Ieder mens, christenen niet uitgezonderd, kent in zijn leven zomers, hefsten, winters en lentes. Als wij het voor het zeggen hadden, kozen we een levenlang zomer. Maar de realiteit is anders, we zullen een schommeling van seizoenen beleven...
Seizoenen van het leven.
In mijn achtertuin staan twee oude bomen. De seringenboom is door het poezenvolk uit mijn buurt uitverkoren als krabpaal. Al mijn pogingen tot bescherming ten spijt, heeft de stam de afgelopen jaren aanzienlijke schade opgelopen. De appelboom is door ouderdom gebogen, met dikke knoesten in het hout. Hij doet denken aan een oude, gekromde vrouw, die met pijnlijke gezwollen knieen haar weg gaat.
Iedere winter als wind, regen en hagel over mijn twee oude bomen gaan, vraag ik me af of ze het zullen redden en twijfel ik aan hun bloei. Maar iedere lente barst opnieuw de tere appelbloesem uit de knop en verschijnt het groene blad aan de seringenboom, en weet ik dat het moment zal komen waarop de takken opnieuw zullen buigen onder glanzende appels en trossen met diep paarse seringen. Iedere keer is het weer een wonder van leven en overvloed.
Mijn oude bomen zijn ware levenskunstenaars. Hun beschadigde stam en knokige takken zijn fascinerend mooi. Ze verbergen een rijk innerlijk leven, dat voor het oog verborgen is. Als bij ons de kachel nog volop loeit en buiten nog geen lentebode zichtbaar is, zijn in die dikke oude stammen de levenbrengende sapstromen alweer op gang gekomen en wordt in het diepste geheim de bloei ingezet.
Waterstromen
Het is zoals de psalmist zegt: een boom, die geplant is aan waterstromen geeft zijn vrucht op zijn tijd (Psalm 1:1-3). Eerlijk gezegd zijn die waterstromen niet erg zichtbaar in mijn kleine achtertuintje, al hebben mijn buren achter de schutting een klaterend stroompje gecreeerd, dat na een druk op een knop zijn weg gaat over een bedding van landbouwplastic. Mijn oude bomen zoeken zulke beekjes niet, het zijn geen oppervlakkige instant types. Zelfs in mijn kleine gecultiveerde achtertuintje weten ze het ware voedsel te vinden, ze hebben hun wortels diep genoeg in de grond gestoken om levend water te bereiken. Het resultaat mag er zijn: storm, wind of regen, die twee oude bomen staan hun mannetje en worden eerder krachtiger dan zwakker. Door het leven gekromd en beschadigd brengen ze mooie bloesem voort en rijke vrucht.
Vergelijkbare seizoenen kennen we in ons eigen leven. Er zullen winterse omstandigheden zijn waarin we kou lijden, tijden waarin somberheid overheerst, bijvoorbeeld door de moeite van een liefdeloos huwelijk, van aanhoudende problemen in het gezin, van eenzaamheid of werkloosheid. Dan weer is daar een onverwacht lentemoment waarop we een lichtpuntje zien en uitzicht krijgen op verandering, vernieuwing, herstel. Soms lijkt het leven ons toe te lachen door een kostbare vriendschap of relatie, door harmonie in het gezin, een leuke baan of financiele ruimte. Dat zijn zomermomenten. Maar dan weer kan er iets gebeuren, dat je het gevoel geeft, dat dingen bij je handen afbreken; er is moeite op je werk, ziekte in het gezin, een conflict in een relatie of er gaat 'van alles' mis.
Het is als de herfst, een tijd van afbraak. Hoe blijven we staande in die verschillende seizoenen van ons leven? Wat geeft stabiliteit, wat geeft rust? Hoe kunnen we voorkomen dat we in de winterperiodes in ons leven verkillen of gegrepen worden door moedeloosheid en bitterheid? Hoe kunnen we in alle omstandigheden de verwachting van de lente en de vreugde en volheid van de zomer vasthouden? In hoeverre kan de herfst waarin van alles afgebroken wordt, toch iets goeds uitwerken? En…hoe krijgen we oog voor de groei, die ondergronds, weliswaar ongezien, maar toch gestaag doorgaat?
