Aanbidding.net: Levenslessen - http://www.aanbidding.net/levenslessen
De doctrine van de mens en de aanbidding van God.
http://www.aanbidding.net/levenslessen/articles/169/1/De-doctrine-van-de-mens-en-de-aanbidding-van-God/Page1.html
steve robbins
Steve Robbins bekeerde zich op 17- jarige leeftijd tot Christus en raakte nauw betrokken bij de Jesus Movement in Zuid-California. Nadat hij een jaar aan de University of Southern California had gestudeerd, met als doel uiteindelijk jurist te worden, gaf Steve gehoor aan de roeping van een voltijdse bediening. Hij verliet de U.S.C. en studeerde aan drie Bijbelscholen en het Fuller Seminary waar hij een Bachelor behaalde in Religie, een Master in Bijbelse studies en theologie en een doctoraat in Systematische theologie aan het Fuller Seminary. Tijdens zijn studie was Steve twee jaar assistentvoorganger. 23 jaar geleden stichtte hij zelf een gemeente, verder heeft hij meegeholpen diverse andere gemeenten te stichten. Steve is lid van de Vineyard Board of Directors in de VS. Behalve dat hij (zendings)voorganger is van de Columbus Vineyard (www.vineyardcolumbus. org) en diverse andere gemeenten overziet, leidt Steve de Educational Task Force voor de Association of Vineyard Churches in de VS en is hij Adjunct Instructor voor het Fuller Theological Seminary. Bovendien is hij directeur van het Vineyard Leadership Institute (http://www.vli.org) en van Vineyard Leadership At-A-Distance. Steve is al 31 jaar getrouwd met Nancy en heeft twee dochters, Karen en Krista, en een kleindochter, Janaiah. 
door steve robbins
gepubliceerd op 18/09/2006
 
Er wordt ingegaan op het grote verschil tussen het griekse en bijbelse beeld van de mens en de uitwerking die dat heeft op aanbidding in de christelijke kerk...

De doctrine van de mens en de aanbidding van God.
Steve Robbins betwist het Westerse wereldbeeld, zijn wortels, en de invloed ervan op aanbidding in de plaatselijke gemeente.

Toen ik de middelbare leeftijd bereikte, kon ik het vermijden om een bril met bifocale glazen te dragen, door mijn ogen te laten opereren. Die operatie veranderde de vorm van mijn hoornvlies, zodat het licht dat in mijn ogen komt bij het netvlies komt, in plaats van dat het gebroken werd en bijziendheid veroorzaakte. Dat loste mijn bijziendheid wel op maar nu heb ik te maken met de verziendheid die het gevolg is van het ouder worden. Toch draag ik liever alleen een bril wanneer dat nodig is, in plaats van constant een bril met bifocale glazen te moeten dagen. Ongeveer 20% van de bevolking kan sowieso geen bifocale glazen verdragen en degenen die ze wel dragen moeten een deel van hun zicht aanpassen door sommige dingen dichterbij te brengen, terwijl het andere deel van hun zicht ze juist verder weg houdt. Na een poosje passen zij zich aan de bifocale glazen aan en lijkt alles weer enigszins normaal. Hun nieuwe waarneming wordt realiteit, maar hun zicht op de wereld is veranderd.

Het Westerse wereldbeeld
Wij die in de westerse wereld leven, hebben een wereldbeeld dat beschreven is door de Griekse filosoof Plato en dat de realiteit opsplitst zoals bifocale glazen dat doen. Deze wereldvisie (het Platonisch Dualisme) verdeelt de realiteit in twee niveaus: het ideale in het domein van de volmaakte ideeen, versus de verschijnselen die we met onze zintuigen waarnemen; en het geestelijke versus het natuurlijke. Deze dichotomie devalueert de verschijnselen of het natuurlijke terwijl ze het ideale of het geestelijke verhoogt. Bovendien beschouwt ze de menselijke geest als gevangen in het lichaam. Dit leidt tot een verstoord beeld van de mens dat een effect heeft op de manier waarop we aanbidden, denken en ons gedragen.

