Een hart van ware aanbidding...

Het thema 'aanbidding' heeft de laatste tijd jaren steeds meer aandacht gekregen. Ook mij heeft God recentelijk belangrijke lessen geleerd op dit gebied - en ik geloof dat Hij me een dieper begrip gegeven heeft van wat aanbidding inhoudt. Iets daarvan wil ik in deze brief graag met u delen. Ik ben me er altijd van bewust geweest dat aanbidding één van de belangrijkste thema's is in de bijbel en dat aanbidding heel belangrijk is in ons persoonlijke leven, maar ik had nooit het gevoel echt duidelijk te vatten wat aanbidding werkelijk inhoudt. Ik geloof dat ware aanbidding heel erg verschilt van hetgeen waar veel kerkgangers tegenwoordig mee vertrouwd zijn geraakt. In veel kerken gebruikt men de term 'aanbiddingdienst'. Ik heb ervaren - zonder kritisch te willen zijn - dat in veel van deze kerken weinig werkelijke aanbidding plaatsvindt. Daarom wil ik de stappen naar werkelijke aanbidding en de aard van aanbidding onderzoeken. Vervolgens wil ik de vrucht van ware aanbidding laten zien, die volgens mij bestaat uit rust.

Velen zullen het met mij eens zijn als ik zeg dat rust tegenwoordig een zeldzaam goed is in de Westerse samenleving. Hoeveel mensen weten werkelijk hoe ze tot rust moeten komen? Laten we eens kijken naar Psalm 95:
 
Komt, laat ons jubelen voor de Here, juichen ter ere van de rots onzes heils.
Laat ons met lofzang voor zijn aangezicht komen, ter ere van Hem juichen bij
snarenspel. Want de Here is een groot God, een groot Koning, boven alle
goden, in wiens hand de diepten der aarde zijn, en wiens de toppen der
bergen zijn; wiens de zee is, daar Hij ze heeft gemaakt, ook het droge, dat
zijn handen hebben geformeerd. Treedt toe, laten wij ons nederwerpen en ons
buigen, knielen voor de Here, onze Maker; want Hij is onze God, en wij zijn
het volk dat Hij weidt, de schapen zijner hand. Och, of gij heden naar zijn
stem hoordet! Verhardt uw hart niet, gelijk bij Meriba, gelijk ten dage van
Massa, in de woestijn, toen uw vaderen Mij verzochten, Mij op de proef
stelden, ofschoon ze mijn werk hadden gezien. Veertig jaren heb ik Mij
geergerd aan dat geslacht, Ik zeide: Het is een volk, dwalende van hart, en
zij kennen mijn wegen niet. Daarom heb ik gezworen in mijn toorn: Tot mijn
rustplaats zullen zij niet komen!

Het eerste gedeelte van deze psalm is erg bekend, terwijl het tweede waarschijnlijk minder vaak gelezen wordt. Het is ook ongebruikelijk dat een psalm eindigt met zo'n negatieve uitlating. Toch geloof ik dat er bijzondere nadruk op ligt.

Drie dingen zijn nauw met elkaar verbonden, hoewel ze onderling wel van elkaar verschillen: dankzegging, lofprijs en aanbidding. Deze begrippen zou ik willen vergelijken met de kleuren van een regenboog; ze zijn verschillend van elkaar, maar vloeien wel in elkaar over. Eenvoudig gezegd, we danken God voor wat Hij doet, en in het bijzonder Zijn goedheid voor ons persoonlijk. We prijzen Hem om Zijn grootheid. Maar aanbidding brengt ons in contact met Gods heiligheid. Van alle eigenschappen van God - en dat zijn er veel - is zijn heiligheid het moeilijkst te vatten met ons verstand, omdat heiligheid niet te vergelijken is met enige eigenschap hier op aarde. We kunnen spreken over Gods wijsheid, en we kennen wijze mensen. We kunnen spreken over Gods grootheid, en we kennen grote menselijke namen. We kunnen spreken over Gods kracht, en we zien voorbeelden van kracht. Maar behalve God zelf, kennen we geen demonstratie van wat heiligheid is. Het is iets unieks, wat voorbehouden is aan God zelf en aan hen die het van God ontvangen hebben. Ik geloof dat aanbidding ons specifiek in contact brengt met Gods heiligheid.

