Wie echt dankbaar is, betuigt daarmee ook zijn of haar afhankelijkheid. Daarom vraagt echte dankbaarheid om een nederig hart...
Dankbaarheid: ruitenwisser van de ziel.
Echte dankbaarheid vraagt om een nederig hart
'Dankbaarheid is voor de ziel, wat de ruitenwisser is voor de auto.' Deze wat merkwaardige uitspraak hoorde ik eens op een conferentie in Duitsland, waar ds. Leonhard Roth, de voorzitter van het Duitse 'Blauwe Kruis', een toespraak hield. Hij vertelde mij later dat hij op die vergelijking gekomen was door het lezen van een gedichtje, dat een ex-alcoholicus voor hem had gemaakt uit dankbaarheid dat God hem van de drankzucht had verlost. De tekst ervan luidt - vrij vertaald - als volgt:
Is de zon door de wolken bedekt,
en zie je nergens een streepje blauw,
is je ziel door je zonden bevlekt,
en lijkt alles zo triest en zo grauw,
gaat alles wank'len, loopt alles scheef,
ga God dan danken voor dat wat bleef.
niets houdt het venster der ziel zo blank
als elke dag een 'hartelijk dank!'
Iedereen weet hoe belangrijk in de winter een ruitenwisser is. Als de boel bevroren is en de wisser werkt niet, wordt de voorruit in de kortste keren smerig vies en ondoorzichtig. Verder rijden zou levensgevaarlijk zijn. Pas als de wisser weer goed functioneert, kun je de reis voortzetten. Zo is het nu ook in het geestelijk leven. Dankbaarheid maakt het venster van onze ziel schoon. Waar de echte dankbaarheid ontbreekt, gaat het uitzicht verloren en raken we het spoor bijster.
Blij en dankbaar
In de Bijbel wordt op veel plaatsen gesproken over danken en dankbaarheid, vaak in combinatie met bidden en loven. Een mooi voorbeeld daarvan vinden we in het slotgedeelte van Paulus' eerste brief aan de Thessalonicenzen. De apostel geeft een drietal raadgevingen die niet zo gemakkelijk in de praktijk te brengen zijn. Hij schrijft: "Verblijdt u te allen tijde, bidt zonder ophouden, dankt onder alles." Een begrijpelijke reactie is, zeker in onze tijd: 'Hoe kan dat nou: altijd blij zijn, 24 uur per dag bidden en dan ook nog onder alles danken. Een onmogelijke opdracht.' Inderdaad, moeten we zeggen, in eigen kracht kunnen we dat niet volbrengen en, laten we eerlijk zijn, willen we het zelfs niet eens proberen. Paulus kan ons nog meer vertellen…
Paulus voegt er echter nog aan toe: "want dat is de wil van God in Christus Jezus ten opzichte van u" , een belangrijk argument dat ons dwingt zijn raadgevingen extra serieus te nemen. Het blijkt dus meer dan een raadgeving te zijn, het is een opdracht. Niet Paulus, maar God wil, eenvoudig gezegd, dat we blij zijn, een biddend leven leiden en dankbaar zijn. Die drie dingen horen bij elkaar en zijn niet apart verkrijgbaar. Wie ze wel los van elkaar ziet, komt er nooit uit en zal er niets van begrijpen als iemand temidden van allerlei ellende blijmoedig blijft en zelfs dankbaar is. Wie bidt, is dankbaar dat hij of zij tot God mag spreken en dat geeft weer een diepe vreugde.
Een rooms-katholiek theoloog schrijft terecht: 'Vreugde, gebed en dankzegging vormen blijvende grondstromingen van het christelijk bestaan, die steeds weer naar de oppervlakte stijgen en expliciet naar uitdrukking zoeken.'
Blijdschap in bijbelse zin heeft overigens niets te maken met oppervlakkige vreugde of platvloerse lol zoals de wereld die biedt. De blijdschap in bijbelse zin is geen vrucht van eigen bodem, maar vrucht van de Geest en ontstaat uit de zekerheid dat we vrede met God hebben.