pagina 2
Herfststorm
Bij het schrijven van dit artikel moest ik denken aan Joni Eareckson. Ze was pas zestien jaar en in de lente van haar leven, toen een ongeluk haar dromen en verwachtingen wreed verstoorde en ze verlamd raakte. Op een warme zomerdag werd haar leven getroffen door een zware herfststorm, die slechts een ogenblik duurde, maar haar alles ontnam. Ze was een jonge boom, die in een oogwenk al haar blad verloor en diep gehavend achterbleef: Joni verloor haar gezondheid, haar bewegingsvrijheid, haar toekomstdromen en daarmee haar zorgeloze jeugd. Het ene moment zat ze fier te paard (ze was een enthousiast ruiter), het andere letterlijk lamgeslagen in een rolstoel. In de eerste maanden na het ongeluk overheerste in Joni's hart de winter. Het jonge blije meisje was haar levensvreugde kwijt. In die tijd raakte ze ook haar wil om te leven kwijt. Ze dreigde gefixeerd te raken op wat ze niet meer kon. Zo wilde ze niet verder.
Hoe zou Joni hebben gereageerd als de Here Jezus in die maanden bij haar was binnengelopen en gezegd had: 'Ik ben gekomen om je leven te geven en overvloed' (Johannes 10:10)? Zou ze het hebben willen horen? Zou ze het hebben kunnen horen? Zou ze het zich hebben kunnen voorstellen? Feit is, dat de Here ook in die barre winterperiode nabij was en van zich deed horen. Hij deed dat onder andere via een buurjongen, die regelmatig langskwam en bijbelstudie met haar deed en met haar bad. Hij deed dat door de vele vrienden, die bleven komen en Joni's eigen familie, die alles in het werk stelde om deze weg met haar te gaan. Hij deed het door Zelf haar hart te verwarmen, door haar in dat dal van diepe duisternis de zonnenstralen van Zijn liefde te doen voelen. Ik weet niet precies hoe het gegaan is, maar gaandeweg kreeg Joni weer hoop. Nee, geen hoop op fysiek herstel, die weg was menselijkerwijs gesproken afgesneden, maar wel hoop op God. De God, die Zijn kinderen een hoopvolle toekomst en een overvloedig leven belooft, dingen die niet afhankelijk zijn van omstandigheden, maar alleen van Hem.
Ruim dertig jaar later is Joni een krachtige vrouw, die van binnenuit straalt. Wat de rolstoel betreft, die is er nog steeds. In dat opzicht is het winter gebleven. Maar er is iets gebeurd dat de winter heeft doorbroken. Op het moment dat ik dit artikel schrijf ben ik net terug van een samenkomst met Joni. Iedere keer als ik haar ontmoet ben ik onder de indruk van haar krachtige en warme persoonlijkheid en van haar levensvreugde. Het was Gods liefde in haar, die haar man Ken ruim achttien jaar geleden zo aantrok. 'Ik had nog nooit een meisje ontmoet, dat zo veel van Jezus hield', zou hij later zeggen. Zelf zei Joni eens: 'Het zijn beproevingen, die ons dichter bij Jezus brengen. Het zijn die momenten waarop we zelf machteloos zijn en niet anders kunnen dan tot Hem roepen.' Vandaag de dag is Joni een mooie vrouw van God. Ik beschouw haar als een echte levenskunstenaar. Niet alleen omdat ze kan zingen en heeft leren schilderen met het penseel in haar mond, maar omdat ze het leven ten volle benut en ervan geniet.
Ik herinner me een ontmoeting in Duitsland een aantal jaren geleden. We stonden bij de receptie van een hotel en Joni, doodmoe na een lange reis, zette haar lievelingslied in: 'Great is Thy faithfulness' (Groot is uw trouw, o Heer). We vielen haar allemaal bij, zomaar ergens in de gang van een hotel. Later vertelde ze me, dat zij en haar team op iedere reis die zij ondernemen, een nieuw lied leren. Doodop is ze soms en nauwelijks in staat haar hoofd rechtop te houden. Maar ze heeft een lied in haar hart. Niet omdat een christen blij hoort te zijn, maar omdat ze het is. Ze heeft in God haar levenskracht en -moed gevonden en Hij geeft haar vreugde, die boven haar omstandigheden uitgaat.
