Onbereikbaar worden voor God-Vader is de grootste zonde van de mens

Ik begin dit artikel op Goede Vrijdag. Mijn gedachten zijn bij de gang van onze Here Jezus naar Zijn kruis en bij Zijn afschuwelijk lijden. Waarom toch zond God de Vader zijn eeuwige Zoon in mensengedaante naar de planeet aarde, naar dit kiezeltje materie dat in Gods onnoemelijk grote ruimte rond een ster cirkelt?

Je kunt God om twee redenen verheerlijken. Ten eerste om Zijn onvoorstelbare grootheid. God is de alpha en de omega, begin en einde tegelijk. Hij is op dít ogenblik bij ons, maar tegelijkertijd zowel in ons verléden als in onze tóékomst aanwezig. Hij is boven alle tijd en ook boven alle ruimte verheven. Ten tweede kun je God verheerlijken om de wijze waarop Hij Zich ongelofelijk klein kan maken, namelijk in de menswording van Zijn eeuwige Zoon Jezus Christus, God die naar de aarde komt om deze vijandige planeet weer onder goddelijk bestuur te brengen.

Beroving

Twee mensen, Adam en Eva, hebben ooit de aarde aan het bestuur van God onttrokken door geloof te hechten aan de leugens van de duivel. Ze verdachten daardoor God van beroving en zetten Hem zo buiten de deur. Onbereikbaar worden voor God-Vader: dat is de grote zonde van de mens.
Vader, die nota bene in hun ziel woonde als een geestelijke Bron van eeuwigheidsleven. Die hen bestuurde en vruchtbaar maakte, maar die niet in een hart kon blijven wonen dat Hem zo grondig ging wantrouwen. Al roept Hij aan één stuk door om weer binnengelaten te worden.
Dat vreselijke wantrouwen jegens God de Vader heerst nog steeds op aarde. Het is als een zwervend virus dat talloze harten vervuilt met die oude verdachtmakingen: God berooft je van je hebben, je bezittingen dus; en van je zijn, dat is je identiteit, je vrijheid.

Wat zijn de gevolgen van dat wantrouwen? Wel, wij veroordelen onszelf tot autonomie, tot het zelf besturen van ons levenscentrum. En wij zijn daar zo vertrouwd mee dat wij deze manier van leven hier op aarde volkomen 'normaal' zijn gaan vinden.
Wij beseffen niet dat wij onszelf veroordeeld hebben tot een leven in een zelfgekozen 'cel', namelijk die van zogenaamde vrijheid, maar waarin we als vanzelf onder de tirannie van de grote leugenaar zijn komen te verkeren.

Jezus als Gods mensendroom

God onze Vader is dáárom in Zijn Zoon Jezus Christus naar deze aarde gekomen om ons van onze waandenkbeelden en uit onze cel van zelfbestuur te verlossen en ons terug te brengen onder de genezende en vernieuwende besturing van Zijn Geest in ons binnenste.
Daartoe zond de Vader in diep overleg met Zijn Zoon Hem naar ons toe om mens onder de mensen te worden en in Hem te tonen hoe Gods droom-van-een-mens eruitziet. In Jezus kan ik zien hoe een mens naar Gods beeld leeft en spreekt en handelt en liefdevol omgaat met de medemens.
Ten eerste. Jezus spreekt als de mensenzoon uitsluitend wat de Vader Hem ingeeft: "Want Ik heb niet uit mijzelf gesproken, maar de Vader, die Mij heeft gezonden, heeft zelf Mij een gebod gegeven, wat Ik zeggen en spreken moet" (Johannes 12:49). Heel Jezus' gedachteleven en als gevolg daarvan Zijn spreken staan onder de regie van Zijn hemelse Vader. En zeg niet dat Hij een in de hemel opgenomen en op aarde afgedraaid cassettebandje is. Jezus is de meest vrije mens die wij op aarde ooit hebben gezien.
Ten tweede. Jezus doet als de mensenzoon uitsluitend Vaders wil: "Mijn spijze is de wil te doen van degene die Mij gezonden heeft, en zijn werk te volbrengen" (Johannes 4:34). Jezus' wil, en dientengevolge Zijn gedrag en Zijn handelen, staan geheel onder Vaders leiding. En zeg niet dat Hij een vanuit de hemel bestuurde robot is. Hij is waarlijk vrij en komt ook ons vrijmaken (Johannes 8:30-36).
Ten derde. Jezus' gevoelsleven staat geheel ten dienste van wat Zijn Vader met dat gevoel wil doen: namelijk liefhebben, tot de vijand toe: "Gelijk de Vader Mij heeft liefgehad, heb ook Ik u liefgehad; blijft in mijn liefde" (Johannes 15:9). Vaders liefde stroomt door Jezus' zending deze armzalige wereld binnen om opnieuw warmte en gemeenschap te verspreiden onder mensen die deze vorm van liefde niet meer kennen. En zeg niet dat Jezus niet Zelf liefheeft. Hij is de Bron die voortdurend tot overvloeiens toe gevuld wordt door Zijn Vader (Johannes 13:34,35).

Jezus' ambten

In feite zijn de bovengenoemde 'kamers' van Jezus' zielenleven, namelijk Zijn denken, Zijn wil en Zijn gevoelsleven, samen met de uitwerkingen ervan in Zijn getuigenis en Zijn liefdevolle levenswandel, de zichtbaarwording van Zijn drie ambten waartoe feitelijk ieder mens door God geroepen is: respectievelijk Zijn profetisch, Zijn koninklijk en Zijn priesterlijk ambt. Om die drie ambten te kunnen uitoefenen heeft Hij na Zijn waterdoop in de Jordaan van Zijn Vader vanuit de hemel de Heilige Geest als een zalving ontvangen. Het is die Geest die in Zijn leven van de aanvang af de goddelijke leiding neemt en Jezus in Zijn takenpakket binnenvoert (Lucas 4:1 e.v.).
En waarom roept God de Vader daar bij de Jordaan zulke lieve dingen over Jezus uit?: "Gij zijt mijn Zoon, de geliefde, in U heb Ik mijn welbehagen" (Lucas 3:22). Waarom anders dan omdat Vader deze zalving met Zijn Geest aan al Zijn kinderen gunt, zodat Jezus straks niet meer de enige Mens op aarde is, waarin Vader welbehagen heeft, maar "opdat Jezus de eerstgeborene zou zijn onder vele broeders en zusters" (Romeinen 8:29).
Voor mij is Jezus waarlijk Gods heerlijke Model van de nieuwe, door God op aarde teruggewenste mens naar Gods hart. Jezus, mens voor de mensen, die Zijn leven, dat is Gods leven, op aarde aan mensen meedeelt al moet Hij om dat te bereiken hen dan ook in hun einde, in hun dood, ja, in hun graf opzoeken.