Steve Robbins betwist het Westerse wereldbeeld, zijn wortels, en de invloed ervan op aanbidding in de plaatselijke gemeente.

Toen ik de middelbare leeftijd bereikte, kon ik het vermijden om een bril met bifocale glazen te dragen, door mijn ogen te laten opereren. Die operatie veranderde de vorm van mijn hoornvlies, zodat het licht dat in mijn ogen komt bij het netvlies komt, in plaats van dat het gebroken werd en bijziendheid veroorzaakte. Dat loste mijn bijziendheid wel op maar nu heb ik te maken met de verziendheid die het gevolg is van het ouder worden. Toch draag ik liever alleen een bril wanneer dat nodig is, in plaats van constant een bril met bifocale glazen te moeten dagen. Ongeveer 20% van de bevolking kan sowieso geen bifocale glazen verdragen en degenen die ze wel dragen moeten een deel van hun zicht aanpassen door sommige dingen dichterbij te brengen, terwijl het andere deel van hun zicht ze juist verder weg houdt. Na een poosje passen zij zich aan de bifocale glazen aan en lijkt alles weer enigszins normaal. Hun nieuwe waarneming wordt realiteit, maar hun zicht op de wereld is veranderd.

Het Westerse wereldbeeld
Wij die in de westerse wereld leven, hebben een wereldbeeld dat beschreven is door de Griekse filosoof Plato en dat de realiteit opsplitst zoals bifocale glazen dat doen. Deze wereldvisie (het Platonisch Dualisme) verdeelt de realiteit in twee niveaus: het ideale in het domein van de volmaakte ideeen, versus de verschijnselen die we met onze zintuigen waarnemen; en het geestelijke versus het natuurlijke. Deze dichotomie devalueert de verschijnselen of het natuurlijke terwijl ze het ideale of het geestelijke verhoogt. Bovendien beschouwt ze de menselijke geest als gevangen in het lichaam. Dit leidt tot een verstoord beeld van de mens dat een effect heeft op de manier waarop we aanbidden, denken en ons gedragen.

Het Bijbelse beeld van de mens
De Bijbel heeft een ander, Hebreeuws beeld van de mens. Waar de Griek de mens beschouwt als een opdeling in twee (of drie) componenten, ziet de Hebreeer de mens als een eenheid, een bezield lichamelijk wezen (een psychosomatische eenheid). Dat is de reden waarom het bijbelse geloof de opstanding van het lichaam vereist voor verlossing, terwijl Griekse religie bevrijding van het "graf" van het lichaam zoekt. Geleerden hebben ons er herhaaldelijk op gewezen dat, hoewel de schrijvers van het Nieuwe Testament in het Grieks schreven, de concepten geworteld zijn in Hebreeuws gedachtegoed. Paulus lijkt bijvoorbeeld niet over de mens te denken als iemand die in componenten verdeeld is, maar als een eenheid met een innerlijke en een uiterlijke dimensie (Ef. 3:16; 2 Kor. 4:16; Rom 8:23). De innerlijke dimensie of kern van het menselijke wezen is zijn hart – het regerende middelpunt van zijn denkende, voelende en gewillige wezen. De orientatie van het mensenhart (op God of op de wereld) bepaalt uiteindelijk zijn bestemming.

Consequenties voor aanbidding
Het westerse dualisme heeft enorme consequenties voor het gebied van aanbidding. Het brengt Christenen ertoe om óf hun lichamelijke uiting van hun aanbidding te onderdrukken (verachting voor het natuurlijke en achting voor het geestelijke of ideale), óf zich te laten gaan in een ervaring zonder zelfbeheersing (aangezien het lichaam geen enkele geestelijke consequentie heeft, kan iemand zich in elke prikkel laten gaan, zonder zich er druk over te maken).
In 1 Kor. 11-14 geeft Paulus een aantal aanwijzingen en correcties aan de Korintiers met betrekking tot hun aanbiddingssamenkomsten. Paulus genoot van zelfbeheersing, terwijl de Korintiers ervaringen hadden met openbaringsgaven, geïnspireerde toespraken, krachtige genezingen, gemeenschap, enz. – zodat iedereen opgebouwd kon worden (inclusief de niet-gelovigen; zie 14:23-24). Hun spreken moest Christus verhogen (12:3; orthodoxie); hun gedrag moest de liefde van Christus tonen (hfd. 13); en het resultaat van hun bijdragen moest de gemeenschap van gelovigen opbouwen (hfd. 14, vnl. vv. 3,12, 39-40). Paulus' beleid was niet gericht op onderdrukking, maar op regulering van geestelijke gaven en ervaringen in aanbidding. John Wimber, de grondlegger van de Vineyardbeweging, had een interessante visie op 1 Kor. 14:40.