Onder invloed van de Geest.
Alcohol en Geest, van allebei kun je onder invloed raken
Eigenlijk is het merkwaardig, dat wanneer de Bijbel in Efeziers 5:18 oproept ons te laten vervullen met de Geest, dit daar in contrast staat met te veel drinken. Deze tegenstelling komt ook voor in het pinksterverhaal: de vervulling met de Geest van de discipelen maakt op omstanders de indruk dat ze dronken zijn. Van Johannes de Doper lezen we vervolgens dat hij geen wijn en sterke drank zal drinken maar vervuld wordt met de Heilige Geest. De min of meer merkwaardige vergelijking heeft alleen zeggingskracht als er behalve een tegenstelling ook een overeenkomst is tussen alcohol en de Geest. Alcohol en Geest: van allebei kun je onder invloed komen.
Een belangrijk woord bij Pinksteren is overvloed. De Heilige Geest kwam niet maar mondjes- maat, maar werd uitgestort. Geen druppeltjes of straaltjes, maar str贸men van levend water. Die overvloed mag je dan ook verwachten in de gemeente van Christus. Een werkelijk vol zijn van Gods Geest. En als Paulus mensen die al christen zijn, die de Geest dus al hebben, - want hoe anders zouden ze kunnen geloven? - oproept vervuld te worden met de Geest, is dat kennelijk toch iets anders of iets meer dan alleen dat je gelooft. Om precies deze reden wordt de vervulling met de Geest dan ook vaak gezien als een tweede fase. Eerst kom je tot geloof, door een eerste werking van de Geest, en op een later tijdstip, na een proces van geloofsgroei, komt er een moment dat de volheid van de Geest in je wordt uitgestort. Pas dan wordt ook die overvloed van Pinksteren zichtbaar, waarbij men dan vooral denkt aan geestesgaven als tongentaal, gaven van genezing, uitdrijving van demonen en andere.
Laat ik meteen zeggen dat ik zonder meer opensta voor deze bijzondere gaven. Ik kan geen enkel overtuigend argument bedenken waarom God deze bijbelse gaven vandaag niet zou kunnen geven. Toch heb ik nogal moeite met dat idee van twee fasen. Want de Geest is toch niet een hoeveelheid energie, die kan worden opgedeeld in stukjes: eerst een beetje en dan later meer. De Geest is een pers贸贸n! En een persoon is er of is er niet. Sinds Pinksteren is God 'inwezig' door zijn Geest in ieder die gelooft (Efeziers 1:13).
Onder invloed
Het gaat bij die vervulling dus niet om iets krijgen dat je nog niet hebt. Waarom het w閘 gaat wordt helder vanuit die vergelijking met alcohol: "Bedrinkt u niet aan de wijn, maar wordt vervuld met de Geest". Alcohol en de Geest, bij allebei kun je er van 'onder invloed' raken. Zodat je er door wordt beheerst. Dat je eigen wil er niet meer tegenop kan. Dat je zelf het stuur kwijt raakt. Vervuld worden met de Geest, is dan ook niet dat je steeds meer van die Geest te pakken moet krijgen, maar dat je je steeds meer door Hem moet laten beheersen. Steeds meer onder invloed van Hem raken. Steeds meer je eigen wil overgeven aan Zijn leiding. Ik zeg expres: steeds meer. Want de werkwoordsvorm 'wordt vervuld' betekent letterlijk vertaald: laat je voortdurend vervullen. Het is niet een eenmalige gebeurtenis ergens halverwege het christenleven, maar een permanent gebeuren van steeds verdere groei en rijping. Dat die overvloed van Pinksteren h殚l je geloofsleven kleurt, daar gaat het om.
Met je hoofd erbij
Waaraan herken je dan die overvloed van het vol zijn met Gods Geest? Moet ik denken aan bovennatuurlijke zaken? Of aan allerlei vormen van extatische verrukking en ongeremde uitingen als lachen, brullen of vallen in de Geest? Vanuit die vergelijking met alcohol zou je dit kunnen denken. Toch is het opvallend dat vooraf aan die oproep in Efeziers 5 om vervuld te worden met de Geest, oproepen staan die juist het tegenovergestelde zijn van 'je laten gaan': "Zie nauwlettend toe hoe je wandelt; gedraag je niet als een onwijze, maar als een wijze; wees niet onverstandig, maar probeer Gods wil te verstaan" (vers 15-17).
Naast de overeenkomst tussen alcohol en de Geest, het onder invloed raken, zie je hier nu ook de tegenstelling: 'In wijn is bandeloosheid', zegt Paulus erbij. De rem gaat eraf en je leeft jezelf uit. Hoe meer iemand onder invloed van drank komt, des te meer raakt hij het contact met de omgeving kwijt. Een drinkebroer wordt steeds zieliger en g锚nanter in zijn zelfgerichtheid. Maar met het onder invloed komen van de Geest is het precies andersom: je raakt steeds meer op je omgeving gericht. De oproep is dan ook niet: laat je gaan in de Geest, maar wordt met Hem vervuld!
pagina 2
Zingen en dienen
Na de oproep "wordt vervuld met de Geest", staat meteen ook te lezen waarin dat naar buiten gericht zijn zich concreet uit: namelijk in de lofprijzing en dankzegging voor God (vers 19-20) en in het dienen van elkaar (vers 21). Verticaal en horizontaal. Mooi dat Paulus het zingen voorop zet. In de lofprijzing kun je jezelf verliezen, overgeven. Je neemt elkaar erin mee (letterlijk: "spreekt tot elkaar in psalmen, lofzangen"). Dat samen zingen is tekenend voor hoe je samen leeft binnen de gemeente van Christus: "onderdanig aan elkaar". Daarbij moeten we niet denken aan miezerige figuren die voor een ander door het stof kruipen, maar aan mensen die zich op elkaar richten om samen dat gospelkoor voor God te zijn.