Een van de liederen, zie ze zelf schreef, begint zo: 'Al moet ik m'n hele aardse leven in een rolstoel doorbrengen, dan weiger ik die jaren te verspillen in wanhoop'. Die bewuste (en moeilijke) keuze ligt ten grondslag aan haar levenskunst en maakt haar leven in balans.
pagina 3
Josef
In de Bijbel staan verschillende levensgeschiedenissen waarin het lange tijd winter was. Ik denk aan Lea, die moest zien te overleven in een huwelijk zonder liefde. Het was overigens nog erger, want niet alleen hield haar man niet van haar, hij hield van een ander. Ergens in die dieptreurige geschiedenis staat een pregnant zinnetje: 'En God zag, dat Lea onbemind was' (Genesis 29:31). Het doet denken aan een zin, die een paar maal voorkomt in een eveneens droevige geschiedenis: die van Jozef. Toen hij geboren werd, zag zijn toekomst er rooskleurig uit. Hij was de oogappel van zijn vader, een jongen, die geboren was voor het geluk. Ongetwijfeld zou zijn leven alleen uit lentes en zomers bestaan.
Maar ook bij hem werd het herfst: zijn broers verkochten hem. Toen zijn broers hem ontdeden van zijn veelkleurige kleed, raakte hij zijn vrijheid, zijn positie en status kwijt. Jozefs' levensboom verloor blad na blad. De geliefde zoon werd als anonieme slaaf weggevoerd, een onbekende toekomst tegemoet. In Egypte kreeg hij een baan bij een hoge piet aan het hof, wist zich omhoog te werken en werd vervolgens in de gevangenis geworpen. Opnieuw een verlieservaring, opnieuw herfst. Onbegrijpelijk zal het voor hem zijn geweest, onoverkomelijk misschien ook. Die dingen worden niet vermeld. Wel vermeld wordt dit: En God was met Jozef, Hij bewees hem genade (Genesis 39:2 en 21).
Ik geloof, dat onze winters minder kil worden als we oog krijgen voor die waarheid: God ziet ons, God is met ons. God bewijst ons genade. Het vergt een bewust wegzien van je eigen problemen en pijn, het vergt de moed om het onzichtbare voor ogen te houden en vast te houden. Ziel wat ben je onrustig in mij, zegt de Psalmist. Hoop op God, want ik zal Hem nog loven (Psalm 42:12). Het is zoals David verwoordt in Psalm 23. Hij spreekt daar over grazige weiden en rustige wateren, over Gods leiding en verkwikking. Hij spreekt echter ook over een dal van diepe duisternis. 'Ik vrees geen kwaad', zegt hij moedig, 'want Gij zijt bij mij'. En dan noemt hij een aantal zaken op, die voor hem vaststaan (al zal hij ze niet altijd ervaren hebben): 'Gij vertroost mij, Gij richt voor mij een dis aan… Gij zalft mijn hoofd met olie...'.
Zelfs zegt hij: '...mijn beker vloeit over'. Met andere woorden: In u vind ik niet alleen alles wat ik nodig heb, ik krijg meer dan genoeg, u geeft overvloed. De gedachte van zalving vinden we terug in 2 Korintiers 1:21-22: God heeft ook ons gezalfd en ...'zijn zegel op ons gedrukt en de Geest tot onderpand in onze harten gegeven…'. Gods Heilige Geest (olie) is voor hen, die wedergeboren zijn, een soort 'aanbetaling', een garantie voor wat nog komen gaat. Hij is ons uitzicht. De Heilige Geest is tevens degene, die vandaag de dag, in alle seizoenen van ons leven, niet alleen nabij, maar in ons is (Johannes 14:17). Hij is de 'schat in aarden vaten' en 'de kracht, die alles te boven gaat', waar Paulus over schrijft in 2 Korintiers 4:7. Hij is Degene, die ons leven 'overvloedig' maakt en doet Leven met een hoofdletter 'L'.
Wat valt er op God te hopen in de barre winters van je leven? Wat is er van overvloed te bespeuren? Opnieuw denk ik aan Jozef. Na dertien jaar bergen en (vooral) dalen staat hij als dertigjarige man voor Farao. Deze constateert, dat hij nog nooit iemand heeft ontmoet die zo 'wijs' is als Jozef, een man in wie Gods Geest is, zo beschrijft hij hem. Het lijkt erop, dat Jozef in de dertien jaar die tussen zijn gedwongen afscheid van thuis en zijn eerherstel in Egypte lagen, gerijpt is zoals wijn op fust rijpt in een donkere ruimte. Is niet ook in de natuur de winter de periode van 'rust', de tijd waarin de sapstroom onderbroken wordt en er niets lijkt te gebeuren? Is niet de winter voor de bomen een zware tijd waarin storm en hagel over hem heen breken en hij geschud wordt en misschien wel barsten oploopt? En toch, toch heeft die winter niet het laatste woord. De God van leven laat niet los wat Zijn hand begon:
de sapstroom komt weer op gang en er wordt een onzichtbaar proces in werking gezet. Straks zullen de knoppen openbarsten en zal de tere bloesem de belofte van rijke vrucht in zich dragen. Die belofte mogen we voor ogen houden, in de kerkers van het leven.
