Aanbidding.net: Levenslessen - http://www.aanbidding.net/levenslessen
Toen niemand keek heb ik hem mijn jas gegeven
http://www.aanbidding.net/levenslessen/articles/108/1/Toen-niemand-keek-heb-ik-hem-mijn-jas-gegeven/Page1.html
huib jongenburger
 
door huib jongenburger
gepubliceerd op 30/09/2005
 
Een ontmoeting met een man uit Mauretanie die tot vriendschap en broederschap leidt...

Toen niemand keek heb ik hem gauw mijn jas gegeven
Ik zie hem nog op me afkomen. Een armoedig zwart, ietwat viezig mannetje. Een dun zijden bloesje aan. Spreekt u Frans? Hij had een brief in zijn hand. Daarin stond in perfect Nederlands hoe hij in Zevenaar moest komen.

Ik raakte niet op hem uitgekeken. Wat moest ik doen? Het was een kille avond. Eigenlijk zou je zo iemand nu je jas moeten geven. Maar ja, op een vol perron je jas uittrekken, en die dan pontificaal aan zo'n mannetje geven, dat doe je niet. Bovendien was de jas pas nieuw. Gelukkig, daar komt de trein. Kom maar mee meneer. Ik kon zijn leeftijd niet goed schatten. In de trein vroeg ik hem: Waar kom je vandaan? Waar is je bagage? Waar is je familie? Heb je het koud? En ik had het inmiddels Spaans benauwd in mijn mooie jas. In Zevenaar aangekomen ben ik met hem uitgestapt. Toen niemand keek heb ik hem gauw mijn jas gegeven. De hemel juicht nu dacht ik. Hij vertelde: In Mauretanie is gevecht tussen moslims en christenen. Mijn vader was christen en is gedood. Ik vroeg hem: en wat ben jij? Ook christen, net als mijn vader. Zo, dan zijn we broers. Ik heet Hubert en jij? Ik ben Barrou. Confuus van dit alles leverde ik hem af bij het meldpunt van het azielzoekerscentrum in Zevenaar. De jas mocht hij wel houden.

Heb je hem eten gegeven?

Thuisgekomen vertelde ik mijn verhaal. Waar is hij nu, vroeg mijn vrouw Anja. In Zevenaar natuurlijk. Maar waar gaat hij dan naar toe? Ja weet ik dat? Hoe moet ik dat nu weten? Zo iemand laat je toch niet lopen? Heb je hem eten gegeven? Nee, natuurlijk niet. Natuurlijk niet?
Anja ging na een paar dagen aan het bellen en we kwamen met hem in contact in Markelo. Ons eerste bezoek herkenden we hem aan de lange witte jas (mijn vroegere jas!). We aten samen een pannekoek en hij vertelde zijn verhaal. Zijn vader was slaaf van een blanke arabier en actief in een soort christelijke gemeente-opbouw. Dat pikte de overheid niet en hij en Barrou werden gevangen genomen. De blanke arabier heeft hem weer uit de gevangenis gehaald om het werk van zijn vader (die herder was) over te nemen. Kort daarna, toen hij op het land was, heeft een vriend van zijn vader hem meegenomen. Die vertelde dat zijn vader was vermoord en dat Barrou het land uit moest. Die vriend bracht hem naar een havenplaats, gaf hem over aan een Nederlandse matroos, die hem onder in een schip naar Amsterdam verstopte. Eenmaal in Amsterdam nam de matroos hem in huis om, zoals later bleek, zich op seksueel gebied met hem te kunnen vermaken, of beter gezegd: te misbruiken.

Vuilnisbakken

Barrou is vervolgens Amsterdam in gevlucht en heeft daar een kleine tien dagen rondgezworven. Overlevend met voedsel uit vuilnisbakken. Iemand wees hem uiteindelijk de weg naar.het politiebureau om asiel aan te vragen. Daar kreeg hij een brief en een treinkaartje richting Zevenaar. In Arnhem moest hij overstappen. Toen hij op het perron aankwam met al die tientallen blanke reizigers raakte hij in paniek. O God, bad hij, laat ik iemand tegenkomen die een beetje Frans spreekt. En zo kwamen we bij elkaar. Of liever gezegd, zo heeft God ons bij elkaar gebracht. Want daarvan zijn we overtuigd.