Juist omdat het moeilijk is Gods heiligheid te begrijpen, is ook het moeilijk om werkelijk in aanbidding te komen. Toch geloof ik dat er bepaalde stappen zijn die we kunnen volgen. In Psalm 100 staat wat we zouden moeten doen:

Gaat met een loflied (Engels: danklied) zijn poorten binnen, zijn voorhoven met een lofgezang.
(vers 4)

Dit zijn twee stappen om God te naderen. We gaan de poorten van Gods stad binnen door dankbaarheid en komen dan verder in Gods voorhoven door lofprijs. Maar deze twee zijn allebei nog geen aanbidding. Elk woord in de bijbel dat 'aanbidding' betekent of dat vertaald is met 'aanbidding' - zowel in het Oude Testament als het Nieuwe - beschrijft een houding. Ik denk dat God mij hiermee duidelijk heeft gemaakt dat aanbidding in eerste instantie te maken heeft met een houding, zowel van het lichaam als van het hart. Door de hele bijbel heen zien we dit principe terugkomen: er zijn namelijk vele specifieke lichaamshoudingen verbonden met aanbidding: het hoofd buigen, het bovenste deel van het lichaam buigen, het uitstrekken van de armen met de handen naar boven
gericht. De bijbel spreekt ook veel over een andere houding: op ons aangezicht vallen voor God. Hoewel dit in veel hedendaagse kerkelijke culturen niet meer gebruikelijk is, vinden we deze houding toch heel veel in de bijbel. Daarom vraag ik me persoonlijk af of iemand die nooit voor God op zijn gezicht heeft gelegen, ooit wel zo dicht bij God is geweest. In de bijbel is het in ieder geval moeilijk om tussen de belangrijkste personen iemand te vinden die niet voor God op zijn aangezicht heeft gelegen. Zelf doe ik dit zo nu en dan ook, niet om mezelf te rechtvaardigen of als een wettisch ritueel, maar op momenten dat ik behoefte heb aan veiligheid. De veiligste plaats die ik ken, is
liggend op mijn gezicht voor God. John Bunyan zei: ,,Hij die ligt, hoeft niet bang te zijn om te vallen.'' Eenmaal op de grond liggend, kun je niet lager zinken. Jezus zei dat ieder die zichzelf vernedert, verhoogd zal worden; zo zal ook ieder die zichzelf verhoogt, vernederd worden (zie Matth.23:12).

Jesaja had een visioen waarin hij de hemel zag en de prachtige hemelse wezens rondom Gods troon (Jesaja 6). Hij kreeg zicht op de aanbidding in de hemel. Hij spreekt vooral over wezens die 'serafs' genoemd worden. Het Hebreeuwse woord 'seraf' is direct verbonden met het woord 'vuur'. Serafs zijn vurige wezens heel dicht bij Gods troon. In Jesaja staat dat elk van hen drie paar vleugels had. Dag en nacht riepen ze: ,,Heilig, heilig, heilig is de Here.'' Altijd raak ik weer onder de indruk van wat ze met hun vleugels deden: met twee ervan bedekten ze hun gezicht, met twee hun voeten, en met de overige twee vlogen ze. Het bedekken van het gezicht en de voeten interpreteer ik als aanbidding, het vliegen als dienstbetoon. Let daarbij vooral op de volgorde en de verhoudingen. Ten eerste komt aanbidding vòòr dienstbetoon. Ik vraag me vaak af of onze dienstbaarheid (ons werken) wel acceptabel is als er geen aanbidding aan vooraf is gegaan; als ons werken niet voortkomt uit aanbidding. En kijkt u eens naar de verhoudingen: van de zes vleugels gebruikten ze er vier voor aanbidding en slechts twee voor dienstbetoon. Ik geloof dat dit de juiste verhouding is en dat we hieruit mogen afleiden, dat aanbidding twee keer zo belangrijk is als dienstbetoon.

Het voorbeeld
Laten we nogmaals kijken naar psalm 95. Ik geloof dat we daarin een voorbeeld of model vinden om in aanbidding te komen. De eerste twee verzen spreken van uitbundige lofprijs en dankzegging.

Komt, laat ons jubelen voor de Here, juichen ter ere van de rots onzes heils.
Laat ons met lofzang voor zijn aangezicht komen,
ter ere van Hem juichen bij snarenspel.

