Ga mee op reis in 2006

Op de eerste kerstdag droomde ik dat twee koninkrijken in oorlog met elkaar waren. Het verhaal kon ik zien door de ogen van een van de koningen.

Ik bereidde me voor op de veldslag die in de ochtend zou plaatsvinden. Het werd een hevige bloedige veldslag door de schoten die over en weer werden uitgewisseld, maar er leek geen beslissing te vallen. Geen van beide partijen kon het slagveld overkomen om de ander onder de voet te lopen. Ik vreesde dat de verliezen te hoog zouden oplopen, het was een vreselijk bloedige slag.

Op een zeker moment trokken we ons terug om te hergroeperen en de tactiek door te nemen. Ook de vijand nam een pauze in acht.

Toen ik met de officieren bezig was de strategie door te nemen om in de avond weer aan te vallen, kwam er een jonge soldaat melden hoeveel slachtoffers er gevallen waren. Hij had ook de informatie hierover van de vijand weten te bemachtigen. In totaal waren er maar 4 slachtoffers gevallen!

Dit was totaal buiten de verwachting die we hadden, er moesten volgens mij wel honderden slachtoffers gevallen moesten zijn.

Dit bracht me uit m’n evenwicht en er ging door me heen. “Hier gebeurt iets bovennatuurlijks, dit kan niet. Er is een hogere macht aan het werk.” Vroeger leefde ik met het besef dat ik verantwoording aan God moest afdragen, maar ik was dat in de loop van de tijd kwijt geraakt. Maar nu, door dit ongelofelijke nieuws kwam dit besef weer terug.

Ik deelde mijn gevoelens met de aanwezigen. De jonge soldaat vroeg het woord en opperde bescheiden of we geen vrede zouden kunnen sluiten.

Ik trok me terug in mijn tent en dacht na en bad tot God. Na een tijdje had ik mijn besluit genomen, ik wist wat ik moest gaan doen. Het was een dwaas plan, maar ik wist dat er geen andere mogelijkheid was om de oorlog te beëindigen. Ik had het volgende besluit genomen. De volgende ochtend zou ik mijn koninklijke kleren uitdoen en in eenvoudige kleren het koninkrijk van mijn vijand binnengaan via een route waar ik niet opgemerkt zou worden.

De volgende ochtend ging ik op weg en het lukte me om ongezien de grens over te komen. Ik besefte me dat ik een groot risico nam omdat ik opgepakt en gedood zou kunnen worden, maar ik wist dat dit de enige weg was. Mijn doel was om de koning te spreken te krijgen en met hem te praten over een oplossing, ook al wist ik niet hoe. Wat ik wel wist is dat ik me kwetsbaar moest opstellen.

Ik liep door heuvelige gebieden en kwam aan bij de stad van de Koning. Het viel me op dat ik onderweg niemand tegen was gekomen en ook de stad was leeg. Er waren wel sporen van actief leven, maar mensen waren niet te bekennen. Het leek wel of men zich verborgen hield om mij vrij doorgang te geven. Ik kwam langs fabrieken, gebouwen en huizen. Wat me opviel was dat alles goed voor elkaar was en ik kon zien aan de huizen dat de mensen eenvoudig, maar ook plezierig moesten leven en wonen. Ik was onder de indruk van de harmonie die alles omringde, de vrede die er heerste werd een deel van mezelf.

Na nog een eind gelopen te hebben, kwam ik bij het huis van de koning. Het was groot, maar niet opzichtig, weer de harmonie die ik elders zag. Ik liep naar de deur die op een kier stond en ik keek voorzichtig naar binnen. Er was niemand. Ik liep door de hal naar een ruimte wat de bibliotheek leek te zijn. Om me heen waren de wanden gevuld met boeken. Er stond een biljart in het midden. Terwijl ik om me heen keek hoorde ik wat achter me. Ik keek om en zag een meisje van een jaar of 6 naar me toe lopen. Ze keek vriendelijke en nieuwsgierig en vroeg wat ik kwam doen.  

Op een vreemde manier voelde ik me om m'n gemak bij haar en begon haar in eenvoudige woorden te vertellen wat ik kwam doen. Ik vertelde dat ik uit het land achter de heuvels kwam en dat onze landen al jaren ruzie met elkaar hebben en regelmatig vechten. Ik zei: "Ik wil hier mee stoppen en verlang naar vrede, ik ben fout geweest, ik wil dat het stopt, maar ik weet niet hoe"ť. Ze zei me;  "Dan vraag je toch gewoon aan de Koning of hij je wil vergeven?" "Komt het dan goed denk je? " vroeg ik, "Ja hoor"ť zei ze, :"zeker weten"ť."Ja, dat is wat ik wil" zei ik met tranen in mijn ogen.

Op dat moment hoorde ik voetstappen achter me. Ik draaide me om en zag de Koning naar me toelopen. "Papa" zei het meisje en ze rende naar hem toe en gaf hem een kus. Toen kwam ze naar me terugerend, pakte mijn hand stevig vast en nam me mee naar de Koning

Hij keek me vriendelijk aan en zei: "Ik wist dat je komen zou. Ik heb mijn dochter naar je toegestuurd omdat ik wist dat je naar haar zou luisteren. Je zou haar kwaad hebben kunnen doen, maar ik wist dat je in je hart het besluit had genomen om je kwetsbaar op te stellen."De koning opende zijn armen en ging dicht bij me staan. Met tranen in m'n ogen ging ik in op zijn uitnodiging en we omarmden elkaar. "Vergeef me voor mijn fouten, ik verlang naar vrede"ť. Mijn woorden gingen verloren in de stevige omhelzing. Ik had geen antwoord meer nodig.

Toen werd ik wakker. Die ochtend zou ik in de kerstdienst de aanbidding leiden. Ik vroeg me af wat ik hier mee moest en vroeg aan God of Hij er een bedoeling mee had. Langzamerhand begon ik de parallellen met kerst te zien. 

Wij zijn in oorlog met God. Hij heeft al eerder zijn Zoon gestuurd om het goed te maken, maar die hebben we gevangen, gemarteld en gedood.

Opnieuw biedt God ons de vrede aan en geeft door zijn Geest een honger naar herstel. Om tot die vrede te komen moeten we ons wel kwetsbaar opstellen en voor ons gevoel een groot risico nemen.

Opnieuw biedt de Vader ons een kwetsbaar kind aan om de weg naar Hem te wijzen. Deze keer wijzen wij zijn Zoon niet af, maar neemt Hij ons bij de hand en wijst Hij ons de weg naar de Vader die ons met zijn armen open ons opwacht.

Ik denk dat de les voor ons land is dat we bewust of onbewust tegen God vechten. Dichter bij God komen vraagt dat we de weg van de minste willen gaan en dat we voor ons gevoel een risico nemen en aan een reis beginnen. We denken namelijk God onder controle te hebben als we afstand bewaren. We denken dat wat we nu weten voldoende is en bevechten de nieuwe dingen die Hij door zijn Geest wil geven. Ontwapend op weg gaan en je op onzeker terrein begeven vraagt dat we onze "waardigheid" of zekerheid afleggen en onze angsten niet meer de baas laten spelen. We moeten op weg gaan naar het onbekende, nieuwe van God. Dan zal blijken dat Jezus ons bij de hand pakt en dat we Vader op een nieuwe manier zullen omhelzen. Dit is de ervaring die de verloren zoon ten deel viel.

Zullen we op weg gaan in 2006?