Vaderloze aanbidding

Wanneer men aanbidt zonder een openbaring van het Vaderhart van God, is het resultaat, wat ik noem, vaderloze aanbidding. Vaderloze aanbidding is afstandelijk; afstandelijke 'religieuze' woorden, afstandelijke lichaamstaal en lege rituelen. Het is vol streven en borstklopperij. Vaderloze aanbidding isoleert ons niet alleen van de Vader, maar het vervreemd ons ook van elkaar.

Laten we kijken naar een ander sleutelverhaal in de Bijbel. Het staat in Lucas 15:11-32, dit verhaal noem ik "De Twee Verloren Zonen". Neem de tijd om het te lezen. Laten we eerst kijken naar de oudste zoon, en dan vooral naar wat hij tegen zijn vader zegt in vers 29. Dit is het hart van vaderloze aanbidding. Maar hij antwoordde: 'Luister, vader! Al die jaren heb ik mij voor u uitgesloofd. Ik heb altijd gedaan wat u zei. Maar u hebt mij nog nooit een bokje gegeven om te slachten en feest te vieren met mijn vrienden. Nu komt die zoon van u thuis; hij heeft eerst uw geld er bij de hoeren doorgejaagd en wat doet u? U slacht voor hem het beste kalf dat we hebben!'

Elke zin maakt een stukje van zijn hart zichtbaar:

1. Al die jaren: dat is een lange tijd van scores bijhouden – iemand die goed weet hoe de religieuze ladder te beklimmen en bij te houden hoe ver hij is gekomen ten opzichte van anderen.
2. Uitgesloofd: Is dit wat zijn vader van hem verlangt?
3. Voor u: in plaats van samen met u.
4. Altijd gedaan wat u zei: mijn staat van dienst is wat echt telt, niet die van de Vader. Een mooie illustratie van een houding als deze vind je in de musical Les Miserables, let goed op het personage Javert.

Een schril contrast ten opzichte van zijn oordeel over zijn broer:

1. Doorgejaagd:
Wanneer we vol zijn van onszelf en onze religiositeit nemen we snel aanstoot aan wat anderen verkwisten.
2. Maar u hebt mij nog nooit ... gegeven: Dit staat lijnrecht tegenover wat de vader doet aan het begin in vers 12 "... de Vader verdeelde zijn bezit tussen zijn twee zonen", en wat hij zegt aan het eind "Alles wat van mij is, is van jou".

Ik kan me op dit punt helemaal identificeren met deze oudste broer: God heeft mij alles gegeven. Maar dat is iets dat ik zo vaak vergeet. De kern van het verhaal van deze oudste zoon is streven. Hij probeert de liefde van de vader te verdienen door te werken.

Wanneer we 'genade' kwijtraken in onze aanbidding – Het ontzag en de verwondering voor wat God gedaan heeft en aan het doen is – raken we dankbaarheid kwijt. Daarmee raken we 'echte' aanbidding kwijt.

Bitterheid is het gevolg wanneer we ontdekken dat ons streven nutteloos is en niet het gewenste resultaat teweegbrengt. We komen op een punt waar we God's tederheid en onverdiende genade die hij anderen geeft beginnen te verachten. Henri Nouwen bespreekt in zijn boek 'The Return of the Prodigal Son' een aantal heel goede voorbeelden hiervan.