Overgeplaatst

Barrou kwam eerst alleen de weekenden. Toen hij werd overgeplaatst naar Maastricht (de overheden dachten blijkbaar dat die stad dicht bij Doetinchem ligt) hebben we hem in huis genomen. Hij ging enkele dagdelen naar school en deed vrijwilligerswerk in de nieuwbouw op Camping 'De Betteld'. Met ons bezocht hij deze gemeente alwaar hij regelmatig participeerde in de tijd van gebed. Sinds januari 2002 ging het achteruit. Hij oogde niet meer gelukkig. Hij groeide bij ons vandaan en niemand begreep er iets van. Het nam zulke vormen aan dat hij niet langer in ons gezin kon functioneren. Regelmatig hebben we ons afgevraagd wat toch naar hem toe onze opdracht was. Op de dag dat Anja en onze zoon Stefan hem wegbrachten manifesteerde zich zijn ziekte. Een grote afwijking aan de hersenen, midden in het centrum vanwaaruit het gedrag wordt bestuurd. Al snel werd duidelijk wat onze opdracht was: we moesten hem begeleiden op zijn sterfbed.

Barrou, we zullen je missen. Missen om je uitbundige aanstekelijke lach, als je keek naar tekenfilmpjes en mr. Bean. Vanaf het toilet was je lach nog te horen. We zullen je missen om het diner dat je voor ons maakte en wat we met de handen moesten eten.
We zullen je missen om de vragen die je stelde. Ik had hem aangeraden om, zo hij vragen had die maar eens op te schrijven. Waarom heeft Nederland geen president?
Waarom mogen kinderen roken in Nederland? Waarom in Nederland de mensen leven in eenzaamheid? Gisteren vond ik het schriftje waarin hij die vragen had opgeschreven.
Een vraag van het lijstje intrigeerde me bovenmate. Waarom de vrouw is de baas? Deze vraag was als enige onderstreept. Dat hij dat al zo snel in de gaten had…

Zingen over Jezus

We zullen je missen om je prachtige liederenspel op de tamtam. Overal waar je kwam werd dat lied gehoord. Al de eerste keer dat je bij ons kwam en ik wat tingelde op de piano kwam je erbij zitten en maande me om te stoppen. Je begon gewoon te zingen. Dat Jezus is opgestaan. Ik zal dat nooit vergeten.
We zullen je missen om je spel met de muziekgroep waarvan je deel uitmaakte. Samen met een paar moslimvrienden zong je de liederen over Jezus. En als ik ze vroeg: waarom zingen jullie dat, dan was het antwoord: Barrou zegt: wij moeten zingen, dus zingen wij.
We zullen je missen om de manier waarop je ons annexeerde. Na enkele maanden bezochten we in Rijssen een dienst waarin jij optrad met de groep. Jouw liederen waren het enige Evangelie dat te horen was. Na de dienst kwamen er allemaal mensen op ons af aan wie je vertelde: 'Dat is mijn vader, dat is mijn moeder, dat zijn mijn broers en zussen.'
De mensen zeiden: O wat leuk, hij heeft het altijd over zijn vader en moeder. Ik wist van niets maar ik zal je trotse blik nooit vergeten. Wij waren van jou.
Ik zal je missen om de manier waarop je tientallen keren de Franse versie van de video 'Jesus' hebt bekeken. Vaak twee keer per weekend. Je was diep geschokt over wat Judas deed en over het lijden van Jezus. Vooral ook de gebedsworsteling in de hof van Gethsemané.
We zullen je missen om de gebeden die je uitsprak tijdens de diensten. Meestal beginnend met Mon Dieu (Mijn God). Jouw familie (dat waren wij) kwam er ook altijd in voor.

Thuis

Lieve Barrou, het ging veel te snel. Meermalen heb ik om het wonder van je genezing gebeden. Dat is hier niet gebeurd. Wel heb ik het wonder gezien dat een kleine jongen die gehoorzaam bleef binnen de grenzen die zijn vermoorde vader hem had geleerd, dwars door een moeilijk leven heen de vrede van God in zijn leven heeft ervaren. Zelfs in de laatste weken ben je nauwelijks bang geweest en heb je weinig pijn gehad. Jij bent nu thuis. Je zult daar nooit meer worden weggestuurd. We danken God voor de vrede die jij nu hebt. Tot ziens jochie.

Bijbelleessuggesties:

Handelingen: 8:26-40

Om over na te denken / gespreksvragen:

1. Als je leven onder de heerschappij van Christus staat, geloof je dan dat Gods Geest je in contact kan brengen met iemand anders in wiens leven Hij een werk doet? Ook al is het de enkeling onder duizenden?
2. Wat is de voorwaarde om door Gods Geest op een zodanige manier gebruikt te worden dat wij dáár zijn waar God ons in contact wil brengen met iemand anders die tot Hem roept?