Wat heeft onze ziel, dat is ons denken, ons gevoel en onze wil, daarmee te maken?

Onze maatschappij is selfsupporting. Velen hebben er vandaag de dag geen enkele behoefte aan na te denken over enig Godsbestuur over hun leven. Zulke mensen zitten niet op mijn artikel te wachten. Maar ook veel christenen zetten in deze tijd vraagtekens achter Gods leiding in hun leven.

Aan de ene kant vind je er die zich afvragen waar God Zich allemaal mee schijnt te willen bemoeien. Aan de andere kant klinken roepstemmen als "Dat Koninkrijk van U, komt er nog wat van?" God als degene die alles naar Zijn hand zet of God als de grote Afwezige. In beide opvattingen zijn God en mens opponenten. De mens bevraagt God, van: "Waar bemoeit U Zich mee?" tot "Wanneer mag ik eens iets van U ervaren?"
Waarmee ik maar wil zeggen dat we met zulk spreken ver af zijn geraakt van wat Gods Woord ten aanzien van Gods leiding over het menselijk leven bedoelt te zeggen. Zulk spreken verraadt gedachten alsof Gods leiding een al of niet hinderlijke ingreep in ons leven is.
Wat houdt Gods leiding in werkelijkheid in? Wel, God heeft ons bedacht en gevormd. En niemand weet beter dan onze Schepper dat wij niet geschapen zijn om op onszelf te bestaan, autonoom onze eigen belangen te verdedigen en na te streven, maar dat wij God niet kunnen missen in de besturingscabine van ons innerlijk, dat is van onze ziel. God-Vader, die Geest is, schiep de mens met een geest, waardoor Hij Zich aan Zijn schepsel kon toevoegen en waardoor de mens met Zijn hemelse Vader kon en kan communiceren. Zoals Blaise Pascal het verwoordde: "God heeft de mens geschapen met een leegte die Hij alleen vullen kan."

Een mens van God te zijn

Elke morgen beginnen mijn vrouw en ik onze dag met een morgengebed van overgave. Wij begroeten onze God en Vader. Wij danken Hem dat wij beiden weer heelhuids de dag mogen beginnen. En vervolgens belijden wij God dat wij de dag niet zonder Hem in durven gaan. Dat wij onze ziel, ons innerlijk, onze 'inwendige mens' (Efeziers 3: 16) voor geen cent vertrouwen buiten Zijn Vaderschap, Zijn wil en Zijn liefdevolle leiding om.
Waarom bidden wij zo? Omdat wij in onze beleving God niet zien als Iemand die Zich zo nodig met ons leven moet bemoeien op momenten die Hem uitkomen. Maar omdat wij onze Schepper-God zien als een onmisbare bron voor heerlijk menselijk leven waar wij niet meer zonder durven. Gods leiding hoort bij een door Hem geschapen mens zoals een motor hoort bij een auto. Met dien verstande dat God niet zoals die motor een onderdeel van ons leven is, maar het Hoofdbestanddeel.
Wij vrezen niet God, wij vrezen onszelf in onze neigingen om zaken onder eigen beheer te houden. Om voor mijzelf te spreken: vroeger was ik bang voor God; nu ben ik bang voor Dick zonder God.
Echter, wanneer mijn vrouw Didy in een kring van 'andersdenkenden' vertelt wat haar bidden in haar leven is gaan betekenen en hoe zij daaraan dagelijks bijzondere kracht en liefde te danken heeft, dan klinkt, als zij nog maar nauwelijks is uitgesproken, van de overkant de 'geruststelling': "Ach, wij kennen jou toch goed, dat dienen en helpen heb jij gewoon in je genen." Einde getuigenis. Het gesprek wordt omgebogen naar gewone, interessantere zaken.

"Mensen die zo spreken", zo zul je mij interrumperen, "zijn dan ook ongelovig; die hebben geen band met God en met Jezus." Zeker, mensen zonder gemeenschap met God hebben geen ander kader om hun zielenleven te bestuderen en te besturen dan hun eigen innerlijk. Zij meten alles uit hun omgeving aan hun eigen innerlijk leven, bijvoorbeeld aan hun eigen denkvermogen, af; zij verdedigen hun zielenleven niet alleen tegenover een onbetrouwbare, immers onzichtbare, God, maar evenzeer tegen elk ongewenst binnendringen door hun medemensen.
Maar deze afwijzing van een volledige overgave aan en afhankelijkheid van God komt niet alleen bij ongelovigen voor. Zeker niet. Dit gemakkelijk te constateren feit verontrust ons beiden en doet ons ook geregeld bidden: "Lieve Vader, red ons Nederlandse volk van de ondergang in zijn zelfregering, in zijn zelfrechtvaardiging en in zijn zelfbeschikkingsrecht; en begin bij uw kinderen, begin bij ons."

Gehoorzaamheid

Ik stuit dan op het bijbelse begrip 'gehoorzaamheid' als een sleutelwoord voor dit artikel. Wij zijn, ook binnen veel kerken en gemeenten, afgedwaald van een leven uit gehoorzaamheid aan Jezus Christus. Terwijl wij van Jezus kunnen afkijken hoe Hijzelf tijdens Zijn leven als mens op aarde in alles volkomen gehoorzaam was aan Zijn hemelse Vader. Aan ons grote voorbeeld Jezus kunnen wij zien hoe God zich een mens op aarde droomt: onder alle omstandigheden en in alle uitdagingen en verzoekingen zocht Jezus contact met Zijn Vader in de hemel. En daartoe worden ook wij opgeroepen. "Voegt u, als gehoorzame kinderen, niet naar de begeerten uit de tijd van uw onwetendheid, maar gelijk Hij, die u geroepen heeft, heilig is, wordt zo ook gij zelf heilig in al uw wandel; er staat immers geschreven: Weest heilig, want Ik ben heilig" (1 Petrus 1:14-16).

Jezus' gehoorzaamheid aan de Vader betrof Zijn complete zielenleven. Ze betrof Zijn wilsleven en de uitingen daarvan, zeg maar Zijn gedrag: Jezus kon en wilde immers niets doen buiten Zijn Vader om (Johannes 4:34 en 5:19). Ze betrof ook Zijn denkwereld en de uitingen daarvan: Jezus sprak geen woord op aarde of Hij moest het de Vader horen spreken in Zijn hart (Johannes 12:49,50). Ook betrof ze Zijn gevoelsleven: Jezus wijdde Zijn gevoelens volkomen aan Zijn Vader toe opdat de Vader via Jezus' gevoelens de wereld zou kunnen overtuigen van Zijn grote barmhartigheid en genade en vergeving en liefde zonder welke de wereld in zichzelf dood is (Johannes 15:9).
Het moet wel zo zijn dat het woord gehoorzaamheid Jezus als muziek in de oren klonk, terwijl wij datzelfde woord zo gemakkelijk vereenzelvigen met slavenwerk.