Het Bijbelse beeld van de mens
De Bijbel heeft een ander, Hebreeuws beeld van de mens. Waar de Griek de mens beschouwt als een opdeling in twee (of drie) componenten, ziet de Hebreeer de mens als een eenheid, een bezield lichamelijk wezen (een psychosomatische eenheid). Dat is de reden waarom het bijbelse geloof de opstanding van het lichaam vereist voor verlossing, terwijl Griekse religie bevrijding van het "graf" van het lichaam zoekt. Geleerden hebben ons er herhaaldelijk op gewezen dat, hoewel de schrijvers van het Nieuwe Testament in het Grieks schreven, de concepten geworteld zijn in Hebreeuws gedachtegoed. Paulus lijkt bijvoorbeeld niet over de mens te denken als iemand die in componenten verdeeld is, maar als een eenheid met een innerlijke en een uiterlijke dimensie (Ef. 3:16; 2 Kor. 4:16; Rom 8:23). De innerlijke dimensie of kern van het menselijke wezen is zijn hart – het regerende middelpunt van zijn denkende, voelende en gewillige wezen. De orientatie van het mensenhart (op God of op de wereld) bepaalt uiteindelijk zijn bestemming.

Consequenties voor aanbidding
Het westerse dualisme heeft enorme consequenties voor het gebied van aanbidding. Het brengt Christenen ertoe om óf hun lichamelijke uiting van hun aanbidding te onderdrukken (verachting voor het natuurlijke en achting voor het geestelijke of ideale), óf zich te laten gaan in een ervaring zonder zelfbeheersing (aangezien het lichaam geen enkele geestelijke consequentie heeft, kan iemand zich in elke prikkel laten gaan, zonder zich er druk over te maken).
In 1 Kor. 11-14 geeft Paulus een aantal aanwijzingen en correcties aan de Korintiers met betrekking tot hun aanbiddingssamenkomsten. Paulus genoot van zelfbeheersing, terwijl de Korintiers ervaringen hadden met openbaringsgaven, geïnspireerde toespraken, krachtige genezingen, gemeenschap, enz. – zodat iedereen opgebouwd kon worden (inclusief de niet-gelovigen; zie 14:23-24). Hun spreken moest Christus verhogen (12:3; orthodoxie); hun gedrag moest de liefde van Christus tonen (hfd. 13); en het resultaat van hun bijdragen moest de gemeenschap van gelovigen opbouwen (hfd. 14, vnl. vv. 3,12, 39-40). Paulus' beleid was niet gericht op onderdrukking, maar op regulering van geestelijke gaven en ervaringen in aanbidding. John Wimber, de grondlegger van de Vineyardbeweging, had een interessante visie op 1 Kor. 14:40.

pagina 2
Hij zei dat sommigen "op gepaste wijze en in goede orde" benadrukken, terwijl ze vergeten dat er ook staat dat "Alles ... moet gebeuren". Het is gemakkelijk om alles in goede orde te houden als niets dat kan gebeuren is toegestaan. Dat is ook niet wat Paulus tegen de Korintiers of wie dan ook in het Nieuwe Testament zei. Paulus beveelt alle gaven aan alsook de deelname van alle gelovigen aan aanbidding (1 Kor. 12:7). Gelovigen moeten de volledige reikwijdte van Gods genade ervaren en er uitdrukking aan geven, binnen de restrictie van orthodoxie, liefde en opbouw van de gemeenschap.
Paulus spoorde ook de Efeziers aan om vervuld te zijn met de Heilige Geest, met als resultaat dat ze tegen elkaar spreken en zingen met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen en dat ze God te allen tijde danken voor alles (Ef. 5:18-20). Hij zei soortgelijke dingen tegen de Kolossensen (Kol. 3:16-17). Tegen de Thessalonicenzen zij hij dat ze altijd verheugd moesten zijn, onophoudelijk moesten bidden, onder alle omstandigheden God moesten danken, niet de Geest mochten doven door profetie te verachten, maar juist profetieen te onderzoeken, de goede te behouden en de kwade te vermijden (1 Thess. 5:16-22).

Elk bewijs laat zien dat aanbidding in het Nieuwe Testament heel interactief was. Dit zou ook geen verrassing mogen zijn voor hen die het Oude Testament gelezen hebben. De Psalmen staan vol met aansporingen om te aanbidden: zingen, instrumenten bespelen, juichen, handen opheffen, dankzeggen, lofprijs uitspreken, knielen, neerbuigen, met het gezicht op de grond vallen voor God, languit liggen, klappen, roepen, dansen, nieuwe liederen componeren en spelen en zelfs in stilte tot rust komen voor God.

