Want voor zodanigen is het Koninkrijk der hemelen

Een klein meisje zei eens: "Ik weet nu eindelijk waarom Sinterklaas nooit dood gaat. Omdat hij zo lief is." Hier spreekt de naïviteit van een kind, die echter zal ophouden wanneer het meisje wordt verteld dat Sinterklaas niet echt bestaat. Als we volwassen worden, zullen we onze kinderlijke naïviteit achter ons laten, maar hopelijk zullen we een tweede naïviteit vinden, zullen we ontvankelijk blijven voor het wonder van het leven en ruimte blijven scheppen voor het niet-zichtbare.

Jezus roept ons op te worden als een kind. Als de discipelen Hem vragen wie de grootste is in het Koninkrijk der hemelen, plaatst Jezus een kind in hun midden en zegt: "Voorwaar Ik zeg u, wanneer gij u niet bekeert en wordt als de kinderen, zult gij het Koninkrijk der hemelen voorzeker niet binnengaan. Wie nu zichzelf gering zal achten als dit kind, die is de grootste in het Koninkrijk der hemelen" (Mattheüs 18:1-4). In Mattheüs 19:14 zegt Jezus tot Zijn discipelen dat ze niet moeten verhinderen dat kinderen tot Hem gebracht worden voor oplegging van handen en gebed, "want voor zodanigen is het Koninkrijk der hemelen." Deze woorden zijn overbekend voor wie met de Bijbel vertrouwd is, maar eigenlijk zijn ze heel verrassend, omdat ze ons idee van groei omdraaien. Wij denken bij groei aan toenemen in volwassenheid, zelfstandigheid en onafhankelijkheid en aan het kinderlijke afleggen. Maar Jezus zegt ons dat we juist het kinderlijke weer moeten aannemen.

Natuurlijk betekenen deze woorden in eerste instantie dat we een kind van God moeten worden en niet dat we ons kinderlijk moeten gaan gedragen. Wie zichzelf gering acht als een kind, wie klein durft te worden voor God, wie van Hem afhankelijk durft te zijn, die zal het Koninkrijk binnengaan. Maar zou Jezus alleen dit ermee bedoeld hebben? Ik geloof dat Hij ook dat kind in hun midden stelt als een soort geloofsmodel, als een leermeester. Van het kind kun je leren wat het is het Koninkrijk van God binnen te gaan. Het kind kan je leren wat waarachtig mens-zijn is, misschien zelfs wat geestelijke volwassenheid is. Niet in de eerste plaats verantwoordelijkheid dragen, maar eerder nog naar de wereld en naar God kijken door de ogen van een kind.
Ik zal aan de hand van vijf begrippen proberen te schetsen wat 'worden als een kind' zou kunnen betekenen.

Ontvankelijkheid

Openheid voor meer dan het zichtbare, voor werelden achter deze wereld is kenmerkend voor het kind, met name voor het jonge kind onder de zes jaar. Wat gezegd wordt neemt het letterlijk en als het hoort over onzichtbare dingen twijfelt het er niet aan of die werkelijk bestaan. Zo schreef een kind eens in een brief aan God: "De juf heeft verteld wat voor werk U doet, maar wie doet dat als U op vakantie bent?" Een ander vroeg God: "Lieve God, is de dominee Uw vriend of kent U hem van Uw werk?" Uit deze uitspraken spreekt een grote ontvankelijkheid voor wie God is. Kinderen zijn nieuwsgierig, ze willen weten, willen het waarom weten en nemen geen genoegen met een simpel antwoord. Volwassenen zijn deze ontvankelijkheid soms kwijt. Ze laten zich maar al te vaak leiden door dikke vooroordelen en wijzen God al bij voorbaat af. Ik weet uit eigen ervaring dat kinderen open zijn voor de bijbelverhalen, ook kinderen uit niet-christelijke gezinnen. Bij mijzelf werd door de bijbelverhalen die ik hoorde als kind bij het bijbelclubje bij ons in de straat een beweging in gang gezet richting geloof in God.