pagina 4
Keuze
De bekende Zwitserse arts/psycholoog/theoloog Paul Tournier noemt de Bijbel het 'boek van de keuze'*. De belangrijkste keuze is die tussen dood en leven, een keuze die gebaseerd is op een persoon, op de levende God, op Jezus Christus. Hij is het die ons vrijmaakt en boven onze dagelijkse ervaringen uittilt. God wil ons niet alleen Zijn kracht geven, Hij wil onze kracht zijn. Hij Zelf is de sapstroom, die door de stam van onze levensboom vloeit, die leven geeft en groei en bloei. Gods levensstroom ervaren betekent, dat je bevrijd wordt uit je omstandigheden omdat grenzen verlegd worden en je oog krijgt voor een leven dat verder en dieper gaat dan het hier en nu. Wie zich gedragen weet door een kracht, die niet van hemzelf komt, maar van God is, zal heel anders in het leven staan.
Het vertrouwelijk met God samenzijn, zegt Tournier 'geeft een grotere soepelheid van leven… Gods plan zoeken betekent dat ik mij van harte in iedere omstandigheid schik, dat ik alle problemen die zich voordoen onder ogen wil zien en dat ik wil luisteren naar wat God mij erdoor te zeggen heeft'. En 'Het door God geleide leven is als een levensstroom, die van binnenuit doorbreekt'.
Toekomst
Ieder mens, christenen niet uitgezonderd, kent in zijn leven zomers, hefsten, winters en lentes. Als wij het voor het zeggen hadden, kozen we een levenlang zomer. Maar de realiteit is anders, we zullen een schommeling van seizoenen beleven, soms lopen ze door elkaar heen. Opnieuw Tournier: '(Het leven)… is geen voltooide toestand, maar een beweging. Ons geestelijke leven is ook een beweging, een groeien naar God toe'.
Het geheim dat het leven van een christen zo rijk maakt is dit: de groei gaat door. Paulus zegt in Filippenzen 1:6 'Hiertoe ben ik ten volle overtuigd, dat Hij, die in u een goed werk is begonnen, dit ten einde toe zal voortzetten, tot de dag van Christus Jezus. Door die wisseling van seizoenen in ons leven heen loopt de rode draad van Gods zicht op ons en Zijn plannen met ons. 'De gedachten, die ik over u koester', zegt Hij in Jeremia 29:11 tegen Zijn volk, 'zijn gedachten van vrede en niet van onheil, om u een hoopvolle toekomst te geven'.
De uitnodiging, die in Gods Evangelie besloten ligt, is tevens een uitdaging: 'Durf verder te zien dan je beperkte menselijke horizon, blijf niet steken bij wat zichtbaar (voor ogen) is'. Houdt vast aan Gods belofte van hoop en..van groei. Wie in God zijn levensbron heeft gevonden, kan met Paulus zeggen: 'Ik heb geleerd met de omstandigheden waarin ik verkeer, genoegen te nemen. Ik weet wat armoede is en ik weet wat overvloed is. In elk opzicht en in alle dingen ben ik ingewijd, zowel in verzadigd worden als in honger lijden, zowel in overvloed als in gebrek. Ik vermag alle dingen in Hem, die mij kracht geeft'. Later zegt hij:
'Mijn God zal in al uw behoeften naar zijn rijkdom heerlijk voorzien, in Christus Jezus' (Filippenzen 4:11-13 en 19). Wie deze dingen van harte leert nazeggen, is op weg een levenskunstenaar te worden.
Om over na te denken / gespreksvraag
Lees Jesaja 58:11. Let op de woorden 'voortdurend', 'verzadigen', 'krachtig maken', 'niet teleurstellen'. Wat betekenen deze dingen voor jou? Misschien bevind je je op dit moment in een dorre streek (ofwel herfst of winterseizoen).Welke dingen worden hier toegezegd door God?