Ik geloof dat het voor God heel moeilijk is om aanbidding te aanvaarden die lauw is, die voortkomt uit een half hart. De bijbel zegt: Groot is de Here en hoog te loven (Psalm 48:1). Als je niet bereid bent om Hem 'hoog te loven', dan kun je het misschien maar beter laten. Psalm 95 geeft in ieder geval veel ruimte voor luide, vocale, vrolijke en uitbundige lofprijs: Komt, laat ons jubelen voor de Here, juichen ter ere van de rots onzes heils. Laat ons met lofzang voor zijn aangezicht komen, ter ere van Hem juichen bij snarenspel.
Dat is tenminste zijn poorten binnenkomen met dankbaarheid en zijn voorhoven met lofprijs! Dat is de toegangsweg, en ik geloof ook dat er geen andere toegang bestaat.
In Jesaja 60:18 zegt de profeet: Gij zult uw muren Heil noemen, en uw poorten Lof. Met andere woorden, als binnen de muren van heil (Gods genade, vergeving, genezing en redding) wilt ontvangen, dan moet je door de poort heen, en iedere poort bestaat uit lofprijs. In de verzen 3-5 (Psalm 95) vinden we redenen om God te prijzen:

Want de Here is een groot God, een groot Koning, boven alle goden, in wiens hand de diepten der aarde zijn, en wiens toppen der bergen zijn; wiens de zee is, daar Hij ze heeft gemaakt, ook het droge, dat zijn handen hebben geformeerd.

Wanneer universum bekijken dat God geschapen heeft, dan zijn we getuige van de enorme wijsheid en grootheid van de Schepper. Daar zouden we al automatisch op moeten reageren met dankzegging en lofprijs.

Nu zijn we God genaderd door middel van deze stappen - dankzegging en lofprijs - maar we zijn nog niet in aanbidding gekomen. In de vers 6 en 7 verandert de toon van Psalm 95 en komen we naar mijn mening tot de kern van de zaak.

Treedt toe, laten wij ons nederwerpen en ons buigen, knielen voor de Here, onze Maker.

Zoals ik het zie, is deze diepe, betekenisvolle vorm van aanbidding van een andere orde dan de luidruchtige, onrustige aanbiddingsmachine die in sommige moderne gemeenten als norm geldt - deze aanbidding is stilte, rust. Dan, in vers 7, geeft de psalmist ons twee redenen om de Heer te aanbidden:

Want Hij is onze God, en wij zijn het volk dat Hij weidt, de schapen zijner hand.

De eerste reden om God te aanbidden, is het feit dat Hij God is - en Hij is ook nog ònze God. Hij is het enige wezen in het heelal die het echt waard is om aanbeden te worden. Mannen en vrouwen kunnen we prijzen, maar aanbidden mogen we hen nooit. Aanbidding is de beste en hoogste manier om te laten zien dat we in onze relatie met God ook echt te maken hebben met God. Ik ben overtuigd geraakt van het feit dat datgene wat we aanbidden, altijd ook controle over ons krijgt. Hoe meer we het aanbidden, hoe meer we erop gaan lijken en hoe meer macht het over ons krijgt. Dus als we God niet aanbidden, in hoeverre is Hij dan werkelijk onze God?

De tweede reden om Hem te aanbidden is dat we het volk zijn dat Hij weidt, de schapen van zijn hand. Aanbidding is ons gepaste antwoord op Zijn zorg voor ons. Het is veelzeggend dat de psalm daarmee niet afgelopen is. Ze eindigt met een ernstige waarschuwing (vs. 7-11):

Och, of gij heden naar zijn stem hoordet! Verhardt uw hart niet, gelijk bij Meriba, gelijk ten dage van Massa, in de woestijn (in vers 9 spreekt God over de toenmalige generatie). Veertig jaren heb ik Mij geergerd aan dat geslacht, Ik zeide: Het is een volk, dwalende van hart, en zij kennen mijn wegen niet. Daarom heb ik gezworen in mijn toorn: Tot mijn rustplaats zullen zij niet komen!

We hebben dus twee mogelijkheden: we kunnen er voor kiezen God werkelijk te aanbidden en we kunnen er voor kiezen dat niet te doen. In aanbidding horen we Gods stem. Als we Gods stem horen en gehoorzamen, dan komen we binnen in zijn rust en zullen innerlijk Zijn rust ervaren. De onontbeerlijke voorwaarde is echter het belang van het horen van Gods stem. In Jeremia 7:23 zegt God tegen Zijn volk:

Maar dit gebod heb Ik hun gegeven: Hoort naar mijn stem, dan zal Ik u tot een God zijn.

