Intimiteit met God ontwikkelen.
- door costa mitchell
- gepubliceerd 2/12/2006
- effect van aanbidding
-
beoordeling:




costa mitchell
Costa Mitchell is getrouwd met Lorraine en is de nationale directeur van de Association of Vineyard Churches in Zuid-Afrika. Costa heeft twee boeken op zijn naam staan: A Practical Guide To Intimacy In Marriage en Learn To Love Yourself. Ze wonen in het Zuid-Afrikaanse Kaapstad.
bekijk alle artikelen van costa mitchellIntimiteit met God ontwikkelen.
Mijn confrontatie begon halverwege een lange reis. Samen met twee vrienden reed ik de 1600 kilometer van Kaapstad naar Johannesburg. Onderweg stopten we bij het huis van een vriend en collega. Onze vriend is voornamelijk aanbiddingsleider en liedschrijver, maar ook voorganger van een gemeente (in tegenstelling tot mijzelf, ik ben voornamelijk voorganger die wel wilde dat hij aanbiddingsleider was!). We genoten van een heerlijke barbecue in zijn tuin en naderhand pakte hij zijn gitaar en hadden we samen een tijd van aanbidding. Ik was gewend aan aanbidding met een flinke portie "proclamatie". Met andere woorden, ik was bekend met liederen en "koortjes" die inhoudelijk rijk waren en meer over God spraken dan tegen Hem. Volgens mij was er met dit begrip niks mis en ik was me dan ook nauwelijks bewust dat er iets ontbrak aan mijn aanbidding.
En toen gebeurde het. Hij zette een lied in dat mijn hele denken omvergooide. "Ik verhoog U", zei het lied opnieuw en opnieuw. Ik begon te huilen, om geen andere reden dan een diepe bewustwording dat ik door aanbidding rechtstreeks met God verbonden werd. Dit was anders. Dit was een "ik – U" gesprek tussen een gevallen mens en de bovennatuurlijke God. Ik voelde me kwetsbaar. Ik voelde me blootgesteld. Ik voelde me gekend. Ik voelde dat ik thuis was.
Kennen en gekend worden
Toen Jezus de vrouw bij de bron van Sichar ontmoette, zei Hij iets wat in één zin authentieke aanbidding samenvat. Hij zei: "Wij aanbidden, wat wij weten" (Johannes 4:22). Wij aanbidden dus een God die zich laat kennen. Een God met wie we intimiteit kunnen hebben. Het werkwoord dat hier met "kennen" wordt vertaald is het Griekse woord oida, dat betekent: "gezien of waargenomen hebben; volledige of perfecte kennis hebben van". Het is de kennis die voortkomt uit relatie en die afhankelijk is van "zelf-onthulling".
Karl Barth, de meest bekende twintigste- eeuwse theoloog, sprak over de noodzaak voor de kerk om voortdurend het "nu"-woord van God te horen; om te wachten tot God aanbidding initieert door iedere keer dat we bijeen komen, Zichzelf aan ons te openbaren zodat onze aanbidding een reactie is in plaats van een ritueel. Als we aanbidden zonder dat we weten Wie we aanbidden, dan maken we ons schuldig aan de nutteloze herhaling en leegheid van afgoderij, die van zijn eigen voorkeur een god maakt en tot zijn god spreekt zonder dat die iets terugzegt of terugdoet.
Gewoon maar moderne aanbiddingsliederen zingen in een "door de Geest geleide" omgeving garandeert geen vrijheid van rituele formaliteit. Het gebeurt veel sneller dan wij denken. Daarom vervullen aanbiddingsleiders ook zo'n essentiele rol in de moderne kerk. Een aanbiddingsleider die actief luistert naar wat God tijdens een bepaalde dienst over zichzelf wil onthullen, en die zowel Zijn Woord voor de dag als Zijn liedkeuze hoort, schept een ruimte waarin de gemeente kan groeien in intimiteit en ware kennis van God.
Ik heb een vriend die moderne aanbiddingsliederen afkeurt. Hij vindt ze sentimenteel en te veel gericht op "mij", "mijn pijn", "mijn gevoelens", enz. Voor hem begint en eindigt aanbidding met de oude hymnen en gezangen. Toen we hier kortgeleden met elkaar over spraken, liet ik hem zien dat de Psalmen van Israel veel gemeen hebben met sommige van die "sentimentele" moderne aanbiddingsliederen (lees bijvoorbeeld Psalm 42). David, de man naar Gods eigen hart, schreef Psalmen die vol staan met gepassioneerde zelf-onthulling. Hij ging zelfs zo ver dat hij iedere emotie in zijn leven, zelfs zijn onvrede met God, openbaar maakte.
En toen gebeurde het. Hij zette een lied in dat mijn hele denken omvergooide. "Ik verhoog U", zei het lied opnieuw en opnieuw. Ik begon te huilen, om geen andere reden dan een diepe bewustwording dat ik door aanbidding rechtstreeks met God verbonden werd. Dit was anders. Dit was een "ik – U" gesprek tussen een gevallen mens en de bovennatuurlijke God. Ik voelde me kwetsbaar. Ik voelde me blootgesteld. Ik voelde me gekend. Ik voelde dat ik thuis was.
Kennen en gekend worden
Toen Jezus de vrouw bij de bron van Sichar ontmoette, zei Hij iets wat in één zin authentieke aanbidding samenvat. Hij zei: "Wij aanbidden, wat wij weten" (Johannes 4:22). Wij aanbidden dus een God die zich laat kennen. Een God met wie we intimiteit kunnen hebben. Het werkwoord dat hier met "kennen" wordt vertaald is het Griekse woord oida, dat betekent: "gezien of waargenomen hebben; volledige of perfecte kennis hebben van". Het is de kennis die voortkomt uit relatie en die afhankelijk is van "zelf-onthulling".
Karl Barth, de meest bekende twintigste- eeuwse theoloog, sprak over de noodzaak voor de kerk om voortdurend het "nu"-woord van God te horen; om te wachten tot God aanbidding initieert door iedere keer dat we bijeen komen, Zichzelf aan ons te openbaren zodat onze aanbidding een reactie is in plaats van een ritueel. Als we aanbidden zonder dat we weten Wie we aanbidden, dan maken we ons schuldig aan de nutteloze herhaling en leegheid van afgoderij, die van zijn eigen voorkeur een god maakt en tot zijn god spreekt zonder dat die iets terugzegt of terugdoet.
Gewoon maar moderne aanbiddingsliederen zingen in een "door de Geest geleide" omgeving garandeert geen vrijheid van rituele formaliteit. Het gebeurt veel sneller dan wij denken. Daarom vervullen aanbiddingsleiders ook zo'n essentiele rol in de moderne kerk. Een aanbiddingsleider die actief luistert naar wat God tijdens een bepaalde dienst over zichzelf wil onthullen, en die zowel Zijn Woord voor de dag als Zijn liedkeuze hoort, schept een ruimte waarin de gemeente kan groeien in intimiteit en ware kennis van God.
Ik heb een vriend die moderne aanbiddingsliederen afkeurt. Hij vindt ze sentimenteel en te veel gericht op "mij", "mijn pijn", "mijn gevoelens", enz. Voor hem begint en eindigt aanbidding met de oude hymnen en gezangen. Toen we hier kortgeleden met elkaar over spraken, liet ik hem zien dat de Psalmen van Israel veel gemeen hebben met sommige van die "sentimentele" moderne aanbiddingsliederen (lees bijvoorbeeld Psalm 42). David, de man naar Gods eigen hart, schreef Psalmen die vol staan met gepassioneerde zelf-onthulling. Hij ging zelfs zo ver dat hij iedere emotie in zijn leven, zelfs zijn onvrede met God, openbaar maakte.
Reacties
Reactie #1 (Geplaatst door Ben Sieberichs)
beoordeling:








