Twijfels

Tijdens haar puberteit was ze onderhevig aan hormonale veranderingen en aan twijfel. Verward door de verandering die zij doormaakte van een zelfbewust kind tot een slungelige tiener met een pokdalig gezicht, werd Irina's kinderlijke geloof in God ingewikkelder. Plotseling brachten haar favoriete boeken geen oplossing meer en zij zag geen kans een bijbel te bemachtigen. Volgens Poesjkin lag de waarheid in de Russische orthodoxie; de theorieen van Tolstoi verwarden haar. Misschien ben ik wel helemaal geen christen, dacht zij. Tenslotte weet ik zo weinig over Christus. Slechts een paar citaten, hier en daar opgepikt uit diverse boeken, zijn niet genoeg om een compleet beeld van hem te vormen. Ze kon ook niemand in vertrouwen nemen om vragen te stellen.

Op een nacht, terwijl ze worstelde met haar geloof, voelde ze een sterke drang die haar bekend voorkwam: een brandend verlangen om een gedicht te schrijven. Zij sloop uit haar smalle bed naar de koude, gemeenschappelijke keuken die hun gezin met anderen deelde en krabbelde neer wat voor haar de essentie in het zoeken naar God was: Hoe de weg tot Hem te vinden?
Waarmee de hoop en pijn te meten?
Mensen zoeken een God die vriendelijk is.
God geve dat zij Hem zullen vinden, vertrouwen en koesteren.
Later, als volwassene, zou zij de amateuristische structuur van het gedicht zien, evenals het subtiele zoeken dat eruit sprak. Maar zelfs toen was het geen onaangename zoektocht, want toen zij de woorden met haar afgesleten potlood neerschreef, voelde zij een goedkeurend oog over haar schouder mee kijken. "Ik huiverde, ondanks een weldadige warmte, want ik wist wiens blik het was. Hij had me niet verlaten, Hij was bij me. En Hij vond het niet erg dat ik niet kon bidden zoals het hoorde.

Een oude Bijbel

Toen Irina drieentwintig jaar oud was, kreeg zij haar eerste bijbel. Een joodse vriend die naar de Verenigde Staten emigreerde, gaf haar een oud exemplaar uit de achttiende eeuw. Enthousiast begon zij anderhalve maand lang het oude, ingewikkelde alfabet te leren dat op dunne, fijne bladzijden was gedrukt. En uiteindelijk kon zij het Oude en Nieuwe Testament lezen. "Alle openbaringen waarvan ik een vermoeden had of waarover ik elders had gelezen, kwamen op hun plaats, net als de stukjes van een legpuzzel. Ik besefte dat ik inderdaad een christen was en mijn liefhebbende God bevestigt dat dat inderdaad zo is, en niet anders. De Russische literatuur, die eerder mijn kinderziel had bewaard voor verwerping en trots, bevestigde het ook.

Arrestatie

Intussen had om haar heen de relatieve ontspanning tijdens de regeringsperiode van Chroestsjov een tegenreactie teweeggebracht. In 1965 kreeg het land weer een ijzeren juk opgelegd. In 1967, toen Leonid Breznjev aan de macht kwam, werden degenen die samenkwamen in ondergrondse dissidentengroepen systematisch vervolgd. In 1983 kreeg Yoeri Andropov, de voormalige KGB-chef die Hongarije in 1956 zo wreed te gronde richtte, het voor het zeggen in de Sovjet-Unie. Mensenrechtenactivisten, religieuze dissidenten en overige andersdenkende burgers kwamen samen in celgroepen buiten de officiele structuren. Tegen die tijd was Irina's poezie bekend geworden onder degenen wier vastberadenheid erdoor gesterkt werd. Ook de KGB had er lucht van gekregen, en de geheime politie plakte het etiket 'anti-Russisch' op haar werk, omdat de gedichten spraken ten gunste van het christelijk geloof en de mensenrechten, in plaats van het communistisch regime. Zij werd gearresteerd.

Irina, inmiddels achtentwintig jaar oud, werd veroordeeld tot zeven jaar dwangarbeid en zeven jaar binnenlandse ballingschap. Zij werd naar het werkkamp Barasjevo in Mordovie gestuurd, een deel van de beruchte Goelag. De communistische autoriteiten waren niets veranderd, en de les die Irina vroeger op school had geleerd, kwam haar nu goed van pas. Gesterkt in haar christelijke overtuiging weigerde zij compromissen te sluiten met degenen die wilden dat zij blijk zou geven van een blinde gehoorzaamheid door medegevangenen te verraden, valse getuigenissen te geven, of het regime te prijzen. Ondanks hun wrede pogingen haar te vermoorden door haar kou en honger te laten lijden, overleefde Irina het kamp, vermagerd en onderkoeld. Maar haar ziel, gesterkt door Gods vrede en zijn liefde voor haar medegevangenen, had geen schade geleden.

Haar gedichten kwamen tot bloei. Tijdens de ondervragingen door de KGB schreef zij in gedachten verzen. Net als een van haar helden, Aleksander Soltsjenytsin, legde zij haar gedichten vast op kleine stukjes papier die ooit buiten de Goelag terecht zouden komen als stille getuigen van haar leven. Mensenrechtengroeperingen en christenen in het Westen tekenden uiteindelijk openlijk protest aan tegen de zaak van Irina. In 1986, twee dagen voordat Michail Gorbatsjov Ronald Reagan in Reykjavik zou ontmoeten, werd zij vrijgelaten. Maar de KGB ging nog steeds al haar gangen na. Ook haar man werd geschaduwd, totdat zij kans zagen uit te wijken naar het Westen.

De aanwezigheid van God

Irina's eerste boek, 'Grey is the color of hope', beschrijft tot in de details haar leven in de kampen. Het tweede, 'In the beginning', schetst haar kinderjaren en invloeden die zij onderging; het laat zien hoe een meisje in een officieel atheïstisch land, zonder bijbel of christelijk onderwijs, Christus vond en zich aansloot bij de orthodoxe kerk. Haar eigen verhaal, zei ze, was het verhaal van een hele generatie: jonge sovjets die de leugens van hun leiders doorzagen en zich, tot groot ongenoegen van die leiders, tot God en de kerk wendden.

Irina Ratoesjinskaja bracht een groot deel van haar gevangenschap in eenzame opsluiting door. Daar had zij voor het eerst een verbazingwekkende ervaring, iets wat zij niet slechts eenmaal, maar vele malen voelde. Na haar vrijlating vergeleek zij haar dagboeken met die van andere christengevangenen, en ontdekte dat zij dezelfde gewaarwording kenden. Het leek op de aanwezigheid van God zoals zij die als kind had ervaren: het goedkeurende oog dat over haar schouder meekeek, de gewaarwording van een weldadige warmte in de vrieskou. Het was de troost van Gods aanwezigheid bij haar, die haar lijden meevoelde, en haar van zijn liefde verzekerde.

Om over na te denken / gespreksvraag:

Lees Hebreeen 11:6. Vanuit welke houding zocht Irina God en waaruit bleek haar volharding?