuk van Hooglied vinden we, naar mijn idee, een prachtig, poetisch beeld van de Bruid van Christus, de Gemeente. Er wordt speciale aandacht gelegd op haar spraakorgaan: Als scharlaken draad zijn uw lippen [verlost en geheiligd door het bloed van Jezus] en liefelijk is uw mond. En verder: Van honingzeem druppelen uw lippen, bruid, honig en melk is onder uw tong.
Dit betekent dat we onze tong voortdurend moeten gebruiken om de Heer Jezus te verheerlijken en aanbidden en om de waarheiden van het Evangelie te verkondigen. De meest effectieve manier om een verkeerd gebruik van onze tong te voorkomen is het voortdurend bezig zijn met het goede gebruik ervan.
De zonde van overdrijving
Een voorbeeld van fout taalgebruik waarin christenen vaak vallen – in het bijzonder christenen die in de bediening staan: overdrijving. We hebben er zelfs een nieuwe benaming voor: 'evangelisch taalgebruik'. De reden voor overdrijving is meestal om grotere nadruk op onze woorden te leggen, zodat ze meer zullen uitwerken. Maar dit keert zich uiteindelijk tegen ons. Het maakt onze woorden niet méér effectief, maar minder. We kunnen dit illustreren aan de hand van twee woorden die vaak gebruikt worden in het alledaags Nederlands: vreselijk en afschuwelijk. Oorspronkelijk hadden beide woorden een waardevolle, specifieke betekenis. 'Vreselijk' betrof iets dat 'vrees' opwekte; 'afschuwelijk' duidde iets aan dat 'afschuw' opriep. Maar door het voortdurende misbruik van deze beide woorden hebben ze de juiste betekenis verloren. Als we nu iets willen beschrijven dat echt afschuw of vrees oproept, moeten we een andere manier verzinnen om dat te zeggen. We ontdekken dat Jezus ons een regel heeft gegeven die zowel geestelijk als taalkundig is: Laat uw ja echt ja zijn, en uw nee nee. Met andere woorden: zeg precies wat u wilt zeggen – niet meer en niet minder – en kies dan de meest accurate woorden om dat te doen.
Op verschillende momenten heb ik de boeken van twee succesvolle evangelisten uit de geschiedenis van de Engelse taal bestudeerd: John Wesley en Charles Finney.Ik heb ontdekt dat beiden buitengewoon voorzichtig en precies waren in hun woordkeus. Dit gaf hen geloofwaardigheid – iets dat ontbreekt bij sommige latere predikers.
Oppervlakkige aanpak
Er zijn natuurlijk verschillende andere terreinen waarop we beproefd zullen worden. Er is bijvoorbeeld het hele gebied van onze persoonlijke relaties: met mensen van het andere geslacht; binnen onze eigen gezinnen; en met andere leden van Gods gezin. In elk van die gebieden vereist integriteit dat we het goede voor de ander zoeken, voordat we aan onszelf denken. Of het gebied van ons werk: hier is de sleutelvereiste een ijverige en betrouwbare houding. Vele werkgevers en bedrijven vandaag de dag zouden Salomo's retorische vraag kunnen nazeggen: ,,Een betrouwbaar man, wie kan hem vinden?'' Voor succes op deze en andere gebieden is integriteit de onontbeerlijke basisvoorwaarde.
Proclameer Gods woord: ,,Ik zal alle dingen beproeven en behouden wat goed is. Ik zal mij onthouden van iedere vorm van kwaad. En de God van vrede zal mij volkomen heiligen en mijn geest, ziel en lichaam zullen onberispelijk bewaard zijn bij de komst van onze Heer Jezus Christus.'' (Naar 1 Thessalonicensen 5:21-23)