Ik geef deze beoordeling omdat het exact vertolkt wat in mij als aanbiddingsmuzikant leeft. Het is erg moeilijk om een gemeente hetzelfde te laten zien en voelen als wat er met mij (en ons) gebeurd op het podium als wij God op deze wijze aanbidden en eren. Daarnaast bestaat ook het intense verlangen om de gemeente mee te nemen in die sfeer van intimiteit met God.
Reactie #2 (Geplaatst door een onbekende gebruiker)
beoordeling:








omdat het heel goed onder woorden brengt wat er in mijzelf leeft en wat ik heel graag over wil brengen op de gemeente, zowel als groep als aanbiddingsleider,zodat zij zonder schaamte voor God kan staan en Zijn zegen ontvangen.Ik werd er diep door geraakt, terwijl ik het las.
Reactie #3 (Geplaatst door Lianne de Groot)
beoordeling:








Waarom Omdat de schrijver op een heldere en m.i. Bijbelse manier beschrijft waar God naar verlangt, en waar ik zelf ook naar verlang: d.m.v. zang (en feitelijk door alles in mijn leven) dicht bij God zijn, in een intimiteit die ik tussen mensen onderling nog nooit gezien heb. We hebben een grote God, die zich tot ons overbuigt, om bij ons te zijn, om naar ons te luisteren, om gemeenschap met ons te hebben. Wie anders kan er zoveel liefde voor ons hebben