Als mensen in een koor alleen op zichzelf letten wordt het niks. Je gaat elkaar overstemmen, ongelijk zingen, op een andere toon of in een ander tempo. Mensen die vervuld zijn van Gods Geest, letten juist op anderen, om zo s谩men God groot te maken. Koorleden zijn er niet op uit als solist te schitteren, maar stellen zichzelf onopvallend ter beschikking. Hun gericht zijn op de ander heeft de kleur van dienstbaarheid. Soms heb ik mensen ontmoet die de indruk maakten meer vol te zijn van hun vervulling met de Geest dan van die Geest zelf. Ze praten graag over hun geestelijke ervaringen, hun geloofsbeleving domineert de gesprekken. Je krijgt het gevoel dat jij altijd maar met hen moet meevoelen en meedenken, terwijl je het zo graag ook eens omgekeerd zou willen. Maar wie vervuld is met de Geest, schuift niet zichzelf naar voren, maar de ander.
Kijk maar naar wat genoemd wordt de vrucht van de Geest: liefde, blijdschap, vrede, geduld, zachtmoedigheid enz. (Galaten 5:22). Allemaal woorden die het tegenovergestelde laten zien van jezelf laten gelden ten koste van de ander. Tongentaal, gaven van genezing of uitdrijving, prachtig. Dat meen ik. Ik dank God voor de zegen die Hij geeft door mensen die deze gaven hebben ontvangen. Tegelijk zeg ik: hier g谩谩t het niet om. Het gaat om de liefde (1 Corinthiers 13). De vervulling van Gods Geest zie ik allereerst niet in het ongewone, maar in het gewone. In hoe christenen met mensen omgaan. Hoe kan het ook anders, want die Geest is de Geest van Christus! En wie of wat was Christus anders dan liefdevolle dienstbaarheid?
Ruimte maken
Hoe geef je nu gehoor aan die oproep: Wordt vervuld met de Geest? Belangrijk is dan dat er niet staat: vervul je zelf met de Geest. God vult, maar jij moet ruimte maken. Deze gedachte komt ook weer uit die vergelijking met alcohol. "Wordt vervuld met de Geest" is de ene kant van de medaille. De andere kant klinkt in 殚n adem mee: "Bedrinkt u niet aan wijn". Dat kan natuurlijk ook bier zijn of jenever. Maar, behalve drank kan het alles zijn, waar ik me door laat meevoeren, me laat beheersen: geld, seks, macht, werk, sport, je recht, je gelijk & Alles waarmee ik me zo 'vol heb laten lopen', dat er nauwelijks nog ruimte over is voor de Geest van God. Vervuld worden met de Geest is dan ook niet een kwestie van iets te pakken krijgen, maar iets kwijtraken.
Een sprekend beeld vind ik een tot de rand toe gevuld glas water met stenen erin. Je denkt dat het glas vol is, maar zo gauw je er stenen uithaalt, kan er weer water bij. De vraag is alleen: hoe ver durf je daarin te gaan? Wil je het eigenlijk wel? Al die ruimtevullers opdiepen en overboord zetten? Je trots, je hebberigheid, de onreinheid van je ogen en in je gedachten. Je verslaafdheden, je recht en gelijk, je verdwazing van sport of werk. Wij bidden om de Geest, we verlangen naar die vervulling, maar tegelijk koesteren we al die ruimtevullers. We willen 閚 閚. Maar bij God is het altijd 贸f 贸f. Wie kiest voor 閚 閚 bedroeft de Geest. Je christenzijn wordt matig en mattig. De overvloed spat er niet van af. De blijdschap van het geloof wordt dof. Het zingen wordt brommen, meer uit gewoonte dan vol overgave. Het dienen wordt meer plicht dan vreugde. Het is niet voor niets dat Paulus ons op het hart bindt: "Wordt vervuld met de Geest!"
Bijbelleessuggesties:
1 Corinthiers 12:31 - 13:8 (gaven zijn mooi, maar het gaat om de liefde)
Galaten 5:13-26 (bij God is het 贸f 贸f)
Efeziers 4:30; 1 Thessalonicenzen 5:19 (de Heilige Geest bedroeven of uitdoven)
Om over na te denken / gespreksvragen:
1. Beschouw ik mezelf als vervuld met de Geest? Waaraan merk ik dat?
2. Wat betekent Paulus' oproep in Efeziers 5:18 voor mij? Hoe reageer ik erop?
3. Hoe moet mijn houding zijn tegenover christenen die op mij niet de indruk maken vol van de Geest te zijn?
4. Wat heeft het verschil tussen een traditionele kerk en een evangelische gemeente wel of niet te maken met vol zijn van de Geest?