Opeens zag ik zomaar tussen de stoeptegels een viooltje bloeien. Zo'n heel klein, paars met geel viooltje; prachtig en fijn getekend. Onbegrijpelijk mooi, fier, fris en levend. Dit beeld sprak tot me als een belofte. Wat er ook ooit gebeuren zal in je leven, God is erbij. Hij alleen kan leven uit de dood geven. De woestijn zal bloeien als een roos. Ondanks - of dankzij? - welke omstandigheden dan ook. Een van mijn lievelingsgezangen werd door de jaren heen: 'Als God, mijn God, maar voor mij is, wie is er dan mij tegen? Dan werken druk en droefenis mij nochtans tot een zegen; dan waakt alom een eng'lenwacht, dan zie ik sterren in de nacht en bloemen op mijn wegen' (Gez. 466 Liedboek van de Kerken).

Lijden en vreugde

Was het werkelijk Gods plan dat er een eerste en laatste Adam zou zijn? En dat door de ongehoorzaamheid van de ene zo'n verschrikkelijk lijden over de aarde zou komen? En dat door de gehoorzaamheid van de Andere alles zou veranderen? Dat we door de zonde en de overwinning van het kruis dichter bij God zouden kunnen komen dan anders ooit mogelijk geweest zou zijn? En dat God daardoor grotere eer zou ontvangen? (Joni Eareckson in 'De tranen van God') En dat er door dit tranendal een grotere vreugde mogelijk is dan ooit in een mensenhart zou kunnen opkomen, ja, boven bidden en denken?

Stel dat het antwoord 'ja' is op deze stelling, zou je dan niet een heel beklemmend gevoel bekruipen? Is zo'n God wel te vertrouwen? En wil ik dat eigenlijk wel? Bedenk wel dat deze God die eens al onze vragen zal beantwoorden en alle tranen van onze ogen zal afwissen, Zelf Mens geworden is en de Man van smarten werd.

In Hebr. 2:4 en 10 lezen we:
'(...)maar wij zien Jezus, die een weinig minder dan de engelen gemaakt was vanwege het lijden van de dood met heerlijkheid en eer gekroond'
en in Hebr. 5:8 lezen we:
'Hij heeft, hoewel Hij Zoon was, de gehoorzaamheid geleerd uit wat Hij geleden heeft, en volmaakt geworden is Hij voor allen die Hem gehoorzamen een oorzaak van eeuwige behoudenis geworden.'

De Here Jezus zegt in de Bergrede dat we onszelf gelukkig mogen prijzen als we treuren, want dan zullen we vertroost worden. Hij vraagt de Emmaüsgangers in Lukas 24:26:
'Moest de Christus dit niet lijden om in zijn heerlijkheid in te gaan?'
In Rom. 8:18 lezen we:
'Want ik acht, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet waard is vergeleken te worden met de toekomstige heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden.'
Paulus zegt in 2 Kor. 4 : 18 dat de kortstondige lichtheid van onze verdrukking voor ons een uitermate uitnemend, eeuwig gewicht van heerlijkheid bewerkt:
daar wij ons oog niet richten op de dingen die men ziet, maar op de dingen die men niet ziet.
In Hebr. 12:2 lezen we dat Hij het kruis verdragen heeft om de vreugde die voor Hem lag.
Job zegt in 5:17, 18:
'Zie, welzalig de mens die God kastijdt; versmaad daarom de tucht des Almachtigen niet. Want Hij verwondt en Hij verbindt. Hij slaat en Zijn handen helen.'
In Hebr. wordt deze passage aangehaald en we lezen in 12:11:
'Nu schijnt alle tuchtiging wel op het ogenblik zelf geen reden voor vreugde maar voor droefheid te zijn, maar daarna geeft zij aan hen die erdoor geoefend zijn een vreedzame vrucht van gerechtigheid.'