In een andere brief heeft Paulus het dan ook over zich verblijden in de Here. De gelovige verheugt zich, net als Maria, de moeder des Heren, in God, de Heiland. Die vreugde is innerlijk, diep, zwijgend. Het is een blijdschap die vaak door droefheid heengaat. De Statenvertalers tekenen bij deze tekst aan: "Wees altijd goedsmoeds en wel tevreden, zelfs in het midden van alle verdrukkingen."
Ongelovigen zeggen: 'Dat kan niet.' Zij hebben eerder de neiging om God de schuld van alle ellende te geven, als ze nog aan God geloven tenminste. Uit eigen ervaring kan ik echter getuigen: het kan wel, al is het soms blijdschap door je tranen heen.
pagina 2
Kracht om te danken
Mijn vrouw en ik hebben een zwaar verstandelijk gehandicapte zoon van 24 jaar, Laurens, en vooral toen hij nog bij ons thuis woonde, was er voor ons weinig aanleiding om ons te allen tijde te verblijden en dankbaar te zijn. Dag en nacht waren we met hem in de weer. Gevoelens van wanhoop en machteloosheid maakten zich van ons meester. Wat hebben we met hem getobd. En toch gaf God momenten van intense vreugde, door onze tranen heen. Dan wisten we zeker: God kent hem en ons, Hij draagt ons er door heen en dat gaf weer een diep gevoel van dankbaarheid. Tot op de dag van vandaag is dat onze ervaring. We weten ook zeker, dat er veel voorbede voor ons gedaan wordt en ook dat geeft kracht om te danken.
Het bidden zonder ophouden houdt natuurlijk niet in, dat we steeds met gevouwen handen en gesloten ogen in een gebedshouding moeten zitten. Paulus zelf deed dat in elk geval niet. In dezelfde brief schrijft hij dat hij dag en nacht heeft gearbeid. Als tentenmaker moest hij wel zijn handen gebruiken. Neen, zondr ophouden bidden ziet op de voortdurende gemeenschap met God. Om een eigentijds beeld te gebruiken: de communicatielijnen met de Hemel staan dag en nacht open. Er is permanent contact. Voor die verbinding heeft God zelf gezorgd. Het is een geschenk van Hem.
Altijd danken
En dan: dankt onder alles. Over de dankbaarheid wil ik in het bijzonder wat zeggen. Om misverstand te voorkomen, wijs ik er op dat 'danken onder alles' niet hetzelfde is als: 'danken voor alles'. Onder of in alles betekent hier: onder alle omstandigheden, in alle situaties, op elk moment. Paulus geeft trouwens geen individuele opdracht, maar hij roept de gemeente van Christus op tot vreugde, gebed en dankzegging. In onze tijd denken we zo individualistisch, ook over deze dingen. Laat elkaar niet alleen tobben, zou Paulus zeggen, maar draagt elkanders lasten, zó zult gij de wet van Christus vervullen.
In de grondtaal van het Nieuwe Testament, het Grieks, wordt dankbaarheid aangeduid met het woord 'eucharistia', dat weer samenhangt met charis = genade. Dankbaarheid betekent dus: van genade spreken. Het Nederlandse werkwoord 'danken' is verwant met denken: als we danken voor een geschenk, denken we aan de gever en verheugen we ons over zijn goedheid. Dat geldt in nog sterkere mate in het geloofsleven.
Onze relatie met de Here God wordt voor een groot deel medebepaald door dankbaarheid en dankzegging. Het Oude Testament is er vol van, vooral in de psalmen. In het Nieuwe Testament lezen we vaak van de Here Jezus Christus dat Hij gedankt heeft. Zijn volgelingen zijn Hem daarin gevolgd. Zo bracht Paulus zelf het 'danken onder alles' in de praktijk, toen hij in Filippi in de gevangenis zat. Samen met zijn metgezel Silas zong hij lofzangen in de nacht. En in de Brief aan de Romeinen betuigt hij, weer uit eigen ervaring, dat God alle dingen voor de gelovigen doet medewerken ten goede.
