Na een opwindende periode als jonge christen begin jaren zeventig, kwam ik op de één of andere manier terecht in tradities die uitingsvormen van aanbidding hadden die niet echt aansloten bij mijn persoonlijkheid of gevoelswaarden.

Ongeveer vijftien jaar had ik een verlangen naar een bepaalde kwaliteit van geestelijk leven, een diepgang van geloofsgemeenschap en een beleving van aanbidding die mij bleven ontglippen. Ik schreeuwde om hervorming in de gemeente in haar geheel, maar het duurde jaren voordat ik te weten kwam dat God mensen als John Wimber en vele anderen had doen opstaan als instrumenten van verandering over de hele wereld.

Toen ik uiteindelijk ontdekte dat zo’n diepe ervaring van aanbidding bestond, maakte dat mijn honger nog intenser. Het voelde alsof ik mijn taak als voorganger geketend uitvoerde, gevangen binnen een systeem waarin ik me niet thuis voelde. Uiteindelijk brak mijn hart tijdens een paasdienst in 1992 door een lezing die gebaseerd was op Psalm 27: 13-14, waar staat, "Mag ik niet verwachten de goedheid van de Heer te zien in het land van de levenden? Wacht op de Heer." God zou mijn roep om een ‘levende’ aanbiddingervaring met Hem beantwoorden.

Hierdoor en door andere ontmoetingen met God hebben mijn vrouw en ik, samen met een groep vrienden, een nieuwe gemeente gesticht de St. Croix Vineyard in New Brunswick. We brachten behoorlijk veel tijd door in intieme en expressieve aanbidding. Het ontwikkelen van intimiteit met God werd één van onze hoogste prioriteiten.

In het begin waren we er nog niet eens zo "goed" in, maar we legden ons erop toe om God te zoeken, waarbij we voornamelijk hedendaagse aanbiddingsmuziek en voorbede gebruikten als uitgangspunt. Het deed er niet toe of de tijden van aanbidding niet altijd rijk leken te zijn; we wisten dat aanbidding voor God was en niet voor ons. Daarbij werden we aangemoedigd door een uitspraak van John Wimber die heeft gezegd dat wanneer mensen zeggen "Ik heb niet zoveel gehad aan die tijd van aanbidding", het is alsof iemand naar een verjaardagsfeestje gaat en bij terugkomst klaagt dat hij geen cadeautjes heeft gekregen. Na verloop van tijd, waarbij we ons ook begonnen te richten op het dienen van de gemeenschap rondom ons met praktische uitingen van liefde, begonnen we verbetering te zien we kwamen erachter dat God het leuk vindt om feestjes te geven waar de gasten lekkers krijgen.

De volgende gedachten over de ultieme waarde van aanbidding spelen zich af binnen een voortdurend contact tussen een plaatselijke gemeente en God. En hoewel de manier waarop wij aanbidden voor ons uniek is, zijn de principes die voortvloeien uit ervaringen van echte ‘levende aanbidding’ op ons allemaal van toepassing.

Je kunt het ontmoeten van God in aanbidding eigenlijk een beetje vergelijken met het vervangen van de snaren op een gitaar – je kunt met geen mogelijkheid zeggen hoe dof je oude snaren hebben geklonken voordat je de nieuwe hebt horen klinken. Zo is het ook vaak met ons hart.