Aanbidding.net: Levenslessen - http://www.aanbidding.net/levenslessen
Aanbiddingsleider: teamspeler of soloartiest?
http://www.aanbidding.net/levenslessen/articles/36/1/Aanbiddingsleider-teamspeler-of-soloartiest/Page1.html
andy park
Andy Park coördineert de aanbidding in de North Langley Vineyard in British Columbia, Canada. Hij leidt al meer dan 20 jaar aanbidding. Naast een boek over aanbidding 'To know you more', heeft Andy heel wat bekende Vineyard liederen geschreven waaronder 'The river is here' en 'Jahweh'. Andy woont samen met zijn vrouw Linda en hun acht kinderen in Langley, BC, Canada. 
door andy park
gepubliceerd op 15/10/2005
 
Wanneer we de waarde van zelfbeschikking vanuit de moderne tijd binnen het christendom importeren dan is het als olie op water – het wordt nooit een geheel...

Aanbiddingsleider: teamspeler of soloartiest?
Mijn generatie staat bekend om haar weerstand tegen autoriteit. De cultuur van drugs, sex en rock 'n' roll uit de jaren 60 en 70 had alles te maken met het loskomen van de heersende autoriteit. Voor mijn leeftijdgenoten was hun recht op onafhankelijkheid en 'je eigen ding doen' heel belangrijk. Iemand die in staat is 'zichzelf te redden in het leven' geniet in onze cultuur veel respect.

Wanneer ik probeer een toegewijde kerkganger te zijn voel ik al deze invloeden aan mij trekken. Voeg aan dit alles de niet-conformerende, creatieve manier van denken en de rebellie in het hart van elke zoon en dochter van Adam toe en je hebt een potentieel probleem! Onafhankelijkheid en zelfbeschikking zijn belangrijke waarden voor de modernist en de postmodernist. Ik wil mijn eigen plannen maken en mijn eigen toekomst in handen hebben. Maar omdat ik slechts een deel van een geïntegreerde gemeenschap ben en ik verantwoording afleg aan de andere leden, kan ik niet alle regels maken en altijd mijn zin krijgen.

Ik geniet van de artistieke vrijheid waarmee ik mensen mag leiden en waarmee ik aanbidding mag leiden en mijn voorgangers geven mij graag voldoende ruimte. Maar het valt allemaal binnen de bredere context van het dienen van de gemeente. Ik ben deel van een lichaam van mensen. Ik ben verbonden aan Christus en Zijn lichaam. En hoewel ik vanuit mijn persoonlijkheid de neiging heb om me af te sluiten en op mezelf te zijn, voel ik mij door mijn verbondenheid met het grotere geheel 'gedwongen' hier niet aan toe te geven.

Wanneer we de waarde van zelfbeschikking vanuit de moderne tijd binnen het christendom importeren dan is het als olie op water – het wordt nooit een geheel. In de geest van een entrepreneur, zou ik elke gelegenheid grijpen om mijzelf en mijn muziek te promoten. Het doel zou zijn om zo'n groot mogelijk 'deel van de markt' voor mijzelf te veroveren. Maar is dat waar aanbidding over gaat? Niet volgens de Bijbel. Voorzover ik weet, gaat aanbidding over overgave – jezelf geven als een levend offer.

Het vreemde en meteen ook de grootste uitdaging aan aanbidding leiden is dat wij een muzikaal model uit onze eigen cultuur gebruiken, wat we volledig omkeren. In elk seculier concert is de gitaarspelende, bandleidende vocalist het middelpunt. Het gaat allemaal over de vaardigheid en de aantrekkingskracht van de performer. Die performer is daar om zichzelf te promoten, om zijn of haar bekwaamheid te laten zien en om mensen te imponeren.

Hoewel we bij het leiden van aanbidding misschien een populaire muziekvorm gebruiken, is het ons doel Jezus te verhogen. We komen om te roemen in Zijn daden, om Zijn persoonlijkheid bekend te maken en om ervoor te zorgen dat mensen intimiteit met Hem gaan ervaren.

