Dankbaarheid: ruitenwisser van de ziel.
- door nico van velzen
- gepubliceerd 14/12/2005
- toewijding aan God
-
beoordeling:




nico van velzen
Drs. Nico van Velzen is oud-directielid van de Evangelische Hogeschool in Amersfoort. Tegenwoordig is hij hoofd van de afdeling Evangelisatie en Toerusting van het Zendings-Diaconessenhuis in Amerongen.
bekijk alle artikelen van nico van velzenDankbaarheid: ruitenwisser van de ziel.
Echte dankbaarheid vraagt om een nederig hart
'Dankbaarheid is voor de ziel, wat de ruitenwisser is voor de auto.' Deze wat merkwaardige uitspraak hoorde ik eens op een conferentie in Duitsland, waar ds. Leonhard Roth, de voorzitter van het Duitse 'Blauwe Kruis', een toespraak hield. Hij vertelde mij later dat hij op die vergelijking gekomen was door het lezen van een gedichtje, dat een ex-alcoholicus voor hem had gemaakt uit dankbaarheid dat God hem van de drankzucht had verlost. De tekst ervan luidt - vrij vertaald - als volgt:
Is de zon door de wolken bedekt,
en zie je nergens een streepje blauw,
is je ziel door je zonden bevlekt,
en lijkt alles zo triest en zo grauw,
gaat alles wank'len, loopt alles scheef,
ga God dan danken voor dat wat bleef.
niets houdt het venster der ziel zo blank
als elke dag een 'hartelijk dank!'
Iedereen weet hoe belangrijk in de winter een ruitenwisser is. Als de boel bevroren is en de wisser werkt niet, wordt de voorruit in de kortste keren smerig vies en ondoorzichtig. Verder rijden zou levensgevaarlijk zijn. Pas als de wisser weer goed functioneert, kun je de reis voortzetten. Zo is het nu ook in het geestelijk leven. Dankbaarheid maakt het venster van onze ziel schoon. Waar de echte dankbaarheid ontbreekt, gaat het uitzicht verloren en raken we het spoor bijster.
Blij en dankbaar
In de Bijbel wordt op veel plaatsen gesproken over danken en dankbaarheid, vaak in combinatie met bidden en loven. Een mooi voorbeeld daarvan vinden we in het slotgedeelte van Paulus' eerste brief aan de Thessalonicenzen. De apostel geeft een drietal raadgevingen die niet zo gemakkelijk in de praktijk te brengen zijn. Hij schrijft: "Verblijdt u te allen tijde, bidt zonder ophouden, dankt onder alles." Een begrijpelijke reactie is, zeker in onze tijd: 'Hoe kan dat nou: altijd blij zijn, 24 uur per dag bidden en dan ook nog onder alles danken. Een onmogelijke opdracht.' Inderdaad, moeten we zeggen, in eigen kracht kunnen we dat niet volbrengen en, laten we eerlijk zijn, willen we het zelfs niet eens proberen. Paulus kan ons nog meer vertellen…
Paulus voegt er echter nog aan toe: "want dat is de wil van God in Christus Jezus ten opzichte van u" , een belangrijk argument dat ons dwingt zijn raadgevingen extra serieus te nemen. Het blijkt dus meer dan een raadgeving te zijn, het is een opdracht. Niet Paulus, maar God wil, eenvoudig gezegd, dat we blij zijn, een biddend leven leiden en dankbaar zijn. Die drie dingen horen bij elkaar en zijn niet apart verkrijgbaar. Wie ze wel los van elkaar ziet, komt er nooit uit en zal er niets van begrijpen als iemand temidden van allerlei ellende blijmoedig blijft en zelfs dankbaar is. Wie bidt, is dankbaar dat hij of zij tot God mag spreken en dat geeft weer een diepe vreugde.
Een rooms-katholiek theoloog schrijft terecht: 'Vreugde, gebed en dankzegging vormen blijvende grondstromingen van het christelijk bestaan, die steeds weer naar de oppervlakte stijgen en expliciet naar uitdrukking zoeken.'
Blijdschap in bijbelse zin heeft overigens niets te maken met oppervlakkige vreugde of platvloerse lol zoals de wereld die biedt. De blijdschap in bijbelse zin is geen vrucht van eigen bodem, maar vrucht van de Geest en ontstaat uit de zekerheid dat we vrede met God hebben.
In een andere brief heeft Paulus het dan ook over zich verblijden in de Here. De gelovige verheugt zich, net als Maria, de moeder des Heren, in God, de Heiland. Die vreugde is innerlijk, diep, zwijgend. Het is een blijdschap die vaak door droefheid heengaat. De Statenvertalers tekenen bij deze tekst aan: "Wees altijd goedsmoeds en wel tevreden, zelfs in het midden van alle verdrukkingen."