In zijn Reflections on the Psalms zegt de intellectuele Anglicaan C.S. Lewis dat onszelf geven in lofprijs resulteert in een "glorieus vrijmaken van het innerlijk".

In het Nieuwe Testament ervaart de kerk een explosieve vreugde en lofprijs (Grieks: agalliaomai; cf. Handelingen 2:46-47; cf. Openb. 19:1-2, 4-7; Luc. 1:41-44, 46-55; 10:17-21) dat evangelistisch aanstekelijk is in de bredere gemeenschap.

Consequenties voor de vernieuwing van het denken
Een tweede consequentie van dit dualisme zijn twee extreme standpunten die Christenen in onze cultuur innemen ten aanzien van de vernieuwing van het denken, of geestelijke transformatie. Het ene standpunt beschouwt het Christendom als volledig verstandelijk. Deze beschouwing claimt dat wanneer alle feiten van de Schriften eenmaal verenigd zijn op een manier waarop een religieuze traditie die als correct claimt, de volle omvang van de waarheid eens en voor altijd aan de heiligen overgedragen is. Omdat dit standpunt verbonden is aan die gecodificeerde Waarheid, wordt elke nieuwe ervaring een vijand, omdat het het huidige begrip van de traditionele visie kan betwisten.

Volgens Romeinen 12:2, echter, erkennen Christenen "wat de wil van God is" door zich over te geven aan en te reageren op Gods Geest terwijl ze dingen uitproberen. De term "erkennen" betekent hier zowel testen als goedkeuren, ofwel verifieren door ervaring. We testen de leiding die we ontvangen en, als die bevestigd wordt, geven we er goedkeuring aan. Het vermogen van een Christen om ethische beslissingen te nemen hangt niet alleen af van wat we uit ons hoofd geleerd hebben of van bijbelse wetten, maar ook van een spontaan bewustzijn van wat Gods wil is in specifieke situaties, waar de Heilige Geest inzicht en mogelijkheden geeft. Op die manier vindt een Christen de wil van God die "goed, welgevallig en volkomen" is.

De genade van God is beschikbaar op het moment dat we fouten maken als we dingen uitproberen. Alleen zo kunnen mensen ooit iets leren. Dit gewijde verlangen om God te behagen en tegelijkertijd zijn leiding de vertrouwen en te testen, is de manier waarop we onze "lichamen (i.e. ons hele wezen) stellen tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer: dit is uw redelijke eredienst".

Het andere extreme standpunt is geestelijke transformatie te beschouwen als volledig gebaseerd op ervaringen. Dat standpunt stelt dat wanneer we dingen doordenken we minder snel alles dat er te ervaren is ook kunnen ervaren. Jaren geleden pleitte een bekende spreker tijdens een Vineyardconferentie voor dit standpunt toen hij zijn publiek aanmoedigde om "je hersenen in een raket te stoppen en ze naar de maan te lanceren". In deze benadering vormt het denken een belemmering om verder te komen met God. Iedere keer in de kerkgeschiedenis wanneer een Christelijke groep achter dit standpunt is gaan staan, heeft het desastreuze gevolgen gehad voor het geloof, of het nu ging om de enthousiastelingen in Korinte die tegen Paulus ingingen, of de extatische Montanistische profetie en het rigide ascetisme dat in conflict lag met de eerste gemeente, of de Albigenzen en de Katharen in de Middeleeuwen, of de "spiriutalisten" uit Luthers dagen (die dachten dat ze geen ernstige theologische reflectie nodig hadden omdat de Geest rechtstreeks tot hen sprak, zonder de noodzaak van Schriftuurlijke onderbouwing) of zelfs Christelijke groepen in deze tijd die tot secten verworden zijn.

pagina 3
Geen van de beide extreme standpunten erkent dat wanneer ons Christelijke denken vernieuwd moet worden, we onze eerdere interpretatie in balans moeten brengen met een kritische beoordeling van nieuwe interpretaties van de Schrift, betere inzichten in de historische Christelijke traditie en nieuwe geestelijke ervaringen. De integratie van theologische reflectie en nieuwe Christelijke ervaringen is essentieel voor de integriteit van ons Christelijk geloof op de lange termijn.