Dit is een van de eenvoudigste eisen van God die ik ooit gelezen heb: Hoort naar mijn stem, dan zal Ik u tot een God zijn. Deuteronomium 28 noemt alle zegeningen die het resultaat zijn van gehoorzaamheid en alle vloeken die voortkomen uit ongehoorzaamheid. De zegeningen beginnen met: Indien gij dan aandachtig luistert (NKJV:'gehoorzaamt') naar de stem van de Here, uw God (...) De volgende zegeningen zullen alle over u komen...

De opsomming van vloeken begint met: Maar indien gij niet luistert (NKJV: 'gehoorzaamt') naar de stem van de Here, uw God...dan zullen de volgende vervloekingen alle over u komen.

Luisteren of niet luisteren naar Gods stem, dat maakt het grote verschil! En ik geloof dat aanbidding ons brengt op de plaats, de rust, die nodig is om Gods stem te horen. Het is niet mijn bedoeling iemand te shockeren, maar bijbel lezen is absoluut niet voldoende. Kijk eens naar Johannes 10:27:

Mijn schapen horen naar mijn stem en ... zij volgen Mij.

Merk op dat Jezus niet zei dat zijn schapen de bijbel lezen, naar de kerk gaan of zich op een bepaalde manier kleden. Hij zei dat zijn schapen naar zijn stem horen. Je kunt Jezus niet volgen als je zijn stem niet hoort. Het is goed om de bijbel te lezen, maar het is absoluut onmogelijk de bijbel te lezen zonder Gods stem te horen. Ik geloof dat aanbidding de juiste manier is om een houding en een relatie met God te ontwikkelen waarin we Gods stem echt horen. Aanbidding is de manier om tot rust te komen. En als we tot rust komen, dan horen we Zijn stem. Alleen wie weet hoe hij moet aanbidden, kent die rust. Zoals ik al zei is rust erg zeldzaam in onze huidige Westerse samenleving.

Laten we nu nog eens kijken naar Hebreeen 4: 9-10:

Er blijft dus een sabbatsrust voor het volk van God. Want wie tot zijn rust is ingegaan, is ook zelf tot rust gekomen van zijn werken, evenals God van de zijne. Laten wij er dus ernst mee maken om tot die rust in te gaan, opdat niemand ten val kome door dit voorbeeld van ongehoorzaamheid te volgen.

Opnieuw vertelt de bijbel ons hier dat ongehoorzaamheid de reden was dat men niet in Gods rust kon komen. De bijbel zegt: Er blijft dus een sabbatsrust voor het volk van God. Ik heb het hier niet over het houden van de sabbat of het feit dat we van de zondag een rustdag maken, maar er is nog altijd iets wat we kunnen mislopen als we niet voorzichtig zijn. Ik geloof dat God iets in uw hart kan bewerken, waardoor u als vanzelfsprekend zijn goddelijke, eeuwige, onveranderlijke wetten houdt. God heeft in mijn eigen hart iets veranderd met betrekking tot de sabbatsrust. Daardoor geloof ik nu dat ik God niet behaag als ik zeven dagen per week, week in week uit, druk ben. Bovendien weet ik zeker dat dit ook ten koste gaat van mijn gezondheid!

Denk bij de bestudering eens na over de volgende vragen: Haalt u het beste uit uw tijd? Weet u wat het is om tot rust te komen? Verstaat u de kunst om van tijd tot tijd helemaal niets te doen - ook niet in gedachten? Kunt u af en toe op de grond gaan liggen, zonder na te denken over wat u eigenlijk zou moeten doen? Kortom, wanneer komen we tot rust?

Zelf heb ik in ieder geval iets nieuws ervaren ten aanzien van het leren aanbidden en het leren tot rust komen; ik heb namelijk gezien dat deze twee dingen veel met elkaar te maken hebben. Ik hou van heerlijke luidruchtige dankbaarheid en uitbundige lofprijs – dansen, klappen en zingen. Maar er komt een  moment dat ik mijn gezicht en voeten met mijn vleugels bedek en luister naar wat God zegt. Als je Gods stem hoort in deze tijd, verhard je
hart niet… loop zijn rust niet mis. Ik wens u Gods zegen.