God heeft ervoor gekozen om, waar het gaat over het vrijzetten van zijn redding en kracht op deze aarde, te werken door het gezamenlijke gebed van de kerk. Toen Zijn discipelen Hem vragen stelden over gebed was het eerste dat Jezus naar voren bracht het belang van het uitroepen van de woorden 'Abba Vader'. Het ging over de openbaarwording van Zijn wil voor ons mensen hier op aarde (Mat. 6:9- 10).

Bij een andere gelegenheid vergelijkt Jezus de vraag van een kind om eten met het gebed van een gelovige voor het ontvangen van de Heilige Geest. Jezus benadrukte de prioriteit van gebed met het volgende, "hoeveel te meer zal je hemelse Vader de Heilige Geest geven aan wie Hem daarom vragen?" (Luc. 11:13)

De apostel Jakobus vergelijkt op een soortgelijke manier het verband tussen gebed en het vrijkomen van Gods zegen. Hij berispte een gemeente met geestelijk verarmde gelovigen met de woorden: "Maar de enige reden dat u niet hebt wat u wilt, is omdat U God er niet om vraagt" (Jakobus 4:2; kijk ook eens naar 2 Chron. 7:14).

Slechte modellen
Maar toch, sommige van ons hadden liever gezien dat God een ander instrument in plaats van gebed had gekozen als sleutel tot het ontvangen van de Heilige Geest. Voor te veel christenen is gebed een soort laatste daad; we staan klaar voor bijna elke opdracht van God, zolang het niet over 'gebed' gaat. Vraag een doorsnee gelovige wat zijn ervaring is met gezamenlijke voorbede- momenten en hij zal je vertellen over slecht bezochte doordeweekse bijeenkomsten. Bijeenkomsten waarin van alles gebeurt, zendingsverslagen, bijbelstudies, gezelligheid, behalve gebed. Zeker niet het soort bijeenkomst waar men kostbare tijd en energie aan wil besteden.

De taak van iedere gelovige
De lijst van voorbidders in de Bijbel lijkt op een Bijbelse heldenlijst: Abraham (Gen. 18), Isaac (Gen. 25), Jacob (Gen. 32), Mozes (Ex. 32), Samuel (1 Sam. 12), David (2 Sam. 24), Elia (1 Kon. 18), Jesaja (2 Kon. 19), Jeremia (Jer. 42), Daniel (Dan. 9, 10), de eerste apostels (Hand. 1, 4) en Paulus (Ef. 1).

Jezus zelf is meester onder de voorbidders, zowel toen Hij nog op aarde rondliep (Joh. 17) als nu: Zijn voortdurende voorbede vanaf de troon in de hemel (Heb. 7:25).

Deze lijst bekijkend bestaat de kans dat je een onjuiste conclusie trekt. Namelijk dat alleen leiders geroepen zijn om voorbede te doen. Ik zal de laatste zijn die de hoge prioriteit die gebed in het leven van een leider moet hebben zal tegenspreken. Maar het is ook duidelijk dat de priesterlijke rol van voorbede bedoeld is voor het hele lichaam van Christus. Toen Paulus schreef "bidt voortdurend," had hij het tegen alle christenen in Thessalonica, niet alleen tegen de leiders.

De kerk heeft de toegevoegde waarde van gezamenlijk geloof, visie en kracht nodig. Dat is een van de redenen waarom de Eerste Gemeente regelmatig bij elkaar kwam om te bidden (Hand. 2:42; 4:24-26; 13:3; 21:5).