Conclusie
Om een meer bijbelse kijk op aanbidding te krijgen, moeten we onze culturele bifocale glazen overwinnen. We moeten aan de ene kant bijbels en kritisch denken en aan de andere kant aanbidding uiten en ervaren, en anderen aanmoedigen hetzelfde te doen. Wanneer Gods volk samenkomt rond bijbelse aanbidding dan gebeurt die aanbidding niet alleen maar in het denken, zonder fysieke uitingen; maar ervaringen in aanbidding bestaan eveneens niet zonder theologische reflectie.

Het is in orde om te proberen en fouten te maken, om te testen en te erkennen. Als kerkleiders hebben we zowel een recht als een plicht om te beoordelen hoe betrokken mensen zijn in aanbidding door te kijken naar hoe ze zich uiten. Het kan wijs zijn om aanpassingen te doen in de manier waarop onze gezamenlijke aanbidding geleid wordt en hoe we aanbidding modelleren, onderwijzen en hoe we de leden van onze gemeenten aanmoedigen zich te uiten. Bovendien is het heel bijbels om de integriteit en de diepgang van iemands aanbidding tijdens de dienst te beoordelen aan de hand van geestelijke groei (transformatie) en ethische beslissingen die iemand thuis, op zijn werk, of op straat maakt – waarlijk een integratie van alle facetten van het leven in het aanbidden van God.

Oorspronkelijke titel: The doctrine of man and the worship of God Vertaling: Arienne Lammers © Copyright 2006 Vineyard Music E-Contact is een gratis maandelijkse uitgave van Vineyard Music Benelux. Ga voor meer Nederlandstalige artikelen naar de website van Vineyard Music (Benelux). Of stuur een e-mail naar info@vineyardmusic.nl.

1. Zie Bruce Milne, Know the Truth: A Handbook of Christian Belief, rev. ed. (IVP, 1998), 120-122; Wayne Grudem, Systematic Theology: An Introduction to Biblical Doctrine (Zondervan, 1994), 472-486; etc.
2. James D.G. Dunn, Jesus and the Spirit (1975), noemde dit "charismatische hymnenzang of compositie". We zien dit ook in 1 Kor. 14:26 waar de hymne die door de gelovige gebracht wordt spontaan gecomponeerd kan zijn en zowel gezongen wordt als een lied dat bij anderen bekend is als een spontaan gezongen lied door de Geest geleid.
3. E. Lohse, Colossians and Philemon, Hermeneia (1971), 151, zegt dat als de verwijzingen naar psalmen, lofzangen en geestelijke liederen niet drie van elkaar te onderscheiden categorieen aanduiden, ze dan op zijn minst "de volledige reikwijdte beschrijven van het zingen waartoe de Geest aanzet".
4. Ralph Martin zegt in The Spirit and the Congregation and in Worship in the Early Church dat de volgorde van Pauls aansporingen in 1 Thess. 5:16 vv de volgorde aanhoudt van de vroege Christelijke diensten. Zie Bruce, 1 Thessalonicenzen, Word Biblical Commentary, over 1 Thess. 5:19-22. Vers 22 verwijst naar "elke slechte soort" profetie.
5. James W. Sire, Discipleship of the Mind.
6. Deze weergave van Romeinen 12:1 volgt de woordvolgorde in de Griekse tekst. Het Griekse woord dat ik hierboven met "redelijk" vertaald heb, is logiken, dat in de meeste vertalingen als "geestelijk" of "rationeel" of "redelijk" vertaald wordt. Deze volledige overgave vanuit het hart van de gelovige aan God en Zijn leiding is redelijk in het licht van de barmhartigheden van God zoals beschreven in Romeinen 1-11. Dit is de redelijke/ geestelijke aanbidding van de gelovige.
7. Dit eindigde in volgelingen van Jan Matthijs en Jan van Leiden die de belegering van Münster leidden waar ze profetieen ontvingen om polygamie opnieuw in te voeren, zoals de bijbelse Aardsvaders dat deden, de wapenen op te nemen tegen de Katholieken totdat het Koninkrijk in die stad kwam, en zelfs om naakt door de straten te rennen. Dat alles eindigde zowel in een verlies van vele levens als in morele en geestelijke afbraak.