In zijn boek "Music, The Brain, and Ecstasy" beschrijft Robert Jourdain de persoonlijkheidsprofielen van de grote componisten uit de geschiedenis. "Studies van de grote klassieke componisten tonen dezelfde soort persoonlijkheidsprofielen als die creatieve mensen in het algemeen hebben. Zij tonen een sterke onafhankelijkheid, daarbij neigend naar eenzaamheid en zij zijn in sociaal opzicht gereserveerd. Zij vermijden groepsactiviteiten en sluiten weinig hechte vriendschappen."

1 Sporen van deze artistieke kenmerken zijn ook te vinden bij Charles Wesley, de predikant en hymnenschrijver. "Wat moeten we denken van zijn paradoxale karaktereigenschappen – geduldig en toch impulsief; terugtrekkend en toch resoluut; fragiel en toch een vechter; controversieel, heetgebakerd en toch zachtaardig en voortvarend; anders dan anderen en toch intens menselijk; in zichzelf gekeerd en toch opwindend; een rigide conformist en toch een moedige pionier…"

2 Isaac Watts, de uitzonderlijke hymnenschrijver, "trok zich graag terug om te studeren. Hij was zo toegewijd aan zijn boeken dat hij in het eerste deel van zijn carriére nauwelijks naar buiten ging."

pagina 2
3 Mijn generatie, de 'babyboomers', heeft een diep ingebakken verlangen naar zelfbeschikking. We vinden het niet leuk om van anderen te horen wat we moeten doen. Veel babyboomers hebben geen gemeenschapsgevoel of sociale verplichting – ze zijn alleen aan zichzelf toegewijd.

In 1979 enquêteerde de socioloog Robert Bellah een paar honderd gemiddelde, 'middle class' Amerikanen. "Velen hadden geen gemeenschapsgevoel of sociale verplichting. Ze zagen de wereld als een gefragmenteerde plaats met zowel keuzes als vrijheid zonder veel betekenis of een gevoel van veiligheid. Het leek zelfs alsof ze niet meer in staat waren uitdrukking te geven aan welke vorm van toewijding dan ook (kerk, familie of gemeenschap) buiten de toewijding aan zichzelf."

4 Gedeeltelijk vanuit een reactie op de leegheid die voortkomt uit een geïsoleerd leven, erkennen de jongeren van vandaag hun verlangen naar gemeenschap, ergens bij horen. 'Echte relaties' zijn van grote waarde voor Generatie- X'ers. Desondanks is het vandaag de dag heel gewoon dat mensen van God houden, maar niet verlangen naar de kerk. Dit druist recht tegen het Nieuw Testamentisch beeld van de kerk in. Het NT is gevuld met verwijzingen naar de gemeenschap der gelovigen – de heiligen in Christus Jezus, het volk van God, het huisgezin van God, etc. De gelovigen zijn altijd samen – samen eten, samen aanbidden, samen hun bezittingen delen, elkaar bemoedigen.

De vroege kerkvader, Cyprian (250 n.c.), drukte zich sterk uit: "Je kunt niet God als Vader hebben als je niet de kerk als moeder hebt!"

5 Ik ken verschillende mensen die niet meer naar de kerk gaan omdat ze er onenigheid en teleurstellingen hebben ervaren. Ironisch genoeg, is het proces van het op een juiste manier doormaken van dit soort dingen de enige weg naar volwassenheid. Het is onmogelijk om te groeien in volwassenheid in Christus zonder deel te zijn van de kerk.

Rodney Clapp, auteur van 'The Church as Culture in a Post Modern Society', beschrijft 'freelance' christendom als een gevaarlijke afwijzing van het lichaam waarin Christus woont. Het beeld dat de kerk optioneel is "verdraait de menselijke persoon tot fundamenteel atomistisch (in plaats van sociaal) en de kerk als een vergadering van individuen – in plaats van een gezamenlijk lichaam waarbij de leden hun identiteit en hun doel vinden door deel te zijn van een kerk." Als ik niet werk en dien in de kerk, zal ik niet groeien. De enige manier waarop ik kan groeien naar volwassenheid is door anderen te dienen. "Als elk lid (van het lichaam van Christus) zijn of haar eigen speciale werk doet, helpt dat de andere leden om te groeien, zodat het hele lichaam gezond is, groeit en vol liefde is."