Ongelovigen zeggen: 'Dat kan niet.' Zij hebben eerder de neiging om God de schuld van alle ellende te geven, als ze nog aan God geloven tenminste. Uit eigen ervaring kan ik echter getuigen: het kan wel, al is het soms blijdschap door je tranen heen.
'Dankbaarheid is voor de ziel, wat de ruitenwisser is voor de auto.' Deze wat merkwaardige uitspraak hoorde ik eens op een conferentie in Duitsland, waar ds. Leonhard Roth, de voorzitter van het Duitse 'Blauwe Kruis', een toespraak hield. Hij vertelde mij later dat hij op die vergelijking gekomen was door het lezen van een gedichtje, dat een ex-alcoholicus voor hem had gemaakt uit dankbaarheid dat God hem van de drankzucht had verlost. De tekst ervan luidt - vrij vertaald - als volgt:
Is de zon door de wolken bedekt,
en zie je nergens een streepje blauw,
is je ziel door je zonden bevlekt,
en lijkt alles zo triest en zo grauw,
gaat alles wank'len, loopt alles scheef,
ga God dan danken voor dat wat bleef.
niets houdt het venster der ziel zo blank
als elke dag een 'hartelijk dank!'
Iedereen weet hoe belangrijk in de winter een ruitenwisser is. Als de boel bevroren is en de wisser werkt niet, wordt de voorruit in de kortste keren smerig vies en ondoorzichtig. Verder rijden zou levensgevaarlijk zijn. Pas als de wisser weer goed functioneert, kun je de reis voortzetten. Zo is het nu ook in het geestelijk leven. Dankbaarheid maakt het venster van onze ziel schoon. Waar de echte dankbaarheid ontbreekt, gaat het uitzicht verloren en raken we het spoor bijster.
Blij en dankbaar
In de Bijbel wordt op veel plaatsen gesproken over danken en dankbaarheid, vaak in combinatie met bidden en loven. Een mooi voorbeeld daarvan vinden we in het slotgedeelte van Paulus' eerste brief aan de Thessalonicenzen. De apostel geeft een drietal raadgevingen die niet zo gemakkelijk in de praktijk te brengen zijn. Hij schrijft: "Verblijdt u te allen tijde, bidt zonder ophouden, dankt onder alles." Een begrijpelijke reactie is, zeker in onze tijd: 'Hoe kan dat nou: altijd blij zijn, 24 uur per dag bidden en dan ook nog onder alles danken. Een onmogelijke opdracht.' Inderdaad, moeten we zeggen, in eigen kracht kunnen we dat niet volbrengen en, laten we eerlijk zijn, willen we het zelfs niet eens proberen. Paulus kan ons nog meer vertellen…
Paulus voegt er echter nog aan toe: "want dat is de wil van God in Christus Jezus ten opzichte van u" , een belangrijk argument dat ons dwingt zijn raadgevingen extra serieus te nemen. Het blijkt dus meer dan een raadgeving te zijn, het is een opdracht. Niet Paulus, maar God wil, eenvoudig gezegd, dat we blij zijn, een biddend leven leiden en dankbaar zijn. Die drie dingen horen bij elkaar en zijn niet apart verkrijgbaar. Wie ze wel los van elkaar ziet, komt er nooit uit en zal er niets van begrijpen als iemand temidden van allerlei ellende blijmoedig blijft en zelfs dankbaar is. Wie bidt, is dankbaar dat hij of zij tot God mag spreken en dat geeft weer een diepe vreugde.
Een rooms-katholiek theoloog schrijft terecht: 'Vreugde, gebed en dankzegging vormen blijvende grondstromingen van het christelijk bestaan, die steeds weer naar de oppervlakte stijgen en expliciet naar uitdrukking zoeken.'
Blijdschap in bijbelse zin heeft overigens niets te maken met oppervlakkige vreugde of platvloerse lol zoals de wereld die biedt. De blijdschap in bijbelse zin is geen vrucht van eigen bodem, maar vrucht van de Geest en ontstaat uit de zekerheid dat we vrede met God hebben.
In een andere brief heeft Paulus het dan ook over zich verblijden in de Here. De gelovige verheugt zich, net als Maria, de moeder des Heren, in God, de Heiland. Die vreugde is innerlijk, diep, zwijgend. Het is een blijdschap die vaak door droefheid heengaat. De Statenvertalers tekenen bij deze tekst aan: "Wees altijd goedsmoeds en wel tevreden, zelfs in het midden van alle verdrukkingen."
Ongelovigen zeggen: 'Dat kan niet.' Zij hebben eerder de neiging om God de schuld van alle ellende te geven, als ze nog aan God geloven tenminste. Uit eigen ervaring kan ik echter getuigen: het kan wel, al is het soms blijdschap door je tranen heen.