Vele gelovigen in alle eeuwen hebben de waarheid van dit woord ervaren. Nee, het gaat niet om een krampachtig 'dank U' tot God zeggen, terwijl je hart het uitschreeuwt van verdriet. Dat uitschreeuwen mag ook. Ga maar eens na wat sommige psalmdichters tegen God geschreeuwd hebben. Zij richtten zich echter in hun pijn en verdriet wel tot het goede adres: de barmhartige God in de hemel. (Telefoonnummer 5015 = Psalm 50:15). En Paulus wist daar ook van. Daarom voegt hij er, heel pastoraal aan toe, dat dit de wil van God is in Christus Jezus. Blij zijn en danken kan alleen als we zien op Jezus.
Dankbaarheid als gave
Dankbaarheid is een gave van God, een bemoediging die we elke dag nodig hebben. Wie God oprecht dankt voor wat voorbij is, vertrouwt ook op Hem voor alles wat nog komen gaat. Zo iemand ontvangt van God drie dingen:
dankbaarheid voor gisteren, moed voor vandaag en vertrouwen voor morgen.
Dankbaarheid helpt ons vervolgens ook dingen te veranderen die ons neerdrukken. De bekende Duitse predikant Bonhoeffer - die jarenlang in gevangenschap heeft doorgebracht en in 1945 terechtgesteld is door de Nazi's - heeft eens gezegd: 'Dankbaarheid verandert kwellende herinneringen in een stille vreugde.' Hij voegde eraan toe: 'Als het oog gericht is op Jezus Christus die tot hiertoe heeft geholpen.' Dankbaarheid is verder de echo van de barmhartigheid en ontferming die men heeft ervaren. Een dankbare gelovige kan met de Duitse dichter Philipp Friedrich Hiller (1699-1769) zingen:
pagina 3
Mij is ontferming wedervaren,
Ontferming onverdiend geschied.
Wie kan dat wonder mij verklaren?
Mijn hart, vol trots, vroeg haar zelfs niet.
Maar 'k ben verlost en ben verblijd,
En roem in Gods barmhartigheid.
Wie echt dankbaar is, betuigt daarmee ook zijn of haar afhankelijkheid. Daarom vraagt echte dankbaarheid om een nederig hart.
Nederigheid
Net als dankbaarheid is nederigheid een schaars product in onze samenleving. Wij, mensen van de moderne tijd, willen onafhankelijk zijn. We willen niemand boven ons. Geen betutteling. Niks dank-u-wel, wij hebben onze rechten. Hoe we moeten leven, maken we toevallig zelf wel uit. Geen God en geen meester, deze leuze uit de tijd van de Franse Revolutie geeft nog steeds precies aan hoe wij staan in deze maatschappij.
Het geloof spreekt echter heel andere taal. 'Diegene heeft de ware dankbaarheid, die leeft vanuit het besef, dat hij alle gaven van God onwaardig is', heeft een mysticus eens gezegd.
De Bijbel leert ons dat we nergens recht op hebben, maar dat we van genade moeten en mogen leven. Als een bedelaar van genadebrood leven, valt voor ons hoogmoedige mensen niet mee. Toch leert God al Zijn kinderen dat het zo goed is. 'Niets uit ons, maar 't al uit Hem, zo gaan wij naar Jeruzalem', zegt een oud rijmpje. De Here God leert ons onze zegeningen te tellen en Hem daarvoor te danken. Als wij dat doen, krijgen we weer licht en uitzicht. De ruitenwissers werken weer: 'Niets houdt het venster der ziel zo blank, als elke dag een 'hartelijk dank."
Bijbelleessuggesties
Galaten 5:22-26
Efeze 5:15-21
1 Thessalonicenzen 5:16-24
Om over na te denken/ gespreksvragen
1. Wanneer is het gemakkelijker om dankbaar te zijn, in voor- of in tegenspoed?
2. Spurgeon heeft gezegd, dat de dankbaarheid een openbaring is van persoonlijke liefde tot Jezus. Op welke wijze geeft u uiting aan uw dankbaarheid jegens Hem?
3. Kent u voorbeelden van mensen - uit verleden of heden - die erg moeten lijden en die toch, ondanks alles blijmoedig en dankbaar zijn, omdat ze vrede hebben met God?
4. Probeert u óók echt dankbaar te zijn voor alle mooie dingen die God in de natuur geschapen heeft? Zo ja, hoe geeft u daar uitdrukking aan?