In het bijbelse model van de kerk is niet echt veel ruimte voor de geïsoleerde "Ik ben een rots, Ik ben een eiland"-muzikant. Tenzij ik God aanbid, uit de Bijbel wordt onderwezen en bid met anderen, stagneer ik in mijn persoonlijk geloof. Wanneer ik een gebedsbijeenkomst bijwoon, word ik geraakt door de ijver van andere christenen wanneer ik hen hoor uitroepen naar God en voorbede zie doen voor de verlorenen. Ik word geconfronteerd met mijn onverschilligheid wanneer ik hun passie voor de Heer en voor Zijn werk zie. Mijn enthousiasme is als water in een lekke emmer – tenzij ik de emmer blijf vullen met meer water, loopt alles er weer uit. Dit water vind ik in mijn omgang met andere christenen. Ik krijg bewogenheid voor de armen en de verlorenen wanneer ik omga met mensen van wie het hart hiervan vol is.

Een aantal jaren geleden leidde ik aanbidding tijdens een conferentie in het oosten van Canada. De voorganger, die ook de hoofdspreker was, vertelde mij hoe verbaasd hij was dat hij mij aantekeningen zag maken tijdens zijn onderwijs. In zijn gemeente luisterde de aanbiddingleider niet eens naar het onderwijs, en hij maakte al zeker geen aantekeningen!

Als ik betrokken wil blijven bij dit 'verhaal', moet ik vernieuwd en hervormd worden door Gods woord, net als alle andere mensen. Als ik teveel tijd buiten de vitaliteit van Jezus' lichaam doorbreng, wordt ik kortzichtig en slechts gericht op mijn eigen problemen. Ik verlies mijn zicht op Gods koninkrijk. Ik ben geneigd om mij in te passen in mijn cultuur in plaats van bezig te zijn met mijn Vader's zaken. Ik ben geneigd mijn onverschilligheid te rationaliseren en compromissen te sluiten.

Ik ben het eens met John Piper's uitspraak – "Elke morgen sta ik in het vlees op. Ik moet elke dag opnieuw gered worden." Hoe doe ik dat? Ik dwing mijzelf om te bidden, te aanbidden, te dienen en omgang te hebben met andere christenen. Ik doe het niet omdat het altijd goed voelt. Ik doe het omdat het de enige juiste keuze is.

Soms heb ik geen zin om naar leidersbijeenkomsten te gaan, maar ik doe het wel omdat het de enige manier is waarop ik mijn rol in het team kan vervullen. John Wimber maakte duidelijk dat hij erop uit was herders op te richten die aanbidding konden leiden. Hij was niet op zoek naar specialisten in het leiden van aanbidding zonder een pastoraal, herderlijk hart. Om in dezelfde richting te bewegen als de gemeente, gevoelig te zijn voor de noden en verlangens van anderen en om te kunnen leren van de raad van andere leiders, moet ik in een lijn komen met de andere gemeenteleiders.

Overgenomen en aangepast uit "To Know You More" door Andy Park. Verkrijgbaar via: vineyardmusic.nl © Copyright 2002 Andy Park. Used by permission InterVarsity Press, P.O. Box 1400 Downers Grove, IL 60515. E l ke s ta m , e l k e t a a l e n e l ke n a t i e . 2:3 

1. Robert Jourdain, Music, the Brain and Ecstasy, Avon Books,Inc., 1350 Avenue of the Americas, N.Y., N.Y. 10019, page 191.
2. Frederick C. Gill, Charles Wesley, the First Methodist, published by Ebenezer Baylis and Son, LTD., The Trinity Press, London, England, 1964
3. David G. Fountain, Isaac Watts remembered by, Pub. By Gospel Standard Baptist Trust Ltd, 8 Roundwood Gardens, Harpenden, Herts, England 1974 pg. 51.
4. Charles Colson, Against the Night, Servant Publications, Ann Arbor, Michigan, 1989. Colson quotes Robert Bellah's Habits of the Heart, (Berkeley: University of California Press, 1985), 228. Cyprian, On the Unity of the Church, AD 250
5. een citaat uit een boodschap van John Piper in Parksville, British Columbia in 1999.

E-Contact is een gratis maandelijkse uitgave van Vineyard Music Benelux. Ga voor meer Nederlandstalige artikelen naar de website van Vineyard Music (Benelux). Of stuur een e-mail naar info@